'Kampioenen worden niet geboren, maar gemaakt'

In zijn hart blijft Jos Lansink een Nederlander. Sinds 2001 komt hij voor België uit. „Of ik het Belgische volkslied uit mijn hoofd ken? Nee.”

„Joske? Die woont verderop, aan de rand van het bos.” Een inwoner van het Vlaamse dorp Meeuwen wijst zonder moeite de weg naar het paardencomplex van Jos Lansink. De springruiter mag dan geboren Nederlander zijn, hij won wel een aantal prijzen voor België. „We mogen hem zeer graag”, voegt de vrouw er voor alle duidelijkheid aan toe.

Het woord ‘complex’ doet eigenlijk geen recht aan het tien hectare omvattende paardenparadijs. De buitenpiste ligt verscholen achter drie trailers, waarop in zwierige letters de naam van de wereldkampioen is geverfd. Pal ervoor een stapmolen, waarin 46 viervoeters dagelijks hun conditie op peil houden. Binnen een dekhok, laboratorium en medicinaal bad. „We mogen niet ontevreden zijn”, zegt Lansink in de kantine, waar zijn onderscheidingen liggen uitgestald als waren het aankopen van een rommelmarkt.

Lansink is deze week een van de publiekstrekkers op het Noordelijk Internationaal Concours hippique (NIC) in Assen. Hij rijdt zonder zijn toppaard Cumano, dat met een blessure kampt. „In onze sport ben je afhankelijk van je materiaal”, zegt Lansink in de smetteloze kantine. „Je kunt je hele seizoen afstemmen op één toernooi. Maar als je paard een dag voor de start met een dik been in de box staat, kun je daar als ruiter niets tegen ondernemen.”

In 2001 zorgde u voor opschudding door uw Nederlandse paspoort voor een Belgisch te verruilen. Waarom?

„Het vierjarige contract bij mijn toenmalige werkgever Leon Melchior liep af. Melchior had sinds enige tijd een stamboek voor springpaarden in België en wilde graag iets terugdoen voor de Belgische paardensport. ‘Ik verleng je contract voor onbepaalde tijd’, zei hij. ‘Maar dan moet je wel de Belgische nationaliteit aannemen.’ Vijf maanden heb ik alle voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen, toen ben ik overstag gegaan.”

Dat is nogal wat: iemand vragen zijn nationaliteit op te geven in ruil voor een contract.

„Ik heb er alles aan gedaan mijn Nederlandse staatsburgerschap te behouden. Eerst hoopte ik nog dat Melchior zijn eis zou intrekken. Toen dacht ik: misschien krijg ik wel een mooi aanbod van een Nederlandse paardenfokker, dus laat ik mijn plannen onder de aandacht brengen. Maar ja, toen de mooie aanbiedingen uitbleven, restte mij weinig dan het aanbod van Melchior te accepteren. Ik had vier jaar naar tevredenheid voor hem gewerkt. En een eigen bedrijf oprichten leek mij op dat moment een hachelijke onderneming. Bovendien ging ik ervan uit dat de samenwerking tussen Melchior en mij nog lang zou standhouden.”

In plaats daarvan werd u na vier jaar ontslagen. Hoe kwam dat?

„In het voorjaar van 2004 vroeg Melchior met welk paard ik later dat jaar naar de Olympische Spelen in Athene wilde. Zelf had hij Caridor op stal staan, maar die was niet 100 procent fit. Mijn voorkeur ging uit naar Cumano, die bij Melchior in de dekdienst stond, maar aan een andere eigenaar toebehoorde. ‘Als ik vandaag zou moeten beslissen, dan kies ik voor Cumano’, antwoordde ik steeds als hij weer aandrong. ‘Want mijn keuze gaat uit naar het paard dat het beste in vorm is.’ Waarop hij zei: ‘dan ben je nu ontslagen’.

Melchior staat bekend als een eigengereide paardenhandelaar. Realiseerde u zich de consequenties?

