Arts met helpersyndroom leidt nu 'afschuwelijk' leven

Ex-neuroloog Ernst Jansen Steur, voor mishandeling vervolgd, toont berouw. „Ik heb het vertrouwen van patiënten verloren, en dat betreur ik meer dan mijn persoonlijke neergang.”

Medisch Spectrum Twente in Enschede, het ziekenhuis waar neuroloog Jansen Steur volgens onderzoekers ruim tien jaar 'disfunctioneerde'. (Foto WFA/Robert Hoetink) WFA46T:RAPPORT NEUROLOOG JANSEN STEUR:ENSCHEDE;01SEP2009-De onderzoekcommissie Lemstra komt met een voor alle partijen vernietigend oordeel over de affaire Jansen Steur. Niet alleen de disfunctionerende neuroloog Ernst Jansen Steur, maar ook de vakgroep van neurologen, de medische staf, de Raad van Bestuur van het Medisch Spectrum Twente en de Inspectie voor de Gezondheidszorg krijgen zware verwijten.WFA/rh/str.Robert Hoetink HOETINK, ROBERT;WFA

Oud-neuroloog Ernst Jansen Steur (63 jaar), in opspraak geraakt door verkeerde diagnoses bij patiënten, ziet in dat hij nooit meer als arts kan werken. Hij is een „gebroken man”, zegt hij zelf. „Ik moet oppassen dat ik niet depressief word.”

Sinds zijn ontslag in een kliniek in het Duitse Bad Laasphe, begin dit jaar, hangt hij maar wat rond. Hij doodt de tijd met internetten, hij schrijft een beetje, „voor mezelf”, en hij bezoekt bij wijze van nabehandeling drie keer per week bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten (AA) in Nederland en Duitsland, waar hij officieel woont. „Het is afschuwelijk wat mij is overkomen, ellendig, maar het is niets vergeleken met wat ik patiënten heb aangedaan.”

Jansen Steur erkent dat hij fouten heeft gemaakt, toont berouw. Hij zegt: „Ik geef toe dat ik foute diagnoses heb gesteld en patiënten onnodig met medicijnen heb behandeld. Ik heb patiënten, hun partners en familieleden enorm veel schade berokkend. Ik heb hun vertrouwen verloren, en dat betreur ik meer dan mijn persoonlijke neergang. Het knaagt elke dag aan mij. Met velen van hen had ik een goed contact. Dat ik dat zo heb geschaad...”

Jansen Steur heeft onder invloed van zijn medicijnverslaving mogelijk tientallen verkeerde diagnoses gesteld toen hij in het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente (MST) in Enschede werkte – hij was daar vanaf 1978 in dienst. Hij vertelde patiënten dat ze alzheimer, parkinson of multiple sclerose hadden, terwijl dat niet zo was.

De arts heeft vanaf 1992 tot zijn vertrek in 2003 gedisfunctioneerd, concludeerde onlangs de door het ziekenhuis ingestelde onderzoekscommissie onder leiding van oud-CDA-senator Wolter Lemstra. Jansen Steur trad solistisch op, voelde zich superieur. Signalen van zijn disfunctioneren zijn jarenlang niet opgepakt, genegeerd of vergoelijkt, meende de commissie. Naaste collega’s, de raad van bestuur, het medisch stafbestuur en de Inspectie voor de Gezondheidszorg, hun viel allemaal wat te verwijten, volgens Lemstra.

Jansen Steur: „Ik was overtuigd van mijn kwaliteiten. Er was niemand in de maatschap die zo goed met patiënten kon omgaan als ik, die zo veel patiënten had en zo veel uren draaide. Moeilijke patiënten werden naar mij doorgestuurd.”

Patiënten droegen hem op handen, en sommige doen dat nog. Zelf zegt de arts dat hij een „helpersyndroom” heeft. Hij wil mensen helpen, er voor ze zijn, dag en nacht – „omnipresent” zijn. „Als je zo veel van je eigen leven investeert in je beroepsleven, en er komen persoonlijke moeilijkheden bij, dan kun je verslaafd raken.”

