Weten ze niet wat er op ons afkomt?

Geen ambitieuze doelen, geen voortrekkersrol, niets. Het kabinet negeert het klimaatprobleem.

Dat terwijl Nederlanders zich zeer bezorgd maken.

Ondanks het feit dat Bjørn Lomborg meer heil verwacht van het ‘witten’ van wolken en andere futuristische oplossingen voor de opwarming van de aarde, (nrc.next, 15 oktober) vestigt de wereldbevolking haar hoop op Kopenhagen. Daar moeten harde afspraken gemaakt worden over substantiële CO2-reductie en over het verzilveren van de (klimaat)waarde van grote regenwouden. Of – zoals premier Balkenende het formuleerde tijdens het debat in de Tweede Kamer over de Nederlandse inbreng op de klimaattop – er moeten nog heel wat „harde noten” gekraakt worden.

Maar ons kabinet kraakt zelf geen enkele harde noot. Geen ambitieuze doelstellingen, geen poging om de urgentie te vertalen in een moedig solo-standpunt, zoals Noorwegen bijvoorbeeld wel heeft gedaan met reductiedoelstellingen die ver uitgaan boven het Europees gemiddelde. Geen steen in de Brusselse vijver, geen voortrekkersrol. Het lijkt wel alsof het kabinet nog steeds niet beseft wat er op ons afkomt.

Bij 2 graden opwarming van de aarde zal de helft van de koraalriffen verdwijnen. In de Noordelijke IJszee zal het ijs ’s zomers met 60 procent geslonken zijn. De gewasopbrengst in droge tropische streken zal 10 procent lager liggen. In de VS zal dat 5 tot 20 procent zijn, afhankelijk van het gewas. Gevolg: tussen de 18 en 60 miljoen mensen méér die een jaarlijkse hongersnood meemaken.

Zie hier drie van de vele gevolgen, geïnventariseerd op basis van alle recente toonaangevende wetenschappelijke publicaties (sinds het verschijnen van het rapport van het VN-klimaatpanel in 2007).

Het Britse KNMI concludeerde onlangs dat er een temperatuurstijging tot 4 graden in 2060 mogelijk is als er niet hard wordt ingegrepen. De gevolgen daarvan? Minstens 550 miljoen mensen méér met honger, 20 procent méér sterfgevallen door hitte in de EU, halvering van de hoeveelheid water in de belangrijkste Australische rivieren, resterend koraal lost volledig op, vertienvoudiging van het aantal overstromingen. Wilt u nog meer?

Vriend en vijand pleiten inmiddels voor harde afspraken tijdens de klimaattop in Kopenhagen. 500 grote bedrijven, waaronder Akzo, Shell en Unilever, vragen in hun Copenhagen Communiqué om een stevig klimaatakkoord, waarin de westerse landen zich verplichten veel verder te gaan met CO2-reductie dan het wereldwijde gemiddelde. Want als het moet, dan gebeurt het ook, is de gedachte. En als iederéén moet, is er geen ongelijkheid op de markt. Dat de meeste ontwikkelinglanden geen geld hebben voor een stevig klimaatbeleid, is ook duidelijk. Het welvarende deel van de wereld moet het voortouw nemen, zien ook de multinationals.

Waar blijven de ambities en reductiedoelstellingen? Een aantal grote Europese landen, waaronder Duitsland en Groot-Brittannië, hebben zich verbonden aan 80 procent CO2-reductie in 2050. Nederland vindt dat een nobel streven, schrijft minister Cramer aan de Tweede Kamer, maar houdt het zelf op 50 procent reductie in 2050 (Energietransitie Duurzaam Doorgaan, ministerie van Economische Zaken, april 2009).

De Nederlandse burger wordt ondertussen horendol van al die percentages, al die jaartallen en al die doelstellingen. Maar diezelfde burger beseft terdege dat juist onze laaggelegen delta een groot belang heeft bij een stevig klimaatverdrag. Leuk dat er tegenwoordig Nederlandse wijn te koop is, maar – zo blijkt uit onderzoek van het WNF – Nederlanders maken zich zeer bezorgd om de invloed van klimaatverandering op het leven van hun kinderen. En terecht.

Wanneer wordt het Nederlandse kabinet zich echt bewust van de urgentie? En wanneer realiseert het zich dat het draagvlak voor klimaatambities er al ís, zowel bij burgers als bedrijfsleven? We kunnen elkaar wel blijven vertellen hoe belangrijk Kopenhagen wordt, maar volksvertegenwoordigers en regeringen zullen nu het achterste van hun tong moeten laten zien en harde doelstellingen formuleren. Ook op nationaal niveau. Niemand wil straks een aarde aan z’n kinderen achterlaten waarin alle belangrijke ecosystemen onomkeerbaar beschadigd zijn.

Johan van de Gronden is algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds.