Verzet Václav Klaus is treurig einde van een loopbaan

Toen Václav Klaus na 1989 op het toneel verscheen, leek hij nog heel westers, schrijft Jiri Pehe. Maar de laatste tijd heeft de beeldenstormer steeds meer weg van een tragisch figuur.

Na twee jaar van debatten, referenda, verhitte herzieningen en campagnes, hangt het lot van het Verdrag van Lissabon voor de hervorming van de Europese Unie af van de handtekening van één man. Helaas voor de pleitbezorgers van de Europese integratie is deze man de Tsjechische president Václav Klaus.

In zijn laatste poging om de goedkeuring van het verdrag te verijdelen, dringt Klaus aan op de toevoeging van een nieuwe en in wezen zinloze voetnoot. Hoewel het verdrag al door het Tsjechische parlement is goedgekeurd, wordt zijn eis door de Tsjechische regering – die eerder al met het verdrag instemde – met tegenzin ondersteund.

Het ziet ernaar uit dat Klaus had gehoopt de zaak lang genoeg te vertragen totdat in Groot-Brittannië een Conservatieve regering aan de macht komt die anti-Lissabon is. Maar gelet op de groeiende internationale druk zegt hij nu dat hij het verdrag zal ratificeren – mits Tsjechië de garantie krijgt dat het Europees handvest van de grondrechten niet zodanig zal worden gebruikt dat de Sudeten-Duitsers, van wie er na de Tweede Wereldoorlog zo’n 3 miljoen uit Tsjechoslowakije zijn verdreven, hun bezittingen weer kunnen opeisen. Dit Tsjechische voorbehoud zou dan kunnen worden opgenomen in het toetredingsverdrag met Kroatië.

Klaus is een van de belangrijkste figuren in de postcommunistische Tsjechische geschiedenis, en de slag om Lissabon is gewoon het jongste in een lange reeks omstreden standpunten uit zijn carrière. Maar de laatste tijd heeft deze levenslange beeldenstormer wel steeds meer weg van een tragische figuur. Hij wordt nu gemeden door de meeste EU-politici, die zijn tegenwerking als een bewijs zien van een gebrek aan democratische geloofsbrieven van hem en zijn land.

Toen Klaus kort na de val van het communisme in november 1989 voor het eerst op het politieke toneel verscheen, beschouwde het volk hem als een godsgeschenk. In vergelijking met de communistische elite – maar óók met de anti-communistische dissidentenleiders die eind 1989 aan de macht kwamen – leek hij, nou ja, heel westers. Hij verschilde niet alleen in ideologie maar ook in uiterlijk van de voormalige dissidenten. De onberispelijk geklede en verzorgde, welsprekende Klaus had niets dan minachting voor die behaarde mannen in oude truien, van wie menigeen nog steeds de lichtelijk utopische ideeën van de post-totalitaire politiek aanhing.

De voormalige Tsjechische president Václav Havel, de officieuze leider van de dissidentenbeweging in de jaren tachtig, heeft erop gewezen dat Klaus voor het eerst bij de pro-democratische leiders van het Burgerforum werd geïntroduceerd tijdens hun onderhandelingen met het communistische bewind eind jaren tachtig. De dissidenten waren wanhopig op zoek naar een econoom die vertrouwd was met de westerse vrijemarkttheorieën. Klaus, die in de VS aan de Cornell-universiteit had gestudeerd en die zichzelf als leerling van Milton Friedman beschouwde, voldeed aan deze eis. Hij was niet bepaald een dissident, want hij had jarenlang bij de Tsjechoslowaakse staatsbank gewerkt – maar hij leek wel bewaam.

Klaus werd de eerste niet-communistische minister van Financiën in de regering van ‘nationale verzoening’ die in december 1989 werd gevormd op grond van de rondetafelgesprekken met de communisten. Later werd hij op diezelfde post herbenoemd toen het Burgerforum in juni 1990 met overmacht de eerste vrije verkiezingen won.

Maar toen klonken zijn bezwaren tegen de politieke theorieën van een aantal dissidenten inmiddels steeds luider. Klaus wilde de politieke recepten volgen die in het Westen werden gebruikt. Met behulp van zijn groeiende populariteit probeerde hij het Burgerforum daarom tot een gewone politieke partij om te vormen.

In 1991 braken hij en zijn aanhangers met het Burgerforum en begonnen zij een nieuwe conservatieve politieke partij, onder de naam Democratische Burgerpartij. Zo werd Klaus, die inmiddels al in binnen- en buitenland als economisch hervormer bekendstond, ook de meest prominente politieke hervormer in Tsjechoslowakije en nam daarmee dit etiket over van Havel, die andere Václav.

Maar 1991 was ook het jaar waarin gaandeweg bleek dat tussen de retoriek en de politiek van Klaus aanzienlijke verschillen bestonden. Klaus deed zich voor als een klassieke neoliberaal, maar in werkelijkheid probeerde hij op veel economische terreinen de staatscontrole te behouden.

Klaus speelde ook een sleutelrol in de deling van Tsjechoslowakije. In 1992 won zijn Democratische Burgerpartij de verkiezingen in wat nu Tsjechië is. In Slowakije overheersten daarentegen linkse en nationalistische partijen. Klaus pleitte toen voor ontbinding van het land.