Tegenover de commissie-Lemstra verklaarde de arts: „Sinds vele jaren was ik onder behandeling bij een gedragspsycholoog vanwege recidiverende depressie, een persoonlijkheidsstoornis van het gemengd narcistisch-borderline type, een posttraumatische stressstoornis na een multitrauma in 1990.” Het heeft niets te maken met de toevoeging in 1994 van zijn moeders naam, Steur, aan zijn achternaam. „Dat was uit liefde.”

De neuroloog werd in 2003 de toegang tot het Enschedese ziekenhuis ontzegd nadat bleek dat hij medicijnen had gestolen en receptenbriefjes had vervalst. „Beschamend”, zegt hij daar nu over. „Als je verslaafd bent, vind je dat helemaal niet erg, als je het spul maar krijgt. Het gezichtsverlies dat je lijdt, is secundair.”

Hij liet zich voorjaar 2004 vier maanden opnemen in een Schotse verslavingskliniek, Castle Craig. Tijdens de behandeling drong het tot hem door dat hij fouten had gemaakt. „Maar meer in het algemeen. Pas toen er steeds meer klachten kwamen, kreeg ik het inzicht dat ik de pointe had gemist.”

Een paar weken geleden maakte het Openbaar Ministerie in Almelo bekend dat de oud-neuroloog zich voor de rechtbank moet verantwoorden voor mishandeling en valsheid in geschrifte. Justitie heeft tot nu toe elf patiëntendossiers met verkeerde diagnoses geselecteerd voor de strafzaak.

Jansen Steur reageerde op geen enkele publicatie over zijn disfunctioneren. Dit is zijn eerste en voorlopig enige interview. „Ik wil toch wat openheid geven.” Het gebeurt in het kantoor van zijn advocaat, Frank van Gaal uit Wijchen.

Jansen Steur liet patiënten medicijnen (Exelon) nemen die ze helemaal niet nodig hadden. Hij verzon zogeheten MMSE-scores (Mini Mental State Examination, een korte vragenlijst die een indruk geeft over het functioneren van de hersenen) om het medicijn vergoed te krijgen – justitie vervolgt hem daarvoor. „Ik schreef het voor aan patiënten bij wie ik dacht dat het een gunstig effect zou hebben op het verloop van hun ziekte. Die score vulde ik in om ze in aanmerking te kunnen laten komen voor die medicijnen. Fout, allemaal fout.”

De oud-neuroloog ontkent dat hij werd gedreven door zucht naar geld of opzienbarende wetenschappelijke resultaten die zijn aanzien konden verhogen. „Dat werp ik verre van mij. Naar Exelon heb ik geen onderzoek gedaan. Het is mijn verslaving geweest.”

Zijn verslaving dateert van 1999, en is niet het gevolg van een ernstig auto-ongeval in 1990, zoals is gesuggereerd. „Het kwam door stress, vooral vanwege problemen thuis.” Meer wil hij daarover niet kwijt. „Ik sliep slecht en begon met slaapmiddelen. Eerst neem je een tablet voor het slapengaan, dan anderhalve, dan twee. Op het dieptepunt van mijn verslaving, 2002-2003, slikte ik ze ook overdag. Ik nam zes tot zeven tabletten Dormicum of Mogadon.”

De arts schreef de recepten zelf uit. „Als dat in redelijke mate gebeurt, is daar niks mis mee. Waarom zou je niet zelf een indicatie stellen? Dat het verslavende middelen zijn, kreeg ik pas achteraf in de gaten. Maar dan ben je al slachtoffer, een junk. Je brein functioneert op een nachtpitje.”

Volgens de commissie-Lemstra was al sprake van disfunctioneren sinds 1992. In 1998 beklaagde een collega zich over hem bij de raad van bestuur. In dossiers ontbrak documentatie over diagnoses, meldde hij. Ook vond hij bepaalde medicatie en doseringen ongebruikelijk. Hoe valt dat te verklaren als de medicijnverslaving pas in 1999 begon?