„Ik praatte altijd vrijuit met Melchior – daarom heb ik het waarschijnlijk ook zo lang met hem volgehouden. Dus toen hij mij ontsloeg, was ik behoorlijk van de kaart. Van de ene op de andere dag stond ik op straat. Ik bezat geen paard, kon alleen maar hopen dat de eigenaar van Cumano me zou helpen. Dat gebeurde ook. We huurden een paar stallen, en niet lang daarna volgde in Calgary ons eerste grote succes. Sindsdien hebben Cumano en ik veel prijzen gewonnen, met de wereldtitel, drie jaar geleden, als hoogtepunt.”

Het toeval wilde dat u net een villa had gekocht in het Belgische Lanaken, net over de Nederlandse grens nota bene net naast uw oude werkgever.

Lansink glimlacht. „Dat gaat nou eenmaal zo hè? Aanvankelijk had ik er echt wel moeite mee hem te groeten, maar inmiddels zie ik Melchior wekelijks en train ik zelfs zijn dochter. En ik vlieg af en toe met hem mee naar concoursen in zijn privéjet.”

Is het voorval nog eens ter sprake gekomen?

„Jazeker. Melchior zei dat hij het als de grootste fout in zijn leven beschouwt.”

Heeft u overwogen weer Nederlander te worden?

„Ja, ik was boos over mijn ontslag en voelde mij nog altijd Nederlander. Ik ben geabonneerd op een Nederlandse krant en kijk meestal naar de Nederlandse televisie. Het Belgische volkslied? Ik zou liegen als ik beweer dat ik het uit mijn hoofd ken. De Nederlandse hippische bond heeft nog een goed woordje voor mij gedaan, maar het was allemaal niet zo makkelijk als wij hoopten. Toen dacht ik: we gaan door op de ingeslagen weg.”

De 48-jarige Jozeph Johannes Gerardus Marinus Lansink kijkt niet om in wrok. „Als ik mijn loopbaan opnieuw zou moeten uitstippelen, zou ik precies hetzelfde doen”, zegt hij. Hij heeft hard moeten werken om zijn imperium op te bouwen. „Want vergis je niet, wij springruiters doen grote investeringen, en krijgen daar relatief weinig voor terug.” De meeste overwinningen leveren volgens Lansink dertig- tot zestigduizend euro op. Alleen bij de grote concoursen kun je tonnen aan prijzengeld winnen.

Denken aan stoppen doet Lansink niet. Ook niet nu zijn 16-jarige toppaard Cumano het einde van zijn carrière nadert. „Zo gemakkelijk geef ik mij niet over. Ik zal er alles aan doen om Cumano een mooi afscheid te bezorgen. Mogelijk kunnen we daarna met hard werken een jong paard naar de top begeleiden. Een kampioen wordt niet geboren maar gemaakt. Als je de juiste knoppen beroert, kun je veel bereiken.”

Toen Lansink Cumano onder zijn hoede nam, kreeg hij regelmatig de vraag wat hij met „die tractor” van plan was. „Mensen vonden hem groot en lomp, ze begrepen niet wat ik in hem zag. Maar door de jaren heen is hij veel atletischer geworden. En hij pikte dingen sneller op dan verwacht. De tractor groeide gaandeweg uit tot een professor.”

Veel ruiters proberen te voorkomen dat hun hengsten in hun bloeiperiode dekken, uit angst voor een gedragsverandering.

„Cumano dekt van februari tot mei. In de resterende maanden richt hij zich volledig op de sport. Ik geef toe dat de dekdienst tot een gedragsverandering heeft geleid; hij laat zich graag gelden en is behoorlijk vurig. Daarom is het belangrijk dat we goede afspraken met hem maken.”

Afspraken?

„Hij weet welk halster hij aankrijgt als hij naar het dekhok toe moet. Hij weet wie hem daarbij helpt. En als hij mij in het dekhok ziet verschijnen, weet hij dat er serieus werk aan de winkel is. Met goede begeleiding dwing je bij een paard respect af. Zonder wenken weet hij niet wie de baas is.”

En dan volgt een machtsstrijd.

„Vaak wel. En de ervaring leert dat het paard negen van de tien keer als sterkste uit de strijd komt.”