Werkloosheid stijgt minder dan verwacht

De werkloosheid blijft stijgen, maar het gaat niet zo snel als voorspeld. De afgelopen maand kwamen er 10.000 werklozen bij, blijkt uit vandaag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Er zijn nu 394.000 mensen werkloos. Dat zijn er weliswaar 110.000 meer dan een jaar eerder, maar een gemiddeld werkloosheidscijfer van 405.000 voor 2009, zoals eerder dit jaar bij de presentatie van de Miljoenennota nog werd voorspeld door het Centraal Planbureau (CPB), lijkt nog ver weg.

„Om tot een jaargemiddelde van 405.000 werklozen te komen, moeten eind dit jaar 528.000 mensen werkloos zijn”, zegt econoom Michiel Vergeer van het CBS. „Dat betekent dat er vanaf nu elke maand 40.000 werklozen bij zouden moeten komen. Die aantallen zullen we zeer waarschijnlijk niet halen. Dan moeten er gekke dingen gebeuren.”

Er zijn twee verklaringen voor de minder snelle groei van de werkloosheid. Zo hebben veel meer schoolverlaters dan andere jaren gekozen voor een vervolgopleiding om de arbeidsmarkt te vermijden. „We zien in onze cijfers dat er minder jongeren actief zijn op de arbeidsmarkt dan vorig jaar rond deze tijd”, zegt Vergeer. „Een groter deel leert dus langer door en schuilt voor het gure weer.”

Daarnaast heeft de deeltijd-WW een dempend effect op het aantal werklozen. Volgens de laatste gegevens van het ministerie van Sociale Zaken maken ruim 33.000 werknemers gebruik van deze regeling, waarin ze deels een WW-uitkering ontvangen en deels op de loonlijst van hun werkgever staan. Vergeer: „Een gedeelte van die groep was anders gewoon werkloos geweest. In die zin kun je constateren dat de deeltijd-WW werkt.”

Gemiddeld zit 5 procent van de Nederlandse beroepsbevolking nu zonder baan. Een jaar geleden was dat nog 3,7 procent. Een significante stijging, vindt Vergeer. „Maar in vergelijking met andere landen in Europa doen we het heel goed. Europa stevent af op een gemiddelde werkloosheid van 10 procent.”

Nederland heeft een flexibele arbeidsmarkt, is volgens Vergeer een van de verklaringen hiervoor. „Er werken veel uitzendkrachten en we hebben heel veel deeltijdbanen. Daardoor kunnen we vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen.”