Hugo de Groot met een opplakbaard

De vijfde Week van de Geschiedenis is begonnen.

In slot Loevestein wordt geprobeerd kinderen het gedachtegoed van Hugo de Groot bij te brengen.

Acht jaar oud was Hugo de Groot toen hij zijn eerste Latijnse verzen schreef. Het verkopen van de juridische verhandelingen van deze zeventiende-eeuwse geleerde aan een achtjarige van nu is bepaald geen sinecure. Dat het kan bewijst slot Loevestein tijdens deze vijfde Week van de Geschiedenis, die nog tot en met zaterdag duurt en in het teken staat van ‘oorlog en vrede’. De sleutel tot de kinderziel: piraterij.

Roel uit Heusden wordt vandaag acht jaar. Volgens zijn moeder zat hij maandenlang in zijn riddertijd. Nu is de piratenfase aangebroken. Het partijtje heeft Roel zelf bedacht. Met ooglapje, plastic zwaard, zeven vriendjes en een zusje staat hij op de binnenplaats van slot Loevestein te trappelen tot de rondleiding begint. Eerst krijgt mama een stoppelbaard opgesponst en een zakdoek om haar hoofd geknoopt.

Hoe passen piraten in het lommerrijke landschap van de Bommelerwaard, aan de dode Maasarm? Slot Loevestein was een staatsgevangenis, geen piratenbolwerk. En de beroemdste gevangene, Hugo de Groot, was geen zeerover, maar jurist, theoloog en historicus. Het personeel van het veertiende-eeuwse slot heeft het thema piraterij vakkundig gekaapt.

De vertelling gaat zo: in 1603 beroofde een Nederlands VOC-schip de Portugese Sint Catharina van haar buit. Pure piraterij, zeiden de Portugezen. Het VOC-bestuur stapte daarop naar de rechtsgeleerde De Groot. Die kwam tot de conclusie dat het zilver, de zijde en het porselein rechtmatig verkregen was. Het was immers in het kader van een rechtmatige oorlog. En er was niet op eigen initiatief of uit eigenbelang geroofd, maar het gebeurde in opdracht van de prins.

Terloops keurde De Groot ook de VOC-handel in het verre Indië goed. Handel is een basisrecht, schreef hij, want anders had God – die in de schepping alles een plek had gegeven – de goederen wel gelijk over de wereld verdeeld. De zee is daarom van iedereen, schreef hij vierhonderd jaar geleden in het traktaat ‘Mare Liberum’, dat de geschiedenis inging als een van de eerste bouwstenen van het internationale recht.

Maar het was niet het zeerecht dat De Groot naar Loevestein bracht. Dat deed een religieus conflict tussen de Remonstranten en de Contraremonstranten. Inzet van de godsdienstige twisten was de goddelijke voorbeschikking (predestinatie).

De Groot ijverde voor tolerantie, maar dat kwam hem duur te staan. Prins Maurits koos uit politieke overwegingen de kant van de Contraremonstranten en De Groot, die hem met het zeerecht nog zo ter wille was geweest, werd in 1619 opgesloten in slot Loevestein.

De predestinatieleer zal de piraatjes worst zijn. De spectaculaire ontsnapping van De Groot beroert ze des te meer. Allemaal willen ze in de boekenkist, waarmee De Groot in 1621 in onderbroek uit het slot zou zijn ontsnapt. En als wordt gevraagd wie er in een zakje specerijen wil kijken, steken de piraten hun vinger zo hoog mogelijk in de lucht. Konijnenkeutels! Nee: het is peper, zegt de gids. Wat doe je daarmee? Over de filet americain, roept een piraatje. Als ze horen dat een kaneelstokje „goud waard” was, zetten de kinderen grote ogen op.

Dan staan ze ineens oog in oog met Hugo de Groot (gids Geesje, met opplakbaard). Hij legt het verschil uit tussen een kaper en een zeerover en vertelt dat zijn werk Mare Liberum nog steeds actueel is, gelet op de Somalische piraten. „Ik, Hugo, zou dat geen gerechtvaardigde kaapvaart hebben gevonden.” De piraatjes kijken hem meewarig aan. Even later buitelen ze alweer als harlekijntjes door het kasteel. „Vechten”, roepen de jongens. En „ahoi”. Met dropveters leren ze scheepsknopen. Dan hebben ze een heuse kaperbrief verdiend.

Cian („bijna negen”) vond de rondleiding „best wel leuk”. Over piraten heeft hij niets nieuws geleerd, zegt hij. „Ik speel namelijk al heel vaak piraatje.” En hoe het zat met het Mare Liberum is hij „een beetje vergeten”. Thijs („bijna zeven”) weet te vertellen dat het gaat over de zee. „Die is van iedereen.” En dat komt Thijs goed uit, want zijn vader heeft een speedboot. Toch wil hij later geen piraat worden. „Dat is saai en daar kun je eerder dood van gaan.” Dan liever buschauffeur. Wanneer Hugo de Groot leefde, weet Thijs niet precies. „Driehonderdzeventignegentigtriljoen jaar geleden?”

Kijk voor de rondleiding ‘Piraten toen & nu’ op slotloevestein.nl. Hugo de Groot is een van de vijftig vensters in de ‘Canon van Nederland’. Bekijk een filmpje via nrcnext.nl/links