Tactische blunder

Er was eens een tijd dat politiecommissarissen bijna elke dag vrijelijk hun opvattingen via de media ventileerden en dat de burgemeesters hen daarin ook hun gang lieten gaan. Dat was in de vroege jaren negentig. Het was de tijd van de korpschefs Nordholt, Wiarda en Hessing, die elkaar op de politieacademie hadden ontmoet en betrokken waren geweest bij het in de jaren zeventig baanbrekende rapport ‘Politie in verandering’. Deze politiemannen eigenden zich het recht op een politieke rol toe.

De huidige hoofdcommissarissen zijn, qua opleiding en carrière, in grote mate schatplichtig aan die voorgangers. Maar ze kunnen en mogen geen voorbeeld meer nemen aan het publieke vertoon van de vorige generatie. Die beperking is niet alleen het gevolg van het inzicht dat ‘dienders’ echt dienstbaar zijn en het bevoegd gezag dus niet te veel voor de voeten moeten lopen. De terughoudendheid die nu wordt geëist, is ook het resultaat van wettelijke veranderingen in het bestel. De politie is al enige tijd niet meer op gemeentelijk niveau maar langs regionale lijnen georganiseerd.

Dat heeft consequenties voor de leiding van de 25 korpsen. Politiechefs moeten hun problemen binnen de driehoek van burgemeester en officier van justitie aankaarten en oplossen.

Hoofdcommissaris Welten uit Amsterdam heeft zijn onvrede zaterdag echter geëtaleerd in een interview met deze krant.

Welten, die vijf jaar geleden door burgemeester Cohen met veel goede woorden én geld is overgehaald om naar Amsterdam terug te keren, vindt dat hij te weinig ruimte krijgt om beleid te „agenderen”. Hij doelt daarbij op Cohen zelf en op minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken. Omdat hij niet denkt dat het nog ten goede keert, gaat hij over twee jaar, als zijn contract afloopt, naar een andere betrekking omkijken.

Deze cri du coeur van Welten is uit een menselijk oogpunt wellicht begrijpelijk, maar voor het overige een tactische blunder van een man die ooit recherchechef was. Het is waar dat Ter Horst erg afstandelijk is, maar zijn kritiek snijdt geen hout. In het huidige bestel moet de minister juist distantie bewaren tot de driehoek. De tijd dat een hoofdcommissaris zichzelf op Binnenlandse Zaken kon uitnodigen is voorbij.

Hetzelfde geldt voor zijn opmerkingen over Cohen, die hij te „secundair” vindt. Door nu al zijn vertrek aan te kondigen heeft Welten de burgemeester als korpsbeheerder bovendien in een bijkans onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Wat Cohen ook doet, of hij nu een consequente lijn trekt of pragmatisch de wijste wil zijn, het gezag van de korpschef is ondermijnd. Nota bene door die chef zelf.

Natuurlijk kan het niet zo zijn dat een hoofdcommissaris in het openbaar alleen maar met de pet in de hand zwijgend luistert naar het bevoegd gezag. Maar als hij spreekt moet het niet gaan over persoonlijke gezagsverhoudingen, maar over maatschappelijke problemen.

Door dat onderscheid uit het oog te verliezen heeft Welten de politie in Amsterdam en elders geen dienst bewezen.