'Geld klotst hier niet over de plinten'

De Friese commissaris der koningin Jorritsma begon pas deze maand aan twee onbetaalde nevenfuncties. Zijn collega’s hebben er veel meer – vaak betaald. „Ik ben geen eurograbbelaar.”

De provincies staan in een kwaad daglicht. Hoge declaraties van gedeputeerden, peperdure snoepreisjes, bonnetjesaffaires, bijklussende commissarissen. De Friese commissaris der koningin John Jorritsma (VVD) onderstreept dat het beeld in veel gevallen niet klopt. „Iedereen roept wat, maar aan waarheidsvinding wordt niet gedaan. Daar stoor ik me aan.”

Neem de declaraties van alle Nederlandse provincies waarover RTL met beroep op de WOB onlangs berichtte. Friesland viel op door de gemiddeld hoge declaraties per gedeputeerde. Jorritsma: „We zeiden erbij dat in het totaal bedrag ook de kosten van de nieuwjaarsreceptie, een multicultureel jongerendebat, de kosten voor de ontvangst van de koningin in Makkum en het afscheid van mijn voorganger Nijpels zaten.” Dit bleef onvermeld. „Er wordt onterecht een beeld van ons neergezet als grabbelaars. Maar ik ben geen eurograbbelaar.” Overigens was er kritiek op de afscheidsreis van Nijpels met het college van Gedeputeerde Staten naar Rome. Jorritsma: „Ik was daar niet bij. Maar als ik ooit afscheid neem, ga ik niet naar Rome.”

Of neem de nevenfuncties, waarover weekblad Binnenlands Bestuur berichtte. Hanja Maij-Weggen, voormalig commissaris van de koningin in Noord-Brabant, viel op met 140 erefuncties. „Maar die kosten tijd noch geld. Alleen je naam is eraan verbonden”, aldus Jorritsma. Maar is de functie van commissaris geen parttime baan? Zo had zijn voorganger Ed Nijpels (VVD) in het laatste jaar van zijn commissarisschap 24 deels betaalde bijbanen. Of neem Jan Franssen, zijn VVD-collega in Zuid-Holland, die er twaalf heeft.

Partijgenoot Jorritsma doet het anders. Pas na anderhalf jaar nam hij deze week twee onbetaalde bijbanen op zich. Hij stort zich naar eigen zeggen op zijn hoofdbaan. „Ik wil mijn functie maximaal invullen. Daar heb ik een meer dan fulltime baan aan. Ik draai meer dan 70 uur per week.” Maar hoe doen zijn collega´s met veel meer nevenfuncties dat dan? „Misschien zijn die slimmer dan ik”, zegt hij. „Misschien doen zij het met een andere inzet, met een andere overtuiging, met andere kennis en middelen. Het heeft te maken met je eigen opvatting. Ik ben primair commissaris en zit hier primair voor deze provincie.” Na zijn benoeming in 2008 vroegen landelijke bedrijven of hij een commissariaat wilde vervullen. „Maar ik wilde me hier eerst settelen en wennen aan mijn nieuwe rol.”

Bijbanen moeten vooral een maatschappelijk nut hebben, vindt Jorritsma. Daarom werd hij deze week voorzitter van de Raad van Toezicht van de maag-, lever- en darmstichting en van Healthy Aging, een project van het UMCG en het noordelijk bedrijfsleven, waarin de gezondheid van ouderen door de jaren heen wordt gevolgd. „De maag-,lever- en darmstichting is een relevante club. Zeker als je bedenkt dat maag-, lever- en darmziekten in de top vier van meest voorkomende volksziekten staan. Dertien procent van de sterfgevallen in ziekenhuizen zijn gevolg van deze aandoeningen.”

De functie van commissaris der koningin is na de invoering van het dualisme juist intensiever geworden, vindt hij. „Je hebt zware verantwoordelijkheden. Je bent voorzitter van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en van het presidium. Je bent de verbindende figuur in de provinciale organisatie. En je moet een goede ambassadeur in Den Haag en Brussel. In Friesland word je bovendien geacht het gezicht te zijn van de provincie. Het provinciebestuur heeft hier een centrale rol, anders dan in Noord- of Zuid-Holland.”

John Jorritsma bereidt zich met zijn Fryslân voor op financieel „magere jaren”. Ook de provincies moeten, anders dan het beeld dat heerst van een rijke bestuurslaag, de tering naar de nering zetten. Friesland moet 25 miljoen bezuinigen. Maar kreeg Friesland als aandeelhouder niet een hoop geld uit de verkoop van de Nuon-gelden?

„Ja”, geeft Jorritsma toe. „Gedurende zes jaar krijgen we 1,3 miljard. De eerste 560 miljoen zijn al binnen. Maar mensen vergeten dat we het dividend van de aandelen, 40 a 45 miljoen per jaar, kwijt zijn. Om hetzelfde uit de verkoop te halen zouden we een rendement van 5 procent uit die 560 miljoen moeten krijgen op ons weggezette geld. Dat lukt niet. Met andere woorden: we zijn als provincie niet rijker geworden. Het beeld dat het geld hier over de plinten klotst klopt niet.”