Inmiddels wordt het als een grote prestatie beschouwd dat Klaus de wispelturige Slowaaks-nationalistische leider Vladimir Meciar wist te dwingen met hem aan tafel te gaan zitten en een beschaafde, geweldloze splitsing van Tsjechoslowakije in twee onafhankelijke staten te organiseren.

Kort hierna kwam het wantrouwen van Klaus in het Europese project naar voren. Als premier van Tsjechië had Klaus in 1995 weliswaar het Tsjechische verzoek om toetreding tot de Europese Unie ingediend, maar hij was nooit enthousiast over de EU, die hij zag als een over-gereglementeerde socialistische onderneming. Toen het toetredingsproces in 2002 werd voltooid door een volgende – linkse – Tsjechische regering, had Klaus zich al als euroscepticus gepositioneerd.

Nadat hij in 1997 de macht was kwijtgeraakt, had Klaus besloten om zijn Democratische Burgerpartij een ander imago te geven. Hervormingsgezind beleid werd vervangen door een nadruk op nationalisme, euroscepcis en populisme. Door zijn nieuwe toon groeide zijn populariteit, maar hij was niet succesvol genoeg om het weer tot premier te brengen.

In 2003 sloeg Klaus evenwel een grote politieke slag, toen hij als opvolger van Havel tot president werd gekozen. Het Tsjechische presidentschap is voornamelijk een ceremoniële functie en de grenzen van het ambt zijn voor de doener Klaus vaak frustrerend gebleken. Om als president toch zichtbaarheid te behouden, heeft Klaus herhaaldelijk met behulp van omstreden onderwerpen de aandacht op zich gevestigd. Zo uitte hij kritiek op de invloed van de ‘civil society’ als nieuwe ideologie, door hem ‘NGO-isme’ genoemd. Ook heeft hij bezwaar tegen het ‘mensenrechten-isme’, dat hij als een nieuwe, potentieel totalitaire ideologie beschouwt. En hij ligt herhaaldelijk overhoop met de rechterlijke macht, wier invloed hij als een ‘tirannie van rechters’ omschrijft. Ook heeft Klaus zich opgeworpen als een van de belangrijkste tegenstanders van de gangbare ideeën over de opwarming van de aarde, door bijvoorbeeld te stellen dat ‘ijsbergen alleen smelten in de films van Al Gore’.

De afkeer van de Europese Unie loopt als een rode draad door de jaren dat Klaus aan de macht was, en deze is in de loop der tijd alleen maar heviger geworden. Ook al vond hij in het verleden dat de Tsjechen geen realistisch alternatief voor het EU-lidmaatschap hadden, inmiddels beweert hij dat de EU gevaarlijker voor de Tsjechische veiligheid is dan Rusland. In 1999 verklaarde hij dat „de pogingen om de euro in te voeren voor een groot deel uit de koker kwamen van EU-ambtenaren die ontbeten in Venetië, lunchten in Parijs en dineerden in Kopenhagen, en die niet graag driemaal per dag geld wisselden”.

Zijn verzet tegen verdere Europese integratie komt niet alleen voort uit zijn nationalisme, dat wortelt in negentiende-eeuwse ideeën over nationale identiteit, maar ook uit zijn conservatieve overtuigingen. In de wereld van Klaus is de EU een socialistische organisatie die de nationale identiteit van haar leden verstikt.

Het verzet tegen het Verdrag van Lissabon is tot nu toe de meest uitgesproken anti-Europese strijd van Klaus en de president heeft tal van pogingen gedaan om de goedkeuring van het verdrag in Tsjechië te saboteren.

Nu Ierland het verdrag in zijn tweede referendum uiteindelijk heeft goedgekeurd en de trouwste bondgenoot van Klaus in de Europese Unie, de Poolse president Lech Kaczynski, het verdrag in Polen heeft geratificeerd, hangt de voltooiing van het ratificatieproces in de gehele EU af van de handtekening van Klaus.

Om de ratificatie in elk geval te vertragen, wil hij nu zoals gezegd dat de EU – nadat het ratificatieproces in 26 andere EU-landen al is voltooid en ook het Tsjechische parlement het Verdrag heeft goedgekeurd – Tsjechië de garantie geeft dat het Europees handvest van de grondrechten (dat deel uitmaakt van het Verdrag van Lissabon) niet voor Tsjechië zal gelden en dus niet kan worden gebruikt door de Sudeten-Duitsers om eigendommen terug te vorderen die van hen in beslag zijn genomen.

Dit is een doorzichtige truc. Alle juridische studies wijzen uit dat een dergelijk gevaar niet bestaat, omdat het handvest niet met terugwerkende kracht kan worden toegepast. De EU zal mogelijk proberen aan de eis van Klaus tegemoet te komen, maar waarschijnlijker is dat hij tot een ramkoers besluit, niet alleen met de EU maar ook met de Tsjechische regering en de grote politieke partijen, die zijn gedrag steeds meer als een schending van zijn grondwettelijke plichten zien.

Een man in wie veel Tsjechen eens een waarborg zagen dat Tsjechië zich aan de westerse democratische spelregels zou houden, wordt nu gezien als iemand die deze spelregels juist trotseert ter wille van zijn eigen steeds extremistischer overtuigingen. Dat is een treurig einde van een opmerkelijke politieke carrière.

Jiri Pehe is een Tsjechische politiek analist.