Een Hema of Bruna kun je zo beginnen

Ondernemers die een eigen zaak een te grote stap vinden beginnen vaak een franchise.

Locatie en reclame zijn geregeld, maar een franchise betekent weinig vrijheid.

(Illustratie Roel Venderbosch) Venderbosch, Roel

Het lijkt ideaal. De locatie is al bepaald. Over de inrichting hoef je niet lang na te denken, die ligt ook al vast. En klanten komen vanzelf. De merknaam heeft de Hema, Bruna of McDonald’s namelijk al lang voor jouw komst opgebouwd.

Jonge ondernemers die een eigen bedrijf (nog) een te grote stap vinden, haken vaak aan bij een formule. Ze beginnen een franchiseonderneming, waarbij ze de leiding krijgen over een filiaal van een winkelketen. Een ondernemingsvorm met relatief weinig risico – die toch nadelig kan uitpakken.

Daarom: vijf vragen die elke potentiële franchiseondernemer zichzelf moet stellen voor hij begint.

1Wat is het verschil met een reguliere ondernemer? Een franchiseondernemer verbindt zich voor gemiddeld vijf jaar aan een merk. Vaak is een kant-en-klare locatie beschikbaar en profiteert een franchiseondernemer van gezamenlijke inkoop en marketing.

Franchise is geen garantie voor succes. Houd er rekening mee dat bij een jonge franchiseketen informatie over omzet en winst gebaseerd is op aannames. Dat hoeft niet slecht te zijn, maar toets de cijfers wel.

Volgens Jos Burgers, directeur van de Nederlandse Vereniging Franchise Vereniging (NVF), is het belangrijk veel kennis over de branche op te doen. „Als de brutowinstmarge van een franchisefiliaal sterk afwijkt van het gemiddelde, moet je navragen hoe dat komt.”

2Hoe verschillen de franchiseketens van elkaar? Binnen franchise wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘hard’ en ‘soft’. Bij een harde franchiseorganisatie (Hema, McDonald’s) zijn er meer regels over bijvoorbeeld assortiment, prijsniveau en winkelaankleding. Voordeel is dat meer zaken collectief zijn geregeld, zoals marketing en ondersteuning. Bij soft franchise (Smulwereld, Huiz Makelaars) heeft de ondernemer meer vrijheid, bijvoorbeeld bij assortiment en inkoop. Let wel op: dit kan een risico vormen, doordat de formule minder herkenbaar is voor de consument.

Veel fastfood-franchiseketens stimuleren dat een ondernemer op termijn meer filialen opent. Andere ketens, zoals uitvaartorganisaties, staan dit juist niet toe, omdat het niet past in het bedrijfsmodel.

3Wat zijn de verplichtingen? De franchiseondernemer betaalt een bepaalde vergoeding, meestal een eenmalig instapbedrag en een jaarlijks terugkerende fee. Ook kennen veel franchiseformules een afnameverplichting voor de grondstoffen of producten. Zoek altijd uit of de prijzen wel marktconform zijn. Gezamenlijke inkoop levert voordelen op, mits de franchisegever de franchiseondernemers ook laat meedelen.

4Hoe wordt de locatie bepaald? De organisatie kiest op basis van ervaring en marktonderzoek een plaats waar het bedrijf goed tot zijn recht komt. Maar de ondernemer moet ook huiswerk doen. Vraag altijd waarom een eventuele eerdere franchiseondernemer van de locatie is vertrokken. Zoek ook uit of de locatie nog wel aantrekkelijk is. Je weet namelijk nooit of er zich na het marktonderzoek ineens concurrenten in het gebied hebben gevestigd.

5Wat zijn de risico’s? Onderdeel zijn van een keten verlaagt ondernemersrisico’s. Jos Burgers van de NVF geeft aan dat als de zaken niet goed gaan, de franchiseorganisatie bijspringt. „Bijvoorbeeld door meer geld aan marketing te besteden.”

Toch loopt de ondernemer wel degelijk risico’s. Hij heeft vaak meer verplichtingen dan een individuele ondernemer. De eigen investering is vaak relatief beperkt. Meestal is dit eigen geld (15.000 euro, afhankelijk van de keten) de basis voor een grotere som die moet worden geleend. Bij een faillissement blijft de ondernemer met een schuld achter.

Burgers ziet dat vooral jonge franchiseorganisaties nogal eens te grote ambities hebben. „Dan willen ze in het eerste jaar twintig vestigingen openen. De ondernemer die twijfelt kan dan beter voor een keten kiezen die al wat langer bestaat.”