Trafigura buigt voor het Britse Lagerhuis

Trafigura heeft een rapport uit 2006 vrijgegeven over de afvaldumping in Ivoorkust. Het Britse parlement was boos geworden omdat het geen inzage had gekregen.

Even leek het er vorige week op dat het omstreden oliebedrijf Trafigura, geregistreerd in Amstelveen maar vooral actief in Groot-Brittannië, zijn wil niet alleen kon opleggen aan de media maar ook aan het Britse Lagerhuis.

Advocaten van Trafigura weerhielden dagblad The Guardian ervan te publiceren over de vragen die een Lagerhuislid had gesteld over een rapport inzake de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de dumping van chemisch afval in de Ivoriaanse stad Abidjan. Dat rapport was in opdracht van Trafigura opgesteld in 2006 door een adviesbureau in Londen, nadat het oliebedrijf in opspraak was geraakt door beschuldigingen dat het afval tot de dood van vijftien Ivorianen had geleid.

Het ging volgens Trafigura om een voorlopig rapport, dat bovendien onjuist was gebleken. Het bedrijf had daarom via het advocatenkantoor Carter-Ruck, gespecialiseerd in smaadzaken, bij de rechter een procedure aanhangig gemaakt om publiciteit tegen te gaan, een zogeheten super-injunction. Op grond daarvan kon The Guardian of enig ander medium niet over de zaak berichten tot de rechter een uitspraak had gedaan. Ze mochten zelfs geen melding maken van het feit dat er zo’n procedure in werking was getreden.

Toen het Lagerhuis aanstalten maakte over dit gebruik van de super-injunction te debatteren vonden ook zij de advocaten van Carter-Ruck op hun weg. Volgens hen zouden ook de parlementariërs niet over de kwestie mogen debatteren, zolang de rechter zich er niet over had uitgelaten.

Dat schoot veel Lagerhuisleden in het verkeerde keelgat. Weliswaar kan het parlement een zaak laten rusten tot de rechter een uitspraak doet maar die keus is aan de parlementariërs zelf, niet aan anderen. Ook stoorden ze zich eraan dat een krant niet zou kunnen berichten over een vraag, die in het parlement was gesteld.

Vrijdag bond Trafigura plotseling in, mogelijk omdat het besefte dat het zijn hand overspeelde. The Guardian kreeg een briefje van Carter-Ruck dat ze zich niet langer gehouden hoefde te voelen aan het gerechtelijke bevel om niet over het rapport te publiceren.

Op zijn beurt kondigde de voorzitter van het Lagerhuis, John Bercow, aan dat er woensdag wel degelijk een debat wordt gehouden over het gebruik van zulke procedures om de berichtgeving te belemmeren. Bercow onderstreepte dat het van groot belang is dat het Lagerhuis zich sterk maakt voor de vrijheid van meningsuiting.

Inhoudelijk is het omstreden rapport uit 2006 slechts een bureaustudie naar de mogelijke gevolgen van de afvaldumping door de Probo Koala. Het is op afstand opgesteld kort nadat de commotie over de hevige stank van het afval losbarstte. Kennelijk had het consultancybureau Minton, Treharne & Davies slechts mondjesmaat informatie gekregen van Trafigura.

Het prikkelendst is de beschrijving van de manier waarop de Probo Koala in 2006 van drie schepen zwavelrijk materiaal overnam en dat aan boord met een geïmproviseerde versie van het ‘meroxprocédé’ van de ongewenste zwavelhoudende stoffen zuiverde. Gewoonlijk gebeurt dat in een raffinaderij.

De consultants sommen van alle mogelijke bestanddelen van het afval de potentiële gevaren op. De meeste aandacht krijgt waterstofsulfide. En ze onderstrepen dat persberichten over dit soort incidenten notoir onbetrouwbaar zijn. Ook „massahysterie” kan de zaak overdrijven, noteren ze.

Trafigura schikte vorige maand met ruim 30.000 Ivorianen die onwel waren geworden na de afvaldumping in Abidjan. Hun advocaten hebben erkend dat ze niet konden bewijzen dat er zich doden en miskramen hadden voorgedaan als gevolg van de dumping. Trafigura-directeur Eric de Turckheim verklaarde dat zijn bedrijf „volkomen in het gelijk is gesteld”.

Achtergrondverhaal Probo Koala op nrc.nl/wetenschap