De winter van '39-'40 in nieuw perspectief

Om eerlijk te zijn heb ik dit seizoen al veel afleveringen van Andere tijden (NPS/VPRO) overgeslagen. De kwaliteit van het magazine over recente geschiedenis blijft onverminderd hoog, maar de onderwerpen spreken me soms minder aan en heel verrassend werkt de formule niet vaak meer.

Van de specials die onder de vlag van Andere tijden worden gemaakt wil ik echter nooit een seconde missen. Ook gisteren was het weer een klein uur onophoudelijk genieten van een montage van onbekende archiefbeelden, radioreportages en voorgelezen dagboekfragmenten. Het thema dat dit keer zo van onderaf en zonder nadrukkelijke duiding werd belicht was Oorlog op komst, de mobilisatie in Nederland. Het viel op te vatten als een opmaat van de zondag startende serie De oorlog, die eveneens „nooit vertoonde beelden en pas ontdekte dagboeken” in het vooruitzicht stelt.

Samensteller van het mobilisatieprogramma was Paul Ruigrok, maar de hulde gaat ook naar beeldresearcher Gerard Nijssen, die opnieuw uit amateurarchieven schitterend materiaal wist op te diepen. Een kleurenfilm van zes paarden die een geschut voorttrekken, een kerstdiner met op de geluidsband de kersttoespraak van 1939 door prins Bernhard, in de rede gevallen door de bijna 2-jarige Beatrix, die een keer of vier „kerstboom!” roept, maar ook beelden van gemobiliseerde militairen die in koor „Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?” zingen, of, nog mooier: „Geen geld en toch geen zorgen.”

De algemene mobilisatie duurde in Nederland bijna negen maanden, van 28 augustus 1939 tot de Duitse inval van 10 mei 1940. Dat was ook de datum dat de vrouw van korporaal Dick de Korte was uitgerekend. In zijn dagboekaantekeningen spreekt hij de verwachting uit dat zo’n mobilisatie best wel eens drie jaar zou kunnen duren.

De standaardopvatting is dat Nederland slecht was voorbereid op oorlog en eigenlijk verwachtte dat het wel gespaard zou blijven, omdat het neutraal was. Andere tijden nuanceert dat beeld, door zich niet te beperken tot de altijd weer opgediste beelden van het Korps Wielrijders, maar ook de serieuze voorbereidingen te tonen. Door de crisis was er weinig geld voor de landsverdediging, maar toen in de strenge winter, die ook een Elfstedentocht kende, de waterlinie bevroor, werden er met motorcirkelzagen sleuven in het ijs getrokken om amfibievoertuigen tegen te houden.

Alleen voormalig premier Colijn verwachtte geen invasie, omdat zulks een grote strategische domheid zou zijn. Liberaal politicus Ernst Heldring schrijft op 30 december 1939 in zijn dagboek: „Helaas vergist Colijn zich soms deerlijk.”