Nog even en Obama is netzo 'lonely' als Bush

In Washington groeit de teleurstelling over het gebrek aan Europese steun.

Nederland had even kunnen overleggen met bondgenoten over de Afghanistan-missie.

(Illustratie Cyprian Koscielniak) Koscielniak, Cyprian

Meer of minder soldaten naar Afghanistan? Een fatsoenlijke exitstrategie, of een extra inspanning tegen de Talibaan? President Obama schuift deze beslissing al maanden voor zich uit. De keuze is tussen gezichtsverlies voor het Westen bij vertrek en het risico op een tweede Vietnam bij blijven – allebei onaangenaam.

Obama neemt het besluit feitelijk alleen. De NAVO-bondgenoten wachten af. Geen van de Europese landen volgde Washington eerder dit jaar met de troepenversterkingen waar de hoogste militaire bazen om vroegen. Alleen de Britten sturen 500 man extra. (Momenteel zijn er 65.000 Amerikanen en 35.000 geallieerde, vooral Europese soldaten.) Wel bepleitten Parijs, Berlijn en Londen recentelijk een internationale conferentie over overdracht van verantwoordelijkheid aan de Afghanen. Een diplomatieke manier om te zeggen dat je weg wilt, maar de zaak netjes wilt achterlaten.

Nederland heeft niet op de beraadslagingen in het Witte Huis gewacht. De proefballonnen van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA), die graag na de einddatum van 1 december 2010 met troepen in Afghanistan wilde blijven, werden door de Tweede Kamer in zijn gezicht doorgeprikt. Een Kamermeerderheid, inclusief PvdA en ChristenUnie, zei: wij stoppen ermee, Nederland gaat naar huis. Niet alleen weg uit Uruzgan, maar uit heel Afghanistan.

Bij deze nederlaag voor Verhagen speelde ongetwijfeld mee dat de CDA-minister weinig krediet heeft bij de PvdA. Hij tart de sociaal-democraten liever dan ze in te palmen; zulke dingen krijg je op een dag terugbetaald. Het gevolg van zulke kleine politiek is dat Den Haag zich zonder serieus debat terugtrekt uit een militaire missie die sinds 2001 – ten goede of ten kwade – is uitgegroeid tot de toetssteen van de NAVO, het bondgenootschap waarop wij sinds zestig jaar de kaarten zetten voor onze veiligheid.

Uiteraard zijn er goede redenen de ambities in Afghanistan naar beneden bij te stellen. Van de westerse pretentie de Talibaan te hebben verjaagd ten gunste van een legitiem democratisch bewind, is weinig over; wat rest van doelwit Al-Qaeda zit in Pakistan. Maar wie de kosten van blijven hoger inschat dan de mogelijke baten, zou de operationele conclusie eerst met zijn bondgenoten kunnen bespreken.

In Washington groeit de teleurstelling over het gebrek aan Europese steun. Het hoerageroep na het vertrek van Bush vertaalde zich nauwelijks in concreet beleid. Het viel tegen dat veel Europese landen, waaronder Nederland, weigerden ook maar één gevangene uit Guantánamo Bay op te nemen, terwijl Obama met de sluiting van dat kamp het begin van zijn presidentschap symbolisch had willen markeren. Deze ergernis klonk door in Obama’s toespraak tot de Verenigde Naties van 23 september.: „Degenen die gewoon waren Amerika te kastijden omdat het alleen handelde in de wereld, kunnen nu niet afzijdig blijven en verwachten dat Amerika alle problemen alleen oplost.”

De Amerikaanse adjunct-staatssecretaris voor Europese en Euraziatische zaken, Philip Gordon, zei het vorige week in Le Monde rechtstreeks: „De Amerikanen verwachten dat Europa verantwoordelijkheden deelt.” Hij had het over Guantánamo Bay, Iran en Afghanistan. Het Nederlandse vertrek uit Afghanistan is een teken dat eerder het omgekeerde gebeurt. De Europeanen laten Washington in de steek, zo voelt men het daar. Het ironische gevolg is een onbedoeld unilateralisme. President Bush jr. was de vermaledijde cowboy, maar straks is Obama net zo lonely.

In de Bushjaren – vooral na de ruzie over de Irakoorlog van 2003 – werden door Amerikaanse en Europese beleidsmakers en academici heel wat conferenties georganiseerd over de ‘transatlantische kloof’. Het zal niet lang duren of dit intellectuele tijdverdrijf wordt hervat. Nu de Obama-roes afneemt, beseft men weer dat de geopolitieke belangen en humeuren van Noord-Amerika en Europa traag uiteendrijven, onafhankelijk van wie het Witte Huis bewoont. Dan zal ook de meer dramatische vraagstelling van deze conferenties weer opkomen: bestaat het Westen nog?

‘Het Westen’ is de paraplu waaronder Amerika en West-Europa sinds de Tweede Wereldoorlog samenleven. De Amerikanen leveren de militaire macht, de Europeanen verdubbelen de economische kracht en vergroten de legitimiteit van het geheel. De NAVO is de militaire uitdrukking van deze politieke en culturele solidariteit van de Noord-Atlantische wereld. Omgekeerd verraadt de twijfel over de rol van het bondgenootschap dus een identiteitscrisis van de categorie ‘het Westen’. Niet iets om luchthartig over te doen.

Het Westen stond in zijn zelfbeeld tegenover het (communistische) Oosten en het (onderontwikkelde) Zuiden. Die tegenposities verloren met het einde van de Koude Oorlog en de globalisering sinds 1989 aan betekenis. Met de opkomst van Azië verdwijnt bovendien voor het eerst in vijfhonderd jaar de centrale positie van de landen aan de Atlantische Oceaan in de wereldeconomie.

Voor Amerika, zei de Franse oud-minister Hubert Védrine vorig jaar, is Europa niet langer een probleem, het is zelfs geen onderdeel meer van de oplossing. De voorzitter van het gezaghebbende Amerikaanse Council on Foreign Relations, Richard N. Haass, stelde in 2007: „Wij zullen in 2020 waarschijnlijk met regionale en mondiale uitdagingen te maken hebben over de hele wereld, behalve in Europa.” Volgens Haass leidt de nieuwe geopolitieke situatie onherroepelijk tot een einde van de bondgenootschappelijke automatismen en in plaats daarvan ad hoc samenwerking met wie het uitkomt – behalve met de NAVO-lidstaten ook met bijvoorbeeld Australië, Japan of India.

De Europeanen trekken die conclusie al op hun manier. Zelfs trouwe paladijn Nederland doet niet meer vanzelf mee als Washington iets vraagt. Dit zou je als een vorm van politieke emancipatie kunnen beschouwen, als we tenminste nadachten over waar we onze veiligheid dán vandaan moeten halen, buiten de kapstok van het Westen.

Reageren kan op nrc.nl/middelaar (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)

Luuk van Middelaar is filosoof en historicus. Hij is columnist van NRC Handelsblad.