China stuurt experts de wereld in om geroofde kunst terug te halen

China wil alles in het werk stellen om kunstschatten die in de negentiende eeuw door buitenlandse troepen werden buitgemaakt, terug te krijgen. Het land wil experts naar de Verenigde Staten, Europa en Azië sturen om de kunstwerken terug te vinden.

De zoektocht richt zich vooral op naar schatting anderhalf miljoen kunstwerken die Britse en Franse troepen 150 jaar geleden gestolen hebben bij de plundering van het voormalige keizerlijke zomerpaleis in Peking. Het paleis werd eerst door soldaten en officieren van de twee landen leeggeroofd en vervolgens in brand gestoken.

De eerste groep experts zal naar de VS worden gestuurd waar zij musea, bibliotheken en privé-collecties zullen onderzoeken. De zoektocht richt zich in Europa vooral op het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, in Azië vooral op Japan. Directeur Chen Mingjie van het voormalige zomerpaleis, nu een toeristische attractie, schat dat zich ongeveer 1,5 miljoen kunstvoorwerpen in meer dan 200 musea bevinden, verspreid over 47 landen. „We zullen er hard aan werken, maar het zal niet gemakkelijk zijn ze allemaal terug te krijgen.” Eerder dit jaar maakte de Chinese regering al een zaak van de twee bronzen koppen van een rat en een konijn, die werden geveild en afkomstig zijn uit de nalatenschap van de Franse modeontwerper Yves Saint Laurent. Ook deze kunstvoorwerken kwamen uit het geplunderde zomerpaleis. Een topmuseum in Taiwan heeft geweigerd de twee koppen tentoon te stellen.

De gestolen kunstschatten liggen in China gevoelig, omdat het de bevolking herinnert aan een periode dat het land zwak was. De kunstroof deed zich vooral voor in de periode tussen 1840 en 1949 toen China zich nauwelijks kon verdedigen tegen invasies van buitenlandse legers. (BBC, AP)