Lamme smeerlap, met je bank

Men zegt dat wij de ergste economische crisis beleven sinds de jaren dertig. Ik gelóóf dat wel – een economische krimp van rond vijf procent is sindsdien niet voorgekomen – maar ik zíe het niet. Bij de generatie der hoogbejaarden leeft nog de traumatische herinnering aan ‘de’ crisis (die ene, nooit uit de collectieve ervaring gewiste tragedie, zoals het begrip ‘de’ oorlog altijd verwijst naar die ene) en als ik daaraan denk, zie ik de metaforische beelden van grauwe, troosteloze rijen voor de stempellokalen, waar de werklozen zich tweemaal daags moesten melden, de gaarkeukens, de afgedragen kleren, de dwangarbeid in de werkverschaffing, het graven in veen en modder. Ik denk aan de verhalen over bittere nood, vernedering van mensen die dankbaar hun hand moesten ophouden bij het Maatschappelijk Hulpbetoon. Ik hoor ‘Bei mir bist du schön/ We leven van de steun/ We vreten van het crisiscomité’, op een melodie van de Andrew Sisters.

Welke beelden zullen toekomstige generaties zich voor de geest halen als symbolen van de tegenwoordige crisis? Hooguit de televisieshots van DSB-klanten die bij een weigerachtige geldautomaat de vergeefsheid van het menselijke streven representeren en naar de geldgleuf turen als een koe naar een lege ruif. Maar deze déconfiture heeft weinig met de financiële en economische crisis te maken. Bovendien krijgen de gedupeerde spaarders dankzij een collectieve regeling tot een ton euro vergoed. Vóór de Kerst, zodat zij niet zijn aangewezen op het kerstdiner van het Leger des Heils.

Ik wil niets bagatelliseren, want ook de huidige crisis veroorzaakt in de vorm van werkloosheid of onbetaalbare hypotheken schrijnend leed, maar het lijkt me wel gepast, voor zover het Nederland en andere rijke landen betreft, te wijzen op de onvergelijkbaarheid met de ‘Grote Depressie’.

Afgaande op wat diverse economen hierover te melden hebben, is de rol van de overheid in twee opzichten doorslaggevend. Ten eerste in verwijtbare zin, aangezien de huidige crisis in belangrijke mate kon ontstaan door het tekortschieten van het toezicht op het ongebreidelde graaikapitalisme. Ten tweede in positieve zin, door het voeren van een keynesiaans stimuleringsbeleid, dat een reprise van de sociale en morele verwoestingen van de jaren dertig tot nu toe heeft verhinderd. Het is uiteraard niet de exclusieve verdienste van de sociaal-democratie dat de ellende van tachtig jaar geleden zich niet herhaalt, maar het is wel rechtvaardig de vraag te stellen waar wij nu zouden zijn gebleven zónder de sociaal-democratie.

Per saldo is de rol van de staat sindsdien zodanig toegenomen, dat armoede en ontberingen in landen als het onze konden uitblijven. Deze eenvoudige constatering verheft de staat niet boven kritiek, maar is wel een noodzakelijke kanttekening bij de liberale heiligverklaring van de markt en het populistische gekanker op ‘de politiek’, lees: de sociaal-democratie, mikpunt van de anti-politiek.

Daar heeft de DSB-heisa weer sterke staaltjes van laten zien. Agnes Kant, leider van de Socialistische Partij, zag kans in een televisiediscussie over de DSB Bank op 14 oktober vier keer te herhalen dat „het de schuld van de politiek” was wat er in Wognum misging. „De grootste verantwoordelijkheid ligt bij de politiek”, zei ze, daarmee zichzelf dus buiten ‘de politiek’ plaatsend. En dat is nu precies de anti-democratische wezenstrek van elk populisme.

Kant was in het gezelschap van DSB-personeel („wij voelen ons gepakt door de politiek”), dat als één man en vrouw ‘achter Dirk’ stond en dus veel lof oogstte van mevrouw Kant voor de „bijzondere saamhorigheid en betrokkenheid bij het bedrijf”. De kleffe saamhorigheid met de baas (‘we zijn één familie’), duidt op een behoefte aan gemeenschapsgevoel dat in opvallend contrast staat met het te Wognum vertoonde speculeren op hebzucht en egoïsme.

Zelden heb ik zulke fantastische omdraaiingen gehoord als de afgelopen dagen over en uit de mond van de megalomane scharrelaar die ook volksheld was, de profiteur die weldoener was, de hoeder van de gemeenschap en van het saamhorigheidsgevoel die tegelijk het opperste egoïsme belijdt. Zelden heb ik iemand zo verbazingwekkend zien switchen tussen een natuurlijk altruïsme, vervuld van de behoeftige medemens, en een zelfzuchtige verongelijktheid, die ‘de politiek’ zijn zelfverbranding aanwrijft.

Maar er is een publiek voor. Dat bestaat uit de grote groepen ontevreden burgers die door de Duitse filosoof Peter Sloterdijk worden aangeduid als ‘de mediamassa’, gevormd door de massamedia, de gemakkelijk te manipuleren en te verleiden, moleculaire massa. Ik dacht nog even te maken te hebben met een ultieme vorm van ironie toen ik het spandoek ‘Dirk onze held’ zag, maar het was geen ironie. Het was een echo van de woorden van premier Balkenende, die kortgeleden op een CDA-bijeenkomst in het AZ-stadion over Scheringa zei: „Je bent een voorbeeld voor ons allemaal, je speelt een geweldige rol in de financiële sector. Ik vind dat fantastisch. We zijn trots op je.”

Wat eiste Scheringa van ‘de politiek’ anders dan het garanderen van zijn eigenbelang? De staat moet niet de willekeurige privébelangen behoeden, hij is er, zoals Wouter Bos wel, maar de SP niet begrijpt, voor het kanaliseren van deelbelangen.

Beter dan ‘de politiek’ in staat van beschuldiging te stellen, had Agnes Kant dan ook aan de werknemers van DSB het beroemde gedicht van Willem Elsschot ‘Lamme smeerlap, met je baard’ uit 1934 kunnen voordragen, over een paternalistische Schiedamse ondernemer. Deze smeerlap liet zijn personeel alles ‘lijdzaam’ verkroppen, maar ooit, zo waarschuwde Elsschot, zou het wraak nemen:

dan word jij benoemd per seom de piesbak en de pleeschoon te maken als het hoortin de Beurs of Delftse Poort.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/etty (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)