Zorgen ministers over sterke euro

Ministers van Financiën van de zestien EU-landen die de euro gebruiken, zijn bezorgd over de alsmaar sterkere euro. Dat zei de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, voorzitter van deze eurogroep, gisteravond na regulier beraad met zijn collega’s in Luxemburg. „Het is een bron van zorg, dus we hebben het erover gehad.”

De euro steeg gisteren tot 1,4967 dollar. Jean-Claude Trichet, de voorzitter van de Europese Centrale Bank die gisteren aan het euro-overleg deelnam, haastte zich te zeggen dat de veranderende wisselkoersen niet liggen aan problemen in het Europese monetaire systeem. Volgens hem is er geen reden om te twijfelen aan de euro. „De euro is stabiel en solide”, zei Trichet. Maar hij herhaalde zijn eerdere opmerking dat wisselkoersen die te veel bewegen „niet goed zijn voor de financiële en economische stabiliteit”.

Ministers en centralebankiers zijn doorgaans terughoudend met opmerkingen over de Europese munt. Maar de stijging van de euro en de daling van de dollar komen op een moment dat de Verenigde Staten en de Europese Unie proberen zich te herstellen van de economische crisis. Amerikaanse bedrijven profiteren daarvan, omdat het hun producten relatief goedkoop maakt. De Europese export, die hierdoor steeds duurder wordt, was echter in augustus 23 procent lager dan het jaar ervoor. Niet alleen wereldwijd is het voor hen lastig te concurreren met goedkopere Amerikaanse goederen, maar ook in de VS zelf, de grootste consumentenmarkt ter wereld. De export uit eurolanden naar Groot-Brittannië – hun grootste handelspartner die zelf niet met de euro betaalt – lijdt ook onder de sterke euro.

Eurolanden maken zich dan ook zorgen dat het economische herstel door de hoge euro en lage dollar in de eurozone trager verloopt dan in de VS. Trichet weigerde in te gaan op de vraag of de Amerikanen de dollar bewust laag houden om sneller uit de recessie te komen.