Woldhek: Leonardo tekende zichzelf

Volgens kunsthistorici is er geen onomstreden zelfportret van Leonardo da Vinci. Maar Siegfried Woldhek bekeek zijn werk met een tekenaarsblik. En vond iets.

David van Verrocchio: Leonardo model

Een paar jaar geleden verscheen een schitterend, tien kilogram zwaar overzichtswerk van de tekeningen en schilderijen van Leonardo da Vinci. Toen ik gulzig de vele honderden afbeeldingen opzoog, viel me op dat er in zijn hele werk geen onomstreden zelfportret bestaat; zelfs het bekende oude mannenportret met baard wordt door verschillende experts betwist.

Ik dacht: zo’n gepassioneerde tekenaar als Leonardo, die de hele wereld om hem heen vastlegde, moet toch ook af ten toe zich zelf hebben afgebeeld. Zijn tijdgenoten zoals Botticelli, Dürer, Rafaël of Holbein deden dat ook. Zou hij ons misschien gewoon aankijken vanuit enkele van de vele portretten die hij heeft gemaakt, zonder dat het als een zelfportret is herkend? Misschien hebben kunsthistorici, met al hun kennis over het leven van de kunstenaars, technieken en materialen, nooit met een tekenaarsblik gezocht naar mogelijke zelfportretten in zijn grote oeuvre. Ik besloot het eens te proberen, want ik ben wel tekenaar. Bovendien ben ik gewend gezichten te analyseren, omdat ik in de loop der jaren veel meer dan duizend mensen heb geportretteerd.

Stel dat hij inderdaad af en toe een zelfportret heeft gemaakt, hoe is zijn gezicht dan te herkennen tussen al die andere getekende koppen? Met andere woorden: wat zijn de kenmerken van een evident zelfportret? Om te beginnen zoeken we natuurlijk een portret van een man en daarvan zijn 120 te vinden op zijn ruim 700 tekeningen en schilderijen. Verder gaat een kunstenaar die een zelfportret wil maken, eens goed voor de spiegel zitten om zichzelf van voren of 3/4 te tekenen.

Dat geldt voor 55 van die 120 mannenportretten. Volgende punt: zelfportretten zijn niet vaag of geïdealiseerd, maar vertonen juist enig detail; 15 van de overgebleven portretten voldoen hier aan.

Tenslotte vermelden Leonardo’s tijdgenoten dat het een mooie man was, en dat betekent dat zijn groteske koppen afvallen. Na toepassing van al deze criteria blijven er maar drie portretten over : ‘portret van een musicus’, ‘Homo Vitruvianus’ , en ‘Turijns portret’. Op dat moment viel ik van mijn stoel. De drie portretten hebben namelijk een aantal opvallende kenmerken gemeen die de meeste van Leonardo’s mannenkoppen niet hebben: een breed voorhoofd, horizontale wenkbrauwen, brede jukbeenderen, een lange neus in het verlengde van het voorhoofd, een smalle gewelfde mond en een kleine, duidelijk gevormde kin. Er is geen enkele reden waarom ze op elkaar zouden lijken en toch doen ze dat. Het zouden portretten van dezelfde man kunnen zijn!

Weer terug op de stoel was de volgende vraag natuurlijk of ze in de goede volgorde gemaakt zijn: is de jongste man het eerste geportretteerd en de oudste het laatst? De meest gangbare datering van de werken, 1485, 1490 en 1513 klopt met de leeftijd die toen Leonardo had, respectievelijk 33, 38 en 63 jaar. Er bleven dus drie mannenportretten op de zeef liggen.

Het zouden kortom wel eens portretten van dezelfde man kunnen zijn. Maar hoe weet je nu dat hij het is en niet een tijdgenoot? Daarvoor is een referentie nodig.

Die werd op onverwachte wijze aangereikt. De kunsthistorici die ik benaderde hadden weinig interesse voor de theorie van een leek, ook al was het dan een ervaren portrettekenaar. Een van de expertsschreef me dat er geen enkele zelfportret van Leonardo bestaat en dat we zijn uiterlijk alleen kennen van de kop van het David beeld dat Verrocchio maakte en waarvoor zijn leerling Leonardo vermoedelijk poseerde. Toen ik vervolgens dat hoofd vergeleek met de eerder gevonden koppen, viel ik voor de tweede maal van mijn stoel want daar waren dezelfde kenmerken weer. Verrocchio’s beeld is de referentie die de drie andere portretten verankert. Ik vertelde over de ontdekking op de TED conferentie in Californië en het desbetreffende filmpje is inmiddels ruim 300.000 keer bekeken. Ook heeft National Geographic Magazine er een pagina aan gewijd. Het verhaal is dus in de wereld en ik was klaar.

Of toch niet? Er leek nog iets te ontbreken. Eigenlijk wilde ik een definitieve kop, die van alle kanten kon worden bekeken. Het was met zulk divers materiaal niet mogelijk met de computerprogramma’s van het Nederlands Forensisch instituut een 3D beeld te maken. Maar mijn broer, Gijs Woldhek, is een professioneel modelmaker. Hij creëerde Leonardo’s kop op middelbare leeftijd aan de hand van de homo vitruvianus-tekening. Het opmerkelijke resultaat is hier te zien. U kunt zelf constateren hoezeer die kop de gevonden portretten van Leonardo aan elkaar relateert: van voren, van opzij en van 3/4. Alle gevonden portretten passen goed in de kop. Het is dan ook een groot genoegen u te mogen voorstellen aan Leonardo da Vinci.