Vage vrienden

Halverwege de lijn van vage kennissen naar goede vrienden bevindt zich een ongemakkelijk, grijs gebied. Een voorbeeld. Je gaat al jaren naar dezelfde camping. De eigenaren zijn ‘Truus en Wim’ geworden. Elke keer als je ze hun geld brengt, drink je even gezellig een biertje. Dan worden de biertjes frequenter. Het geld is geen reden meer tot bier; eerder iets ongemakkelijks wat je Truus en Wim zo onnadrukkelijk mogelijk toestopt. Als je geluk hebt, worden ze goede vrienden. Maar als je pech hebt, ga je je afvragen of je deze mensen wel in je vriendenkring wilt. Vriendschap kost tijd, en had je niet al te weinig tijd voor je vrienden? Ineens is er dus iets moeilijks aan het ooit zo ongedwongen contact. Niet dat je dat kunt laten merken natuurlijk. En zij ook niet.

Sommige mensen hebben hier meer last van dan anderen. Vroeger kende ik iemand die heel gemakkelijk vaag, no strings attached bevriend kon raken met de hele wereld. Vooral met horecamensen. (Wel liepen haar vriendjes altijd bij haar weg, omdat ze het gevoel hadden dat zij niet écht van hen hield.) Maar zelf wil ik nooit een werkster, omdat ik me er binnen de kortste keren ongemakkelijk over voel dat zo’n leuk iemand mijn huis poetst. Denk ik. Het heeft vast iets te maken met de verschuiving van materiële naar een immateriële afhankelijkheidsrelatie, maar dit verschijnsel behoort nou typisch tot het gebied dat door psychologen nog nauwelijks is onderzocht, omdat ze wel wat beters te doen hebben.

Het doet een beetje denken aan de uncanny valley. Robots kunnen leuk en schattig zijn, zoals Wall-E, de Pleo Dino en Marvin, de depressieve robot uit The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy. Echte mensen en dieren kunnen natuurlijk ook heel leuk en schattig zijn. Maar robots die te veel op echte mensen lijken, voelen eng, akelig, creepy. Niemand weet waarom. En zoiets is er ook met kennissen die te veel op vrienden lijken – die voelen ongemakkelijk en niemand weet waarom.

En nu ga ik op internet zo’n klein, plat stofzuigrobotje bestellen, dat nooit te lief wordt voor het vuile werk. Hoop ik.

ellen de bruin