Mooie momenten in requiem 'Wake' over Enschede

Klassiek Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Hans Graf. Werken van Debussy, De Vries en Ravel. Gehoord: 17/10 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 20/10 20u, en via radio4.nl/uitzendinggemist****

De vuurwerkramp in Enschede wordt in mei volgend jaar, tien jaar na dato, op allerlei manieren herdacht, ook met muziek. Klaas de Vries kreeg van de gemeente Enschede en de Nationale Reisopera de opdracht een opera te schrijven. Die zal volgend jaar in première gaan, maar het openingsdeel, een soort requiem, klonk al op de Zaterdag Matinee.

De titel, Wake, zal gezien het Engelstalige en deels Latijnse libretto van David Mitchell op zijn Engels moeten worden uitgesproken. Maar het verwijst natuurlijk ook naar het Nederlandse woord ‘wake’. Het eerste deel klinkt als een duister, wat grimmig ritueel, waaraan het gebruik van Latijnse teksten (uit de requiemmis en de Klaagzangen van Jeremia) een liturgisch, maar niet specifiek godsdienstig aura verleent.

De Vries weet in zijn muziek momenten van grootse schoonheid te creëren. Basis vormen lange, liggende klanken die – als klassiek symbool van rouw – in bodemloze diepten afdalen. Als contrast zijn er grillige oplevingen van woede en geweld, met woest rondbeukend koper en slagwerk.

Opvallend detail is een terugkerend, schril piccololijntje dat De Vries – getuige zijn toelichting – afleidde van het geluid van een zaagmachine voor bakstenen. Ergens dus misschien een symbool voor de wederopbouw van de getroffen wijk Roombeek, maar het motief verleent de muziek vooral ook een onwerkelijke dimensie.

De overgang van het plechtstatige (en grotendeels onverstaanbare) Latijn naar het Engels, waar de zangers ook veel individueler en directer optreden, leek nu een wat sterke stijlbreuk. Maar pas in de volledige, geënsceneerde uitvoering van de opera zal blijken hoe dit daadwerkelijk uitpakt.

Wake werd door Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor meer dan uitstekend uitgevoerd tijdens een ook in andere opzichten gedenkwaardige matinee. De Oostenrijkse dirigent Hans Graf schiep samenhang en continuïteit. Hij liet vooral het orkest boven zichzelf uitstijgen in weergaloze uitvoeringen van Debussy’s Prélude à l’après-midi d’un faune, met een klank als een ruisend beekje, en Ravels Daphnis et Chloé, vol dwingende lijnen en adembenemende kleuren.