Been vastklikken - en dan met de hond weg

Een nieuw type kunstbeen heeft niet de nadelen van oude ‘omschuifprotheses’: schaafwonden en blaren blijven uit. Het aanklikbare been is alleen niet voor iedereen geschikt.

Het is een kwestie van ‘klik’ en het zit eraan, het kunstbeen. Rechtstreeks aan het bot, welteverstaan, via een stalen pin. Geen gehannes meer met een prothesekoker die steeds scheef gaat zitten en beurse plekken geeft. Theo Verstappen (48) uit Helmond is er maar wat blij mee. Hij is de eerste Nederlandse patiënt die het nieuwe type kunstbeen aangemeten kreeg, in het UMC St Radboud in Nijmegen. In mei en in juni werd hij geopereerd en hij loopt nu alweer twee keer per dag drie kilometer met de hond. Over een maand of twee is hij volledig gerevalideerd.

„Bij de eerste operatie bevestigen we een lange pin in de mergholte van het bovenbeen”, vertelt traumachirurg Jan Paul Frölke. „Die pin is gemaakt van chirurgisch staal en heeft een poreuze bekleding. Het lichaam herkent het materiaal als bot en zal de pin in het botweefsel integreren.” De pin zit zo’n 25 centimeter in het bovenbeen. De patiënt voelt er niets van, ook niet als hij de pin uiteindelijk gaat belasten. In het bot zitten namelijk geen zenuwen.

„Bij de tweede operatie maken we een gaatje in de huid en schroeven we een verbindingspin aan de eerste pin vast”, vervolgt Frölke. „Die pin steekt zo’n vier centimeter naar buiten. Daar komt uiteindelijk de klikprothese aan vast te zitten.”

„Het is ideaal”, vertelt patiënt Verstappen. „Bij mijn oude prothese, die ik om de stomp heenschoof, kreeg ik voortdurend last van blaren en schaafwonden. Na drie dagen moest ik mijn stomp altijd vier dagen laten genezen.” Bovendien, vertelt hij, zit zo’n prothesekoker niet erg stevig vast. Het been is soms nu eenmaal dikker dan anders. „Het is als schaatsen met losse veters”, aldus Verstappen. „Je hebt weinig balans. Bovendien valt de prothese er weleens zomaar vanaf, bijvoorbeeld als je uit de auto stapt.”

De nieuwe klikprothese lost dat probleem op. De rechtstreekse verbinding met het bot zorgt voor onwrikbare stevigheid en de huid wordt niet langer belast: het gewicht rust direct op het bot van het bovenbeen.

„En dat is zoals het hoort”, zegt revalidatiearts Henk van de Meent. „Patiënten zijn niet alleen van hun pijn af, maar hun loopbeweging wordt er ook veel natuurlijker en efficiënter door.” Mensen met een kokerprothese, vertelt hij, slingeren hun been bij elke stap naar voren met een beweging vanuit de heup. Met de klikprothese komt de beweging weer vanuit het bovenbeen. Dat kost veel minder energie.

Jaarlijks ondergaan zo’n achthonderd Nederlanders een bovenbeenamputatie (een beenamputatie boven de knie). In de meeste gevallen is dat wegens een gestoorde bloedcirculatie, bijvoorbeeld bij diabetes. Bij zo’n honderd patiënten is de oorzaak een ongeluk – zoals bij Theo Verstappen – of een tumor. „Die eerste categorie is minder geschikt voor de klikprothese”, aldus revalidatiearts Henk van de Meent. „Die mensen hebben vaak veel infecties en een slechte wondgenezing.” Daarnaast is de lengte van het overblijvende bot een beperkende factor: die moet voldoende zijn voor de pin van 25 centimeter. Daardoor is het systeem ook voor onderbeenamputaties meestal niet geschikt; bovendien heeft het onderbeen niet zo’n stevig pijpbeen als het bovenbeen.

Van de Meent hoopt het systeem, dat in Duitsland inmiddels bij enkele tientallen patiënten is toegepast, in de toekomst wel voor bovenarmamputaties te kunnen gebruiken. „We onderzoeken nu, samen met onze Duitse collega’s, hoe je de complexe rotatiebeweging van de arm kunt waarborgen”, zegt hij. „Verder willen we de beenprothese optimaliseren.”

De revalidatie, zo merkt hij nog op, moet in de toekomst nog veel sneller kunnen. „Nu moeten we mensen zoals Theo Verstappen feitelijk opnieuw leren lopen, omdat ze jarenlang met een conventionele prothese hebben gelopen, dus op een heel andere manier. Als je mensen meteen na hun amputatie een klikprothese geeft, dan hoeven ze alleen maar van hun operatie te herstellen. Dat duurt een paar weken, maar daarna lopen ze er meteen mee weg.”

En is het eigenlijk niet eng als er een stuk staal uit je been steekt? „Ik heb altijd in de metaalbewerking gewerkt”, merkt Verstappen droog op, „dus ik kijk nergens van op.” De overgang tussen huid en staal ziet er keurig uit. Mensen in het zwembad of op het strand, die kijken maar een andere kant op. En ontstekingen, is hij daar niet bang voor? „Je moet die overgang netjes schoonhouden, dat is alles. Twee keer per dag poetsen met een borsteltje, veel water en neutrale zeep. Het is eigenlijk net als tandenpoetsen: je went eraan.”