Na 21 racejaren de wereldtitel

In de voorlaatste F1-race in Brazilië won Button gisteren zijn eerste wereldtitel.

Barrichello moet bij Brawn GP in de 29-jarige Brit zijn meerdere erkennen.

Coureur Jenson Button (links) viert met zijn teamgenoot Rubens Barrichello de wereldtitel . (Foto Reuters) Brawn GP Formula One driver Jenson Button (L) of Britain celebrates with teammate Rubens Barrichello of Brazil after becoming the 2009 Formula One World Champion at the end of the Brazilian F1 Grand Prix at the Interlagos racetrack in Sao Paulo October 18, 2009. REUTERS/Bruno Domingos (BRAZIL SPORT MOTOR RACING IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Bijna een jaar geleden leek zijn carrière in de Formule 1 als een nachtkaars uit te gaan. Maar met de verkoop van de renstal van Honda aan de Brit Ross Brawn, voor het symbolische bedrag van één Britse pond, werd niet alleen een renstal maar ook de loopbaan van Jenson Button nieuw leven ingeblazen.

Lang had het ernaar uitgezien dat hij dit seizoen als werkloze Formule 1-coureur de races voor de televisie zou moeten volgen, thuis in Monaco. In plaats daarvan beleefde hij bij de renstal Brawn GP een sportieve wederopstanding. Gisteren bekroonde een van de meest sympathieke coureurs in de Formule 1 een turbulent seizoen met de wereldtitel. Niet slecht voor iemand die de eerste keer zakte voor zijn rij-examen, omdat hij tussen twee auto’s een gaatje zag dat er volgens de rij-examinator niet was.

In de Grote Prijs van Brazilië had de 29-jarige Button aan de vijfde plaats genoeg om de wereldtitel veilig te stellen, in de voorlaatste race van het jaar. Over twee weken kan hij in de afsluitende Grote Prijs van Abu Dhabi de ene ereronde na de andere rijden. Die race doet er niet meer toe.

Button, afkomstig uit Frome in Somerset, maakte dit jaar een bliksemstart. Met zijn Braziliaanse teamgenoot Rubens Barrichello naast zich stond hij op poleposition in de openingsrace in Melbourne. De Formule 1 stond op zijn kop: Brawn GP en Red Bull maakten de dienst uit in Australië, met Toyota. Ferrari en McLaren, de twee teams die vorig jaar tot de laatste meters van het seizoen strijd leverden om de titel, waren opeens figuranten. Tot ver in het seizoen.

Van de eerste zeven races won Button er zes: Australië, Maleisië, Bahrein, Spanje, Monaco en Turkije. En daarmee legde hij een stevige basis voor zijn wereldtitel. Na zijn laatste zege, ruim vier maanden geleden in Istanboel, kreeg Button het lastig. Niet alleen maakten andere teams veel van hun achterstand op Brawn GP goed, Button voelde inmiddels ook de adem van zijn teamgenoot in zijn nek. Barrichello maakte het hem tot gisteren lastig. Maar net zoals de Braziliaan tweede viool speelde in zijn vijf Ferrari-jaren als teamgenoot van Michael Schumacher, moest Barrichello ook nu genoegen nemen met een rol in de schaduw van Button.

Ook Sebastian Vettel, twee weken geleden winnaar van de Grote Prijs van Japan, kon uiteindelijk geen bedreiging meer vormen voor Button. Met 16 punten achterstand hoopte de Duitse nummer drie in de WK-stand nog op een klein wonder. Zoals zich dat in 2007 voltrok toen de Fin Kimi Raikkonen (Ferrari) in de twee laatste races vanuit de derde positie in de WK-stand een achterstand van 17 punten op Lewis Hamilton (McLaren-Mercedes) goedmaakte en wereldkampioen werd.

Het bleek ijdele hoop. Want net als in de afgelopen vier jaar werd de strijd beslist in São Paulo. Fernando Alonso werd er in zijn Renault tweemaal wereldkampioen, in 2005 en 2006, Raikkonen bezorgde er Ferrari in 2007 de laatste wereldtitel, Hamilton werd er vorig jaar wereldkampioen. Button zorgde ervoor dat de wereldtitel in Groot-Brittannië bleef.

Jenson Button werd vernoemd naar het favoriete sportwagenmerk van zijn rallycrossende vader John: Jensen. Pa zette hem als achtjarig ventje in een kart en bleef sindsdien aan de zijde van zijn zoon. Elke cent stopte hij in de carrière van Jenson, die nu zijn vader onderhoudt. Na een race in Schotland moest John Button zelfs geld lenen voor benzine om met zijn zoon terug naar huis te kunnen rijden. Pas twee jaar voordat hij zijn Formule 1-debuut maakte, stapte Button over naar raceauto’s. Zijn doel was toen al jaren duidelijk: op z’n twaalfde had hij tegen zijn vader gezegd dat hij wereldkampioen Formule 1 zou worden.

Bijna tien jaar geleden haalde Jenson Button voor het eerst de voorpagina’s, op 25 februari 2000. De toen twintigjarige coureur had een dag eerder een vijfjarig contract getekend bij de Formule 1-renstal van Frank Williams. Hij werd de jongste Britse F1-coureur sinds de 21-jarige Stirling Moss in 1951 zijn debuut maakte in de Formule 1. Button kon ook voor vijf jaar naar McLaren-Mercedes, op dat moment het beste team, maar hij koos voor Williams. Op aanbiedingen van de racelegendes Jackie Stewart en Alain Prost, die toen elk hun eigen F1-team hadden, ging hij evenmin in. Het duurde zes jaar voordat hij zijn eerste race won, in een Honda, de Grote Prijs van Hongarije.

In São Paulo zag John Button met tranen in zijn ogen hoe zijn zoon als wereldkampioen werd afgevlagd door Felipe Massa, de Braziliaanse F1-coureur die van een ernstig ongeluk herstelt. Na 21 racejaren zagen Jenson en John Button hun inspanningen met de hoofdprijs beloond.