Speur de verdachte op

Technische snufjes, met EU-geld ontwikkeld, helpen om verdacht gedrag op te sporen.

Wellicht werkt het tegen terreur. Maar wat als niemand straks nog af durft te wijken?

Door Wilmer Heck

Stel: u bent een ervaren reiziger en u gaat op het vliegveld net wat sneller langs de balies dan anderen. Een netwerk van geavanceerde camera’s merkt uw snelheid op en schotelt beelden van u voor aan een operator in de controlekamer. Want: snelheid = verdacht. Terroristen zijn nerveus en gaan niet nog even gezellig koffiedrinken.

Dat is althans de gedachte achter een door de EU gefinancierd project, gericht op het opsporen van verdacht gedrag, Adabts (Automatic Detection of Abnormal Behaviour and Threats in crowded Spaces.)

Als u tijdens uw bezoek aan de luchthaven ook nog twee keer gebruik maakt van het toilet (wat deed u daar?) is de kans dat u eruit wordt gepikt voor een uitgebreid veiligheidsonderzoek aanzienlijk groter dan bij andere reizigers.

„Wij letten op alle gedrag dat afwijkend is”, zegt onderzoeker Maarten Hogervorst van TNO Defensie en Veiligheid. Het nieuwe Adabts-project, waar ook TNO aan meewerkt, is slechts een van de honderden projecten op het gebied van veiligheid die worden gefinancierd in het kader van het EU-onderzoeksprogramma Security.

Na de aanslagen in de VS en Europa werd de ontwikkeling van nieuwe technologieën door Brussel als onmisbaar beschouwd in de strijd tegen terrorisme. Bovendien leefde de vrees dat de nieuwe markt voor beveiligingstechnologieën gedomineerd zou worden door Amerikaanse bedrijven.

In de lommerrijke omgeving van de voormalige vliegbasis Soesterberg onderzoekt Hogervorst met Europees geld hoe het steeds dichtere woud van camera’s in binnensteden, voetbalstadions en luchthavens effectiever kan worden ingezet. Nu nog schakelen de beveiligers zelf tussen de beelden en besluiten zij welke personen extra aandacht verdienen. Met honderden camera’s tegelijk is dat lastig. Het is handiger als de apparaten bepalen welk gedrag verdacht is en alleen daarvan beelden op de schermen in de controlekamer verschijnen.

„We definiëren verdacht gedrag op basis van interviews met beveiligers en ontwikkelen naar aanleiding daarvan software. Zij vinden iemand verdacht die zich snel door de passagierstromen beweegt, dus krijgen ze die beelden voorgeschoteld”, zegt Hogervorst.

Er is nog veel meer gedrag dat de toekomstige camera’s als verdacht zullen interpreteren. Uit veiligheidsoverwegingen wil TNO daar geen publiciteit aan wijden.

Adabts richt zich niet alleen op terreur, maar ook op misdaad en rellen. Voor het tijdig ingrijpen bij vechtpartijen op straat, of inbraken in winkels, worden de toekomstige camera’s onder meer afgesteld op wilde armbewegingen, geschreeuw of het geluid van brekend glas.

De EU heeft met het Security-programma tot 2013 1,4 miljard euro vrijgemaakt voor onderzoek dat moet leiden tot een veiliger Europese Unie.

Critici betogen dat de defensie-industrie veel invloed heeft gekregen bij het ontwikkelen van deze veiligheidsstrategie. Onderzoeker Ben Hayes van de progressieve onderzoeksgroep Transnational Institute: „Brussel vroeg de industrie simpelweg: ‘Wat kunnen jullie verzinnen?’”

In zijn net verschenen rapport NeoConOpticon wijst hij op projecten met wat hij noemt Orwelliaanse doelstellingen. De projecten leiden volgens Hayes tot een Europees surveillancesysteem dat lucratief is voor de industrie, maar waarin iedere burger een potentiële verdachte is.

Hayes voelt zich gesterkt door onderzoeken bij bijvoorbeeld TNO, waar ze niet alleen verdacht gedrag opsporen, maar ook verdachte fysieke kenmerken die kunnen duiden op verhoogde spanning. „Want een terrorist is doodnerveus”, zegt Frank Kooi in Soesterberg. Met een warmtebeeldcamera kunnen bijvoorbeeld mensen met een koude neus worden gesignaleerd. Een koude neus duidt namelijk op nervositeit. „Het mooie daarvan is dat terroristen dat soort kenmerken niet kunnen verbergen”, zegt Kooi.

TNO in Den Haag onderzoekt hoe met behulp van radar op afstand iemands hartslag gemeten kan worden, eveneens om te bepalen of iemand zenuwachtig is. Veel onderzoek bevindt zich nog in een beginfase, „maar er zit enorme potentie in”, aldus Kooi. „De belangrijkste reden dat warmtebeeldcamera’s niet massaal worden ingezet is de prijs. Maar in de toekomst worden ze zeker goedkoper. Dan ligt toepassing op grote schaal binnen handbereik.”

Uiteindelijk hopen luchthavens in samenwerking met partijen als TNO toezicht te ontwikkelen waarbij alle passagiers ongemerkt worden doorgelicht. Voordeel daarvan is dat de meeste mensen ongehinderd door kunnen lopen.

Om aan eventuele privacybezwaren tegemoet te komen, worden binnen Security ook projecten gefinancierd die toezien op de vraag of de persoonlijke levenssfeer wordt gerespecteerd.

Een voorbeeld daarvan is HIDE: Homeland Security, Biometric Identification & Personal Detection Ethics. Privacydeskundige en lector Irma van der Ploeg is namens de Hogeschool Zuyd in Maastricht partner in het HIDE-consortium. Ze noemt het rapport van Hayes „uiterst waardevol”. Van der Ploeg vreest dat mensen zich in de toekomst bewust worden van al het toezicht en hun gedrag wellicht aanpassen. „De maatschappij kan haar onschuld verliezen. Straks loopt iedereen in de pas om niet als verdachte te worden aangemerkt.”

Van der Ploeg is sceptisch over de invloed die privacyprojecten binnen Security hebben. „Wij analyseren de technologieën en hun mogelijke gevolgen. Dit resulteert in een ethische beoordeling, die vaak behoorlijk kritisch is. Maar het lijkt weinig uit te maken.”

Wat Hayes en Van der Ploeg betreft is er geen twijfel over mogelijk dat veel onderzoeksresultaten uit Security ook in de praktijk worden gebracht. „Veel zal doordruppelen”, zegt Van der Ploeg.

Defensiedeskundige Ko Colijn is daar minder zeker van. Hij noemt de alarmerende toon van Hayes „een beetje overdreven”. Hij wijst erop dat de EU op het gebied van defensie en veiligheid niet de macht heeft om „een geoliede Orwell-maatschapij” te organiseren. Het in de praktijk brengen van de resultaten hangt vooral af van de bereidwilligheid bij de afzonderlijke lidstaten. „Er valt nog een hoop af.”

„Zelfs als slechts 20 procent wordt ingevoerd moeten we daar vragen bij stellen”, zegt Van der Ploeg daarentegen. Zij is het wel eens met Colijn dat veel afhangt van de vraag of er nog grote aanslagen plaatsvinden in Europa. „Dat mobiliseert onmiddellijk dit soort initiatieven.”