Stervend licht op een zaterdagnamiddag

Vorige week heb ik op deze plaats de zinnelijke Italiaanse herfst bezongen. Daar ga ik nog maar even mee door.

Toen zaterdag de in Monaco woonachtige Waal Philippe Gilbert als een op hol geslagen stoommachine zijn demarrage plaatste op de San Fermo della Battaglia, en aldus de Ronde van Lombardije een beslissende wending gaf, zeeg ik op mijn knieën neer voor de televisie. Zo, dat was een zelden vertoonde explosie. Alleen Samuel Sanchez haakte nog aan. Ook voor hem: applaus vanaf het tapijt.

In een eerder leven rekende ik de Ronde van Lombardije tot mijn favoriete wedstrijden. Het parkoers was mij op het lijf geschreven, ik ging er altijd af als een gieter. Eén keer heb ik de finish in Como bereikt. De wedstrijd van de vallende bladeren, ‘la corsa delle foglie morte’, was eerder een rituele dan sportieve afsluiting van het wielerseizoen. Half oktober was ik domweg te moe de ene voet voor de andere te zetten.

Maar ik herinner me het licht. Hoe het viel op de kromme ruggen van de gelosten. Het was eerder een strijken, een aaien. Stervend licht op een zaterdagnamiddag, half oktober, op de ruggen van uitgebluste wielrenners in de gekartelde bergen rond het Comomeer is zo onverdraaglijk mooi dat alleen een mysticus het in onleesbare poëzie zou kunnen vangen. Een mysticus ben ik niet al kwam ik toen, in het zadel, aardig in de buurt.

Ik herinner me het kolossale hotel Leonardo Da Vinci aan de buitenring van Milaan. Een dag of twee voor de start werd het complete peloton met entourage daar gestald. Van hieruit gingen de selecties voor Lombardije ploegsgewijs de beentjes nog wat losgooien door een district met veel vuilnisbelten. Voor die vuilnisbelten tippelden jonge vrouwen op zeer hoge hakken. Sommige van die vrouwen zagen we ’s avonds terug als het donker was.

Vanuit een bepaalde kamer op een bepaalde verdieping van een bepaalde vleugel van Leonardo Da Vinci was er zicht op een afwerkplek. Daar beneden een druk verkeer van veelal kleine autootjes. En dan dit tafereel: in het autootje onder die ene straatlantaarn was het driftig bewegen van een vrouwenhoofd waarneembaar. Kort daarop het openen van het portier en het vermoeid uitspuwen van wat ik nu maar ‘de oogst’ zal noemen. Hilariteit onder de verzamelde toeschouwers, snel gevolgd door stilte. Ja, wij gingen een seizoen afsluiten, maar la corsa delle foglie morte onder de lantaarn kende geen winterstop.

Goed, Philippe Gilbert is de onbetwiste koning van het najaar. De ouderwetse veelfietser – ik schat hem in op 110 koersdagen – legde die andere veelfietser Sanchez erop in de sprint. „Ik heb alles gegeven. Het was zo mooi, zo mooi”, stamelde hij. Een laat licht wierp schaduwen in de acnékraters op zijn wangen.

Het was zo mooi.