Hertenbenen in gele galop

Ook tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven: de tentoonstelling Paper Zoo.

Het is een bijzondere dierentuin vol uitgestorven en gemuteerde dieren van papier.

Theepotten, lampen, stoelen en ander meubelwerk, ingenieus technisch vernuft en ecologische innovaties. Alle aspecten van design komen volop aan bod tijdens de Dutch Design Week. En daarom is de tentoonstelling Paper Zoo zo leuk; het is wel vormgeving, maar niet toegepast.

Het enige toegestane materiaal is dat waar menig vormgever alleen maar z’n schetsjes op maakt: papier. En ook de entree, de sokkels, de muren, alles is van papier.

Op deze tentoonstelling geen functionele producten, hier betreed je een dierentuin voor uitgestorven of gemuteerde dieren, sommigen zelfs met een volledig uitgewerkte biotoop en levensgeschiedenis, al dan niet ontsproten aan wilde fantasie. Alle ontwerpen zijn van oud-studenten van de Design Academy.

Het begrip papier is ruimer dan je zou denken. Het varieert van toiletpapier tot bruin karton, van kranten, koffiefilters tot boterhamzakjes. Ook pornoplaatjes, behang en Chinese parapluutjes uit een kinderijsje.

Het omvangrijkste werk is van ontwerper Florian de Visser, vorig jaar cum laude afgestudeerd met onder meer het werk OudsNieuws (ook van papier), dat nu te zien is in het Designhuis. Voor Paper Zoo maakte hij een voedselketen met aan de basis de witte ‘Avier’. Dit dier is niet meer dan een slordige hoop A4tjes met een grote opengeklapte bek waarin zaagsel ligt.

De Avier is een herbivoor en eet nexters, in smalle reepjes gesneden krantenpagina’s, die zich als vogels door de hele ruimte verspreiden. Ze heten nexters omdat nrc.next de enige krant met het goede formaat bleek en er dankzij de grote foto’s kleurrijke vogels van te maken zijn. De nexters worden weer gegeten door de pakpapieren, grote dozen op lange poten. Er blijven enkel skeletten over; het kolomwit van de krantenpagina’s, alle tekst en beeld is er tussenuit gegeten.

Je kan het ook als papierevolutie uitleggen: de Avier is het begin van de papieren evolutie, ontstaan uit hout, en wordt gerecycled tot enerzijds wc-papier – waar de evolutie stopt – of anderzijds tot krant.

Maar het kan ook minder letterlijk. Laurens Manders en Daphna Isaacs Burggraaf maakten grote hangende dieren die alleen uit cellen bestaan. De textuur wordt gevormd door heel veel aan elkaar geplakte opgeblazen witte zakjes. Een kleinere versie ligt op de grond en wordt langzaam boller en platter; hij ademt. Hier is het papier het omhulsel voor de lucht die het kunstwerk tot leven wekt.

Papier bij Maarten Kolk en Guus Kusters is enkel het materiaal, hun werk gaat over beweging. Zij hebben de bewegingen van dieren teruggebracht tot fragmenten. Bijvoorbeeld in een op de wand geprojecteerde stop-motionfilm, Silent Motion waar te zien is hoe het duo met post-its de bewegingsgang van een kudde herten uitbeeld. Onder een rechte horizontale lijn zie je de poten rennen, verkregen door steeds verplaatste post-its. Ranke hertenbenen in gele galop. Daarboven hangt een slinger dwars door de ruimte. Het zijn uit grijs papier geknipte vogelvleugels, achter elkaar geplaatst aan een touw, precies als een verjaardagsslinger.

Maar papier kan ook een vachtstructuur zijn, in de vorm van honderden uitstekende kartonnen puntjes. De zaal wordt gedomineerd door drie reusachtige kartonnen dinosaurussen van Ephameron (de Vlaamse Eva Cardon), in elkaar gezet als een tweedimensionaal bouwpakket. Ze hebben gezeefdrukte veren, schubben of haren, waardoor ze verwantschap krijgen met vogels, vissen en zoogdieren.

Al met al overheerst een behoorlijk conceptuele aanpak, waarbij papier toch vooral behandeld wordt als een flexibele, veelzijdige grondstof. Maar in een overwegend wit met bruine ruimte gevuld met grote veelhoekige onhandige sokkels – waar menig bezoeker over struikelt – en kunstwerken in weinig opvallende kleuren, namelijk wit, krant of bruin, is het hoekje met kleiner en kleurrijker werk toch echt een verademing.

Daar is ruimte voor het fijnere papierpriegelwerk, en voor veel mooie, subtiele ideeën. Zoals de Sunflowerbee. Deze uitgestorven bij op het briefje van 50 gulden van Ootje Oxenaar, leefde maar twintig jaar, van 4-1-82 tot 1-1-2002. Egbert-Jan Lam prikte het diertje op een speld en vereeuwigt het, iets boven zijn bankbiljet uitgetild.

Tot slot nog een rijtje opgeprikte vlinders van Jorine Oosterhof, opgeleid aan de kunstacademie in Arnhem. Het zijn zogenaamde Royal Flush butterflies, geknipt uit speelkaarten. Ze zijn erg zeldzaam, en zeer begerenswaardig voor hen die van een gokje houden. Hun leefgebied, waar je ze alleen met veel geluk tegenkomt: Las Vegas.

Tentoonstelling

Paper Zoo. Mutanten en extincten

Witte Dame (1e etage), Emmasingel 20 Eindhoven. Toegang gratis.