Afghaanse desillusie

Hij heeft zich twee maanden verzet tegen de wassende stroom berichten over verkiezingsfraude, sprak van onaanvaardbare inmenging en wilde van geen compromis weten. Maar president Karzai van Afghanistan kan niet meer volhouden dat hij de verkiezingen van 20 augustus in één ronde met meer dan 50 procent heeft gewonnen.

De Verenigde Staten voeren de druk op. Senator Kerry, die namens president Obama in Kabul op bezoek is, probeert Karzai dagelijks met zwaarder geschut te overtuigen dat hij moet inschikken. Een andere verdedigingslinie is gisteren gebroken toen de internationaal samengestelde Electorale Klachtencommissie rapporteerde dat Karzai niet 54 maar in feite nog geen 49 procent van de stemmen had gehaald en dat de sterkste tegenkandidaat Abdullah op 31 procent zou zijn uitgekomen. Volgens de commissie moet 28 procent van de stemmen voor Karzai wegens fraude van nul en generlei waarde worden verklaard. Een tweede verkiezingsronde zou daarom noodzakelijk zijn. De Kiescommissie zou daar vandaag een definitieve beslissing over nemen.

Maar ook als Karzai zich daarbij neerlegt, ligt een oplossing voor het diepgaande politieke conflict waar de presidentsverkiezingen op zijn uitgedraaid, nog niet in het verschiet. Een tweede kiesronde moet binnen twee weken worden gehouden. In een slecht ontsloten land, dat ook nog eens wordt geteisterd door aanhoudend geweld, is dat op zichzelf al een herculische opgave. Het onderlinge politieke wantrouwen, dat door het conflict van de laatste twee maanden alleen nog maar is toegenomen, belast de organisatie van nieuwe verkiezingen nog zwaarder.

De consequenties daarvan kunnen nauwelijks onderschat worden. De verkiezingen waren voor Afghanistan én voor de internationale interventiemacht in het land van cruciaal belang. Als het electorale proces relatief soepel was verlopen, zou dat een politiek argument zijn geweest tegen de Talibaan en krijgsheren. Bij een breed aanvaarde verkiezingsuitslag zouden de Amerikaanse regering en in het verlengde daarvan de NAVO ook minder obstakels hebben hoeven overwinnen bij het opstellen van een nieuw strategisch concept. Dit scenario is nu op een desillusie uitgedraaid.

De Amerikaanse diplomaat Galbraith, de afgezant van de VN die eerder wegens zijn kritiek op de verkiezingen door secretaris-generaal Ban Ki-moon werd ontslagen, zei het zo in het Duitse weekblad Der Spiegel. „De verkiezingen hebben de Talibaan de grootste strategische overwinning in acht jaar oorlog opgeleverd” en hebben „de missie bemoeilijkt”.

De schade is dus groot en kan alleen nog worden beperkt door vernuftige politieke compromissen. Tegenkandidaat Abdullah heeft daarop vandaag een voorschot genomen met een pleidooi om een interim-regering te vormen die na de nu snel invallende winter nieuwe verkiezingen zou moeten organiseren. Het lijkt de enige constructie die op dit moment voorhanden is. Zo’n tijdelijke regering stelt de crisis hoogstens wat uit. Maar ze lost de politieke chaos niet op.