We hadden hier te maken met een 'serieuze' teleurgestelde smiley

Doordat ik veel achter de computer zit, heeft mijn e-mail gebruik epische proporties aangenomen. Ik ben een manische mail-checker geworden, die om de vijf minuten klappertandend kijkt of er al een zacht flonkerende (1) achter ‘inbox’ staat. Jammer genoeg krijg ik uit mezelf niet genoeg mailtjes om me emotioneel geborgen te voelen (ik heb het geprobeerd, maar met ‘Kills dangerous bacteria dead’ en ‘Be naughty and endurable!’ lukte het maar matig), dus stuur ik zelf mailtjes. De onderwerpen variëren van ‘een onverklaarbare angst voor harige vruchten’ en ‘wie weet wat voor dier Willie Wortel is?’ tot een foto van mij in pyjama waar ik de kat op mijn hoofd laat balanceren. Zodoende kan het voorkomen dat ik een dag bezig ben met heen-en-weer mailen over het vraagstuk of je door grafiekjes zou kunnen bepalen welke kassarij het snelste zal gaan. Zo’n dag noemen we: een mooie dag voor de beeldschermwerkers.

Als je zoveel mailtjes verstuurt worden ze slordig. Ze worden onaf, je gaat lelijke afkortingen gebruiken, vergeet hoofdletters, probeert eens iets in morse. Maar er is iets wat ik altijd heb vermeden. Emoticons gemaakt van leestekens. Deze soort: :-). Ik vond ze passen bij de taal van veertienjarige meisjes, die met elkaar Hyven in zinnen als: VAleriO iz EcHt LekkaH!!!111. Nu vind ik Valerio ook redelijk lekkaH, maar ik voelde toch een afstand tussen deze manier van schrijven en de mijne. Mijn omgeving trok zich intussen niets aan van mijn verzet, en begon de smileys te integreren in het dagelijkse leven. Zo kreeg ik van mijn moeder ‘Lieve meis, kom je morgen vroeg eten? Je weet hoe graag papa naar de Eggheads kijkt ;)’ en zelfs op een gegeven moment van mijn toenmalige werkgever ‘Het kantoor is niet opgeruimd. Dit is niet volgens de afspraak :-(’. Deze mail was oprecht boos. Dat betekende dus dat we hier te maken hadden met een serieuze teleurgestelde smiley.

En toen kwam de dag dat ik een zin had geschreven, er nog eens naar keek, en dacht: maar dit kan je verkeerd opvatten. Alsof ik het meen. Er moet iets bij. Om het luchtig te maken, om de grap te benadrukken. Mijn vingers weigerden even, en zochten toen onwillig de puntkomma en het haakjesluiten. Het was de enige manier. Ik vond het nog steeds afschuwelijk staan, maar het werkte wel. Dus ik besloot: omarm het. Dit is taalverrijking. Het ironie-teken dat ook echt als zodanig herkend wordt. Al ontwijk ik ze toch liever ;-).

Aaf is met zwangerschapsverlof. In maart is ze weer terug.