De cadetten van Magelang streven naar de top

President Yudhoyono, die vandaag zijn tweede termijn begint, werd er opgeleid: de militaire academie. Cadetten over het nieuwe leger na Soeharto.

Met grote haast schrokken honderden cadetten hun lunch naar binnen. Allemaal een blik met rijst, kip, kool en een banaan. „Niet te veel ervan genieten!”roept de commandant. „Jullie hebben vijf minuten.” De jongens in gevechtsuniform hebben net getraind op een grasveld bij de militaire academie. Achter hen het Javaanse landschap, de vulkanen Sumbing en Sindoro torenen boven hen uit. „Wie heeft het nog niet op?” Een paar handen gaan omhoog. Wie te laat is, moet koprollen maken over het gras.

Deze jongens van een jaar of twintig worden het nieuwe topkader van het Indonesische leger. Ze zitten op de Akademi Militer in Magelang, Midden-Java. Oftewel de Akmil, de opleiding voor officieren van de landmacht, het meest prestigieuze onderdeel van de strijdkrachten.

Het is een instituut met historie. Aan de muur hangt een foto van oud-student Susilo Bambang Yudhoyono, generaal b.d. en vandaag ingehuldigd voor zijn tweede termijn als president van Indonesië. Ook meer omstreden generaals zijn hier opgeleid. Zoals de Wiranto en Prabowo. Wiranto was chef-staf onder oud-president Soeharto en diens opvolger, president Habibie. Tegen Wiranto is in 2004 een internationaal opsporingsbevel uitgevaardigd door een VN-tribunaal in verband met mensenrechtenschendingen door het Indonesische leger in Oost-Timor, in 1999. Ex-bevelhebber Prabowo Subianto van de strategische reservetroepen wordt onder meer in verband gebracht met het orkestreren van de bloedige rellen in 1998, die de directe aanleiding waren van de val van president Soeharto.

Sindsdien is er veel veranderd. Het leger heeft politieke invloed ingeleverd. De strijdkrachten zijn op weg een professioneel leger te worden, ondergeschikt is aan de democratisch gekozen regering. Deze maand moet weer een deel van de hervormingen zijn voltooid: het leger moet al zijn belangen in bedrijven hebben afgestoten.

In hun naar jongenszweet ruikende woonruimte vertellen enkele derdejaars cadetten over hun ambities. In hun kast staat Het moet kunnen, het boek van president Yudhoyono. „Van helemaal onderop heeft hij de top bereikt”, zegt Agus Budi Wiyono (22), wiens vader traditionele hapjes uit Yogyakarta verkoopt. „Misschien kan ik ook de hoogste baas van het leger worden.”

Ze weten heel goed dat een militaire carrière niet langer automatisch gekoppeld is aan bestuurlijke macht. „Vroeger kon je als hoge officier ook minister zijn”, zegt de 21-jarige Dwi Sukohadi, zoon van een tweesterren-generaal. Plechtig zegt hij: „Nu richten wij ons geheel op ons werk als beschermer van de natie.”

Vóór 1998 kwam een groot deel van de gouverneurs, regenten en ministers uit het leger. Een kwart van de zetels in het parlement werd automatisch bezet door militairen. Nu komen militairen pas na hun pensionering in aanmerking voor bestuurlijke functies. Zij hebben ook geen stemrecht. De militaire fractie in het parlement werd in 2004 opgeheven.

„We bereiden de cadetten voor om commandant in het veld te worden”, zegt gouverneur Sabar Yudo van de militaire academie. De sociaal-politieke vakken zijn uit het curriculum verdwenen.

Met de democratie kwam elf jaar geleden ook de aandacht voor mensenrechten. Sabar vertelt dat de cadetten leren dat de wet het laatste woord heeft, dat ze leren over internationaal recht. „Vroeger zeiden we: het is schieten of beschoten worden”, zegt gouverneur Sabar Yudo. „Nu leren cadetten dat ze gevangenen ook moeten behandelen als mensen.”

Maar praten over de vele mensenrechtenschendingen die het Indonesisch leger pleegde tegen de eigen bevolking, en volgens sommigen nog steeds pleegt in Papoea, ligt gevoelig. Onlangs nam Sabar nog een paar cadetten mee naar Jakarta om generaal b.d. Prabowo te ontmoeten. Is hij geen slecht voorbeeld, vanwege zijn omstreden optreden in het verleden? „Daar praten we natuurlijk niet over. We nemen ze alleen mee om de goede dingen van hem te leren.”

Teguh Widakdo (21) is de beste van zijn jaar, net als president Yudhoyono dat ooit was. Hij zit kaarsrecht in zijn strakke tenue, zweetdruppeltjes op zijn slapen. Over de mensenrechtenschendingen in Oost-Timor mompelt hij dat het verkeerd is om mensen te doden.

De hervormingen van het Indonesisch leger zijn nog niet voltooid. Nog steeds zijn de strijdkrachten in een fijnmazige organisatie tot op dorpsniveau in de hele archipel aanwezig. Binnen het leger is het opheffen van de zogeheten territoriale structuur taboe. „Dat gaat nooit eindigen. Dat is de ziel van het leger”, zegt gouverneur Sabar.

Het is bekend dat Indonesische militairen nog steeds vele illegale bijbanen hebben. Want inderdaad heeft het leger zich grotendeels teruggetrokken uit de legale bedrijven, van golfbanen tot mijnbouwbedrijven. Maar onderbetaalde soldaten in afgelegen gebieden houden zich nog altijd bezig met illegale houtkap, prostitutie en smokkel. Complete pelotons verdienen aan het beschermen, en soms afpersen, van bedrijven. „De staat zorgt maar voor 30 procent van het budget van het leger”, zegt legerdeskundige J. Kristiadi van het Centrum voor Strategische en Internationale Studies (CSIS). „De rest komt van corruptie.”

Gouverneur Sabar Yudo ontkent dat er sprake is van grootschalige corruptie of illegale praktijken door legeronderdelen. Het zou gaan om een mediahype. „Als het al waar is, gaat het slechts om enkele personen.”

De cadetten zeggen er niets van te weten. Wel vertelt Joi Ganda Saragih (22) te zijn geschrokken toen hij vorige maand voor het eerst veldwerk deed. „Toen zag ik hoe militairen wonen. Een heel klein kamertje voor één familie. Ik realiseerde me toen pas hoe armoedig het leven in het leger is.” Hij hoopt dat op te lossen door snel te stijgen in rang. „Bijbaantjes hebben mogen wij niet. Wij moeten altijd paraat staan.”

Ondanks alle veranderingen blijven jongeren enthousiast om bij het leger te werken. Nog altijd melden elk jaar 9.000 jongens bij de militaire academie aan, voor 300 plaatsen. Dat de opleiding gratis is, draagt daaraan bij. Maar ook in het nieuwe Indonesië blijft een militair iemand tegen wie je opkijkt. Agus Budi Wiyono heeft drie broers bij de politie, maar zijn familie is trotser op hem. „Mijn vader vindt mij de slimste en de gehoorzaamste.”

En dat komt grotendeels door het verleden, toen het leger nog belangrijk was. Gouverneur Sabar Yudo: „Wij hebben Prabowo, Wiranto en Yudhoyono, die bekend zijn en van deze opleiding komen. Ouders blijven denken dat als ze hun kinderen naar Akmil sturen, ze net zo kunnen worden.”