DSB Bank zelf debet aan bankroet, maar ...

Minister Bos noch DNB hebben de structurele problemen veroorzaakt die leidden tot de ondergang van de DSB. Maar Wellink heeft veel uit te leggen, zegt Sweder van Wijnbergen.

En zo is het toch misgelopen. Maandagochtend viel het doek voor DSB Bank. Een begrijpelijkerwijs emotionele Dirk Scheringa haalde hard uit op een persconferentie later die dag: DSB was onderuitgehaald door boekhoudkundige trucs, kapotgemaakt door Pieter Lakeman, het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank. DNB gaf gewoontegetrouw geen commentaar maar minister Bos (Financiën, PvdA) ging in een persconferentie uitgebreid in op de beschuldigingen. In een vergelijking die logica-experts nog wel even bezig zal houden, gaf hij aan dat een zwemmer die niet gered wordt verdrinkt omdat hij niet kan zwemmen, niet omdat hij niet gered werd.

Bos had met die aparte metafoor wel een punt. DSB had twee structurele problemen, waar geen van de drie beschuldigden iets mee te maken hadden. Aan de activazijde was DSB een agressieve koppelverkoper van transparante hypotheken en zeer ontransparante koopsompolissen. Op de eerste werd een lage rente geboden die meer dan gecompenseerd werd door extreem hoge marges op de koopsompolissen. Banken zoals de Rabo, waar al te agressieve koopsompolispraktijken niet zijn toegestaan. , werden zo weggedrukt. Hoewel er waarschijnlijk niets illegaals was aan de praktijken van DSB, overschreed de bank wel breed gedragen ethische grenzen. De daarover recent weer opgeleefde commotie maakte dit businessmodel onmogelijk.

Dodelijker was de manier waarop DSB aan de passivazijde zijn praktijken financierde. Scheringa stelde dat hij in tegenstelling tot andere banken niet onderuitging door beleggingen in Amerikaans subprime-gif, maar gebruikte wel dezelfde agressieve securitizatietechnieken als hoofdbron van financiering: hypotheken werden gebruikt als onderpand voor dikwijls complexe obligaties waarmee geld opgehaald werd in de kapitaalmarkt. Op zich is daar niets mis mee; het is gewoon een innovatieve manier om kleinere leningen toch in de grote kapitaalmarkt te financieren. Het oorspronkelijke idee van de techniek was daarbij ook om het risico in de kapitaalmarkt door te plaatsen naar spelers die een sterkere balans hebben dan de gemiddelde bank.

Het probleem is dat er in de praktijk misbruik gemaakt werd van die financieringstechniek, ook door DSB. Veel van het risico kwam via dikwijls ondoorzichtige omwegen toch bij de bank terug, buiten zicht van de toezichthouder, en de financiering van langlopende hypotheken kwam uiteindelijk dikwijls uit kortetermijnbronnen. Op deze manier loopt de bank een extreem liquiditeitsrisico. De activa zijn langetermijnleningen, maar als de kortetermijnfinanciering opdroogt, ontstaan er verschrikkelijk snel gigantische financieringsgaten. Zo zijn bijvoorbeeld Northern Rock in Engeland en de Duitse bank IKB bezweken. Ook DSB liep tegen dit probleem aan toen de particuliere securitizatiemarkt plotseling opdroogde in 2007. Toenmalig chief financial officer (CFO) Gerrit Zalm reageerde met een agressieve actie om spaargeld binnen te halen. Maar DSB kon er niet omheen aanzienlijke gaten in de liquiditeit te vullen met kortetermijnleningen van de Europese Centrale Bank (ECB), met hypotheken wederom als onderpand.

De liquiditeitsval klapte dicht toen midden tijdens de door Lakeman veroorzaakte commotie, de DNB verordonneerde dat er voortaan substantiële overdekking gegeven moest worden bij de ECB: meer hypotheken als onderpand voor elke van de ECB geleende euro. Hierdoor verkrapte de liquiditeitsruimte met 800 miljoen. Tevens moest een door de DNB zelfbedachte lening aan DSB-beheer, die alleen maar betaald kon worden uit DSB-dividenden aan datzelfde DSB-beheer, plotseling afgeboekt worden. Dit waren de boekhoudkundige trucs waar Scheringa het tijdens zijn persconferentie over had.

Tegelijkertijd kwam naar buiten dat er op de hypotheekportefeuille fors afgeboekt moest worden ten gevolge van door de koopsompolissen veroorzaakte betalingsproblemen. Vandaar de eis van DNB tot overdekking: die hypotheken waren minder waard dan hun oorspronkelijke bedrag.

Door alle afboekingen kreeg DSB een negatief eigen vermogen. Bos had dus gelijk: er was meer aan de hand dan alleen maar een liquiditeitsprobleem. Simpelweg 100 miljoen bijstorten, zoals hem gevraagd werd als ‘plan B’, was nooit genoeg geweest: de curatoren schatten dat DSB ondertussen een negatief eigen vermogen had van meer dan 300 miljoen. En een ondergekapitaliseerde bank weer in de markt zetten, is een recept voor een nieuwe bankrun, het zwarte gat waarin Bos zijn 100 miljoen zag verdwijnen. Bos’ beslissing om niet over de brug te komen, was dus wel terecht: dat zou vele malen meer hebben gekost dan die 100 miljoen om DSB te redden, en dat voor een bank wiens deconfiture op dat moment evident geen systeemcrisis zou veroorzaken. Bos’ ministerie kan het lek verweten worden over het aankomende DNB-ingrijpen dat vorige week een soort echo op de Lakeman-run veroorzaakte, maar beide bankruns waren symptomen van een dieper probleem dat DSB zelf veroorzaakt had.

De positie van De Nederlandsche Bank is minder helder. Allereerst die afboeking van de lening aan DSB-beheer. Een lening die alleen terugbetaald kan worden als de crediteur voldoende geld overmaakt naar de debiteur, is de facto een gift, geen lening, en had sowieso nooit voor vol op de boeken mogen staan. De afboeking was dus wel terecht, maar had veel eerder moeten gebeuren. Idem dito de afwaardering van de hypotheken of afgeleide producten als onderpand. Ook daar had men veel eerder problemen moeten zien aankomen, gezien de zich verdiepende recessie en de gemiddeld economisch zwakke positie van de DSB-klanten.

En zelfs een oppervlakkige analyse van de jaarrekeningen van 2007 en 2008 – beschikbaar op de website van DSB – lijkt meer problemen aan te geven. DSB blijkt al in 2007 een verrassend lage voorziening voor slechte leningen op zijn balans te hebben gezet, nauwelijks 1 procent van het officiële totaal van leningen. En die post ging, ondanks de verslechterende economie, in 2008 nog verder omlaag. Een normale bank heeft in normale omstandigheden zo’n 2 procent voorzieningen voor slechte leningen, een bedrag dat in een stevige recessie makkelijk oploopt tot een procent of 6; dus zo’n 300 miljoen of meer in het geval van DSB. Niet toevallig ongeveer het bedrag dat de curatoren extra willen afboeken. Meer voorzieningen betekent minder (of geen) winst, en minder eigen vermogen; de jaarrekeningen 2007 en 2008 lijken veel te optimistisch.

De grote vraag aan DNB luidt: waarom zijn die lage voorzieningen niet eerder als probleem aangekaart? Als DNB vroeg en dwingend bij DSB aan de bel had getrokken, waren er eerder tegenmaatregelen genomen, en was een faillissement misschien te voorkomen geweest.

Heeft de toezichthouder zich wat op de vlakte gehouden in de hoop dat het later allemaal wel mee zou vallen, wat in vaktaal bekendstaat als regulatory forbearance? Onderzoek door het IMF geeft aan dat zo’n opstelling door toezichthouders een van de grootste oorzaken is van de uiteindelijk hoge maatschappelijke kosten bij een bankencrisis: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Wellink is net zo opgetreden rond IceSave. Hoewel hij daar formeel geen toezichthouder was (dat was de IJslandse centrale bank), schond IceSave in juni al de in mei gemaakte afspraak zich tot 500 miljoen spaargeld te beperken. Wellink gaf aan niet aan de bel getrokken te hebben om geen run op IJsland te veroorzaken. Uiteindelijk kwam die run er natuurlijk toch, maar nu een paar maanden en een extra twee miljard schade later, mede dankzij Wellinks zwijgen.

Uiteindelijk heeft noch minister Bos noch de DNB de structurele problemen veroorzaakt die de echte reden zijn van de ondergang van de DSB. Maar toezichthouder DNB heeft veel uit te leggen over de veel te late verstrakking van de boekhoudregels waardoor de DSB over de afgrond ging. Als de toezichthouder niet zo afwachtend geweest was en eerder op de duidelijk zichtbare alarmsignalen gereageerd had, was een minder dramatische ontknoping misschien mogelijk geweest. Net als bij IceSave blijkt een toezichthouder die afwacht in de hoop op betere tijden de belastingbetaler en de private slachtoffers van de deconfitures behoorlijk op kosten te jagen.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.