Jansen Steur: „In het rapport van Lemstra wordt alles bij elkaar opgeteld. Slechte dossiers, solistisch optreden, verkeerde diagnoses. Er deugde niks van die Jansen... Wat mijn collega in 1998 heeft gevonden, zegt wat mij betreft alleen iets over de samenwerking in de maatschap.” Lemstra omschreef die als moeizaam met hoogoplopende conflicten.

Maar er zijn, afgaande op het rapport, ook fouten gemaakt vóór 1999. Zo meldde zich in 1997 Ineke Damink bij hem, met klachten over vergeetachtigheid. Hij stelde alzheimer vast. Een neuroloog in Amsterdam weerlegde die diagnose later. De casus kreeg bekendheid omdat Medisch Spectrum Twente haar klacht afkocht. Ze kreeg op straffe van een boete een zwijgplicht opgelegd en moest haar dossier vernietigen. Jansen Steur, na herhaald vragen hierover: „Het kan zijn dat ik ook toen wel eens een fout heb gemaakt, zoals iedereen dat kan gebeuren.”

Over de slordige dossiers zegt hij: „Ik heb altijd vertrouwd op mijn voortreffelijke geheugen. De dossiers zullen niet altijd leesbaar en compleet zijn geweest, maar alles wat ik van belang vond, stond er in. Na mijn vertrek zijn de dossiers opgeschoond, blijkt nu. Dus eigenlijk kan niemand meer oordelen over wat feitelijk de inhoud is geweest. Je kunt mij nu niet verwijten, wat de commissie-Lemstra doet, dat er sprake was van slecht bijgehouden dossiers. Dat snijdt geen hout. Er is mee gerotzooid.”

Twijfels over een aantal van zijn studies wuift Jansen Steur weg. Hij staat pal voor zijn wetenschappelijke werk: „De commissie heeft zich verdiept in het onderzoek met lumbaalpuncties, maar heeft niet kunnen aantonen dat er iets mis mee was. In de periode van mijn verslaving heb ik geen onderzoek meer gedaan.” Hij sluit uit dat er mensen in de onderzoeken zaten met een verkeerde diagnose.

Dat hij bloed liet onderzoeken op erfelijke afwijkingen zonder dat patiënten dat wisten, ook patiënten bij wie hij een verkeerde diagnose stelde, doet hij af met: „Het is de vraag of ik daar toen toestemming van de patiënt voor nodig had. Als dat zo is, dan heb ik fout gehandeld. Als ik fouten heb gemaakt, heb ik ze gemaakt uit onnozelheid, niet met opzet.”

Na zijn verblijf in de Schotse verslavingskliniek ging Jansen Steur als neuroloog aan de slag in Duitsland, eerst in Bad Fredeburg, later in Bad Laasphe. De afspraken met de Inspectie voor de Gezondheidszorg kwam hij slechts ten dele na: hij informeerde de klinieken niet of in eerste instantie onvoldoende over zijn arbeidsverleden.

Of hij zich niet bezwaard voelde daar aan het werk te gaan, na zijn gedwongen vertrek uit Enschede? „Ik werk heel graag. Ik had toen de indruk dat het goed voor me was, dat het inhoud zou geven aan mijn leven.”

In beide klinieken werd hij ontslagen. In Bad Fredeburg naar eigen zeggen „omdat er niet genoeg patiënten waren”. In Bad Laasphe nadat Nederlandse journalisten hem daar hadden opgezocht. „En als dit soort dingen publiek wordt, dan kan een directie nog maar één ding doen: je verwijderen.”

Enkele maanden geleden heeft Jansen Steur zich als neuroloog uitgeschreven uit het BIG-register (een landelijke lijst van medische beroepsbeoefenaren), sinds kort ook als arts. „Ik had even de hoop dat ik als arts in de verslavingszorg aan de slag zou kunnen, maar ik zie in dat het niet meer mogelijk is als arts te werken.”

Dat drukt zwaar op hem. „Als je mijn temperament en levensinstelling hebt, en als je ziet hoeveel arbeidsvreugde ik altijd heb gehad, dan is het leven dat ik nu leid afschuwelijk. Ik ben kapot.”

Eerdere artikelen over deze zaak op nrc.nl/binnenland