Verstikkend cerebrale Karamazov

Theater De gebroeders Karamazov door Ro Theater. Gezien: 17 oktober Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 11 december. Inl.: www.rotheater.nl**

Een monumentale vader als oerkracht, drie teugelloze broers, een bastaardzoon, een hoerige vrouw en een kuise, en ook nog drieduizend roebel: het zijn de schitterende ingrediënten van de roman De gebroeders Karamazov (1879-1880) van de Rus Fjodor Dostojevski. Als een van de broers die vader de hersenen inslaat om hem het kapitaal afhandig te maken, is het fundament voor een dramatische roman gegeven.

En ook voor een toneelstuk. Vertaler Tom Kleijn bewerkte de roman voor regisseur Alize Zandwijk van het Ro Theater. In de verte schemert een houten schutting. Dennenbomen links op de bühne en rechts, als spiegelbeeld, een kerkhof vol blankhouten kruisen. Een grindpad loopt naar de verte.

De voorstelling begint met schafttijd van de personages. Drank, water, brood. De broers Dimitri, Ivan en Aljosja dragen blauwe overalls, als werklieden. Rogier Philipoom en Herman Gilis vertolken de eerste twee; Aljosja, eigenlijk een gevoelige jongeman zonder de vaderhaat van de anderen, wordt gespeeld door actrice Fania Sorel. De vader die te boek staat als een schuinsmarcheerder, oplichter en kwelgeest van zijn zonen is in goede handen van Jack Wouterse, een groot acteur met zangrijke dictie en een fraaie, door het leven getekende mimiek.

Eerder deed Alize Zandwijk Russische klassieken als Platonov en Ivanov in belangwekkende ensceneringen. Helaas is het met De gebroeders Karamazov anders gesteld. Dostojevski geeft een complexe structuur aan het boek: hij voert een biograaf op die het verhaal objectief vertelt. In de toneelversie spreken de karakters over zichzelf in de derde persoon; zij zijn dus allerminst dramatische personages. Pas gaandeweg de voorstelling, nadat de vader als afgeschoten wild met bebloed gelaat op het voortoneel ligt, vinden er confrontaties plaats.

Dit frontaal toespreken van de zaal is een lastige vorm. Temeer daar de tekst van De gebroeders Karamazov een hoog soortelijk gewicht heeft. Bijna elke passage gaat over schuld, haat, onrecht, boete, vadermoord. Het is soms fascinerend en beklemmend, vaak ook verstikkend, de adem wordt de toeschouwer dan benomen. Bovendien miste ik het spel, de emoties tussen de spelers. Deze Karamazov is te cerebraal.

Gelukkig neemt de voorstelling na het trage begin een hoogwaardiger wending. Acteur en muzikant Beppe Costa speelt melancholieke klanken op uiteenlopende strijkinstrumenten. Bastaardzoon Goele Derick is een vilein spelende buitenstaander. Karamazov-broer Herman Gilis is net een Christus-figuur, gekleed in onderbroek, die alle schuld op zich neemt. Hij en Rogier Philipoom spelen met groteske overdrijving, die mij niet raakt. Fania Sorel is een ontroerende, tedere engel. Jack Wouterse had meer tekst verdiend. Zijn slotmonoloog is van de hoogste klasse: hij, de gedode vader, neemt het in een dubbelrol als advocaat op voor zijn wrekende zoon. Eindelijk spel, eindelijk subtiel gebrachte intensiteit. Het is echter op het geheel te weinig.