'Ter Horst haat uniformen'

Volgens Eric Nordholt, oud-korpschef van Amsterdam, hebben de politiebazen nu veel minder te vertellen dan in zijn tijd. „De PvdA wilde ons al de mond snoeren.”

De Amsterdamse korpschef Bernard Welten klaagde zaterdag in deze krant dat minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA), „nooit” met politiemensen praat. Zijn voorganger Eric Nordholt, korpschef van 1987 tot 1997, is niet verbaasd over haar opstelling. „In 1994 hoorde Ter Horst in de Amsterdamse gemeenteraad al tot de categorie PvdA’ers die een hekel hadden aan uniformen en authentieke opvattingen”, aldus Nordholt. „Maar Bernard is nog van de oude school, die laat zich de mond niet snoeren. De rest van de korpschefs hoor je niet. Daar zijn ze op geselecteerd.”

Als beginnend wethouder in Amsterdam was Ter Horst erbij toen Nordholt in 1994 stevig de mond werd gesnoerd. Hij had al een reputatie van publicitair enfant terrible. De druppel was dat hij zich tijdens de toenmalige IRT-affaire over opsporingsmethoden zou hebben gemanifesteerd als ‘de kroonridder van de gerechtigheid’. Een formele zwijgplicht vond de geschoffeerde burgemeester Schelto Patijn destijds te ver gaan. Wel moest Nordholt zijn „publicitaire optreden” voortaan afstemmen met Patijn, naast burgemeester ook korpsbeheerder.

De korpschefs van de vier grote steden waren in die jaren veelvuldig in het nieuws. Tot ongenoegen van hun eigen ministers en burgemeesters bepaalden zij het debat over criminaliteitsbestrijding én de toekomst van de politie. Nu, ruim vijftien jaar later, wil minister Ter Horst de invloed van de korpschefs inperken. In haar wijziging van de Politiewet, die dit jaar van kracht moet worden, staat dat zij politiebeleid bespreekt met bestuurders, de korpsbeheerders. Als korpschefs haar iets te melden hebben, moeten zij dat via de korpsbeheerder doen. „Ik ben van de school dat je als minister formeel alleen praat met degenen die bestuurlijk verantwoordelijk zijn. In het geval van de politie zijn dat de korpsbeheerders”, aldus Ter Horst op een politie-website.

In de tijd van Nordholt was dat anders. De oud-korpschefs van de vier grote steden, Nordholt, Wiarda (Utrecht), Brandt (Den Haag) en Hessing (Rotterdam) lieten zich destijds uit over politiereorganisaties, bezuinigen, de opkomst van criminele Antilliaanse en Marokkaanse jongeren. De vier kregen in 1993 zelfs de Machiavelliprijs voor overheidscommunicatie.

De toenmalige Politiewet uit datzelfde jaar liet de korpschefs ook de vrijheid grenzen op te zoeken. Nordholt: „Dat deden we omdat we wisten waar het over ging. Wij hadden de politiereorganisatie in gang gezet en wisten waar het naar toe moest. Patijns voorganger, Ed van Thijn, had me ook naar Amsterdam gehaald om dat uit te voeren. Hij wist zelf niet hoe dat moest. We hadden ideeën over de criminaliteitsbestrijding. Niet de korpsbeheerders, daar kwam de vernieuwing niet vandaan. Ook niet vanuit het ministerie. Wij bepaalden, met kracht van argumenten, de toekomst van de politie.”

De installatie van Patijn was een cultuuromslag, herinnert Nordholt zich. „Vooral binnen de PvdA was er een luide roep ons de mond te snoeren. De een werd met pensioen gestuurd, de ander in Parijs gedetacheerd en de derde overgeplaatst. Alleen ik was niet weg te krijgen.”

Volgens Nordholt is één ding over het hoofd gezien. „Je kunt de politietop wel het zwijgen opleggen, maar er is te weinig voor in de plaats gekomen. Van de korpsbeheerders komen de creativiteit en de vernieuwing niet. Want de burgemeesters zijn er sindsdien niet beter op geworden. Hetzelfde geldt voor de ambtenaren op het ministerie.”

De politie is volgens Nordholt terug bij af – lees: de tijd van Thorbecke. „Toen was het adagium ‘van de politie moeten bestuurders zo weinig mogelijk zien en zo min mogelijk horen’. Maar niemand lijkt zich af te vragen of de korpsbeheerders in deze tijd het vacuüm kunnen opvullen dat de politie achterlaat.

„Je ziet dat bij die rellen in Hoek van Holland. Alle bestuurders hebben daar collectief gefaald en Aboutaleb, als onervaren burgemeester (van Rotterdam, red.), was niet in staat om in te grijpen. Met als gevolg dat er nu politiefunctionarissen zijn geschorst en hun korpschef daar niet publiekelijk stelling tegen kan nemen.”