Renner Gilbert wint ook laatste herfstklassieker

Philippe Gilbert heeft zaterdag de Ronde van Lombardije gewonnen. De Belgische wielrenner van Silence-Lotto versloeg in de straten van Como na een rit over 242 kilometer zijn Spaanse medevluchter Samuel Sanchez (Euskaltel) in de eindsprint. De Rus Aleksandr Kolobnev (Saxobank) kwam enkele seconden na de winnaar als derde over de meet. Hij voerde de groep met verslagen favorieten aan, waarin de Nederlanders Robert Gesink en Johnny Hoogerland zaten. Hoogerland eindigde als vijfde, Gesink werd zesde.

Gilbert plaatste op vijf kilometer voor de finish op de San Fermo een machtige demarrage. Alleen olympisch kampioen Sanchez was in staat aan te pikken bij de Waal, die in de vorm van zijn leven verkeert. Hij won in tien dagen tijd vier grote koersen: eerst de Copa Sabatini, vorig weekeinde Parijs-Tours, vervolgens de Ronde van Piemonte en zaterdag dus de honderdderde editie van de ‘Koers van de Vallende Bladeren’.

In de herfstklassieker was Gilbert weliswaar de sterkste, maar Hoogerland veruit de opvallendste renner. De renner van Vacansoleil, die dit jaar indruk maakte in de Ronde van Spanje, gaf de laatste klassieker van het wielerseizoen kleur. Hij ontsnapte 50 kilometer van de finish in de beklimming van de Madonna del Ghisallo. Hoogerland, op wiens koerstrui de tekst ‘Voor jou VDB’ prijkte als eerbetoon aan de overleden Belgische wielrenner Frank Vandenbroucke, reed even alleen aan de leiding, maar kreeg er later vijf coureurs bij.

Hoogerland bleef strijdlustig, want op de Civiglio sprong hij opnieuw weg. Nu kreeg hij drie renners mee, onder wie Mauro Santambrogio (Lampre). In de gevaarlijke afdaling van de Civiglio rukten de favorieten op naar voren en zagen de Italiaanse fans eindelijk Damiano Cunego in de aanval. Ook wereldkampioen Cadel Evans en Raborenner Gesink waren actief. Hoogerland werd opgeslokt door de groep met kanshebbers. Hij bleef zich tot het einde kranig weren, maar tegen de krachtsexplosie van Gilbert was niemand opgewassen.

„Ik hoopte op een stunt en dat ik een groepje renners zou meekrijgen en we tot de finish zouden wegblijven”, zei Hoogerland over zijn eerste aanval. Over zijn tweede demarrage, op de Civiglio, en het slot van de koers zei hij: „In de afdaling kwamen alle grote mannen over me heen en zat ik tegen de kramp aan. Het was verschrikkelijk zwaar en met al dat draaien en keren ook levensgevaarlijk, maar ik had een enorme moraal. Ik voelde me goed; deze koers zat gewoon in mijn hoofd. Ik wist niet wat ik ervan moest verwachten. Uiteindelijk verlies ik net de sprint om de derde plaats.” (ANP)