Nazifilm draait eenmalig in Tuschinksi

Geldbelust, sluw, achterbaks, een intrigant van de eerste orde. Joodse stereotypen duiken in extreme vorm op in de Duitse propagandafilm Jud Süss uit 1940.

Zondag was die film eenmalig te zien in de uitverkochte grote zaal van het Amsterdamse Tuschinski. Dat kon omdat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) er in het kader van de Week van de Geschiedenis een discussie over beeldvorming en stereotypering bij organiseerde. De stichting Friedrich-Wilhelm-Murnau, die de rechten bezit, stelt strenge eisen aan een vertoning: reclame en affiches zijn niet toegestaan en de vertoning moet in een wetenschappelijke context plaatsvinden.

De door propagandaminister Joseph Goebbels geïnitieerde film ging in september 1940 in galapremière. Volgens David Barnouw van het NIOD zagen zo’n 20 miljoen mensen de film, die ook in Nederland twee weken in de bioscoop draaide. In Jud Süss krijgt de Joodse handelaar Joseph Süss Oppenheimer anno 1733 steeds meer invloed op het beleid van de hertog van Württemberg, die hem heeft aangesteld als financieel adviseur. Hij palmt de hertog in, tot er opstand komt en net op tijd wordt voorkomen dat Süss en zijn Joodse handlangers Württemberg in handen krijgen. De historische parallel zal in 1940 weinigen ontgaan zijn.

Toen de Italiaanse regisseur Michelangelo Antonioni nog filmcriticus was, zag hij Jud Süss op het filmfestival van Venetië en schreef positief over een aantal scènes, die hij om filmesthetische redenen bejubelde. Zoals die waarin Süss de jonge echtgenote van de held verkracht. Een gruwelijke, maar inderdaad fraaie scène met een niet mis te verstane boodschap: Süss is een immorele schurk.

Na afloop van de film volgde er een door Frits Barend geleid debat met journalist Joris Luyendijk, sinds zijn boek Het zijn net mensen een specialist in beeldvorming, en historicus David Barnouw. Een bezoeker vroeg of het niet wrang was dat de film werd vertoond in het door Abraham Tuschinski gebouwde filmpaleis, die omkwam in Auschwitz. Zowel Luyendijk als Barend vond het een overwinning. Barend noemde het „een middelvinger naar de Duitsers”.

Luyendijk benadrukte vooral steeds de overeenkomst tussen Joden toen en moslims nu. De vertoning van de documentaire Reel Bad Arabs (2007) toonde zijn gelijk. Deze parade van Arabische stereotypes in Hollywoodfilms is uitputtend. Maar ook deze documentaire is gekleurd, want gemaakt door een Arabier met een pro-Palestijnse blik. Neutraliteit bestaat niet, zo veel is duidelijk.