Belofte van Britse 'boy racer' eindelijk ingelost

Jenson Button zag een verrassende wending in zijn Formule 1-carrière gisteren beloond met de wereldtitel. In het bijzijn van zijn steun en toeverlaat, vader John Button.

Rotterdam, 19 okt. - Bijna een jaar geleden leek zijn carrière in de Formule 1 als een nachtkaars uit te gaan. Maar met de verkoop van de renstal van Honda aan de Brit Ross Brawn, voor het symbolische bedrag van één Britse pond, werd niet alleen een renstal maar ook de loopbaan van Jenson Button nieuw leven ingeblazen.

Lang had het ernaar uitgezien dat hij dit seizoen als werkloze Formule 1-coureur de races voor de tv zou moeten volgen, thuis in Monaco. In plaats daarvan beleefde hij bij de renstal Brawn GP een sportieve wederopstanding. Dat hij er miljoenen euro’s aan salaris op achteruitging nam hij voor lief. Gisteren bekroonde een van de meest sympathieke coureurs een turbulent seizoen met de wereldtitel. Niet slecht voor iemand die de eerste keer zakte voor zijn rij-examen, omdat hij tussen twee auto’s een gaatje zag dat er volgens de examinator niet was.

In de Grote Prijs van Brazilië had de 29-jarige Button aan de vijfde plaats genoeg om de wereldtitel veilig te stellen, in de voorlaatste race van het jaar. Koel en zelfverzekerd stuurde de coureur die vanaf de eerste race aan de leiding ging in het WK zijn wagen vanuit het achterveld naar voren. De afsluitende Grote Prijs van Abu Dhabi, over twee weken, wordt één grote ereronde.

Button kende dit jaar een bliksemstart. Met zijn Braziliaanse teamgenoot Rubens Barrichello naast zich stond hij op poleposition in de openingsrace in Melbourne. De Formule 1 stond op zijn kop: Brawn GP maakte de dienst uit in Australië. Button won, Barrichello werd tweede. Ferrari en McLaren, de teams die tot de laatste meters van 2008 strijd leverden om de titel, waren opeens figuranten. Tot ver in het seizoen.

Van de eerste zeven races won Button er zes: Australië, Maleisië, Bahrein, Spanje, Monaco en Turkije. En daarmee legde hij een stevige basis voor zijn wereldtitel. Na zijn laatste zege, ruim vier maanden geleden in Istanboel, kreeg Button het lastig. Niet alleen maakten andere teams veel van hun achterstand op Brawn GP goed, Button voelde inmiddels ook de adem van zijn teamgenoot in zijn nek. Barrichello maakte het hem tot gisteren lastig. Maar net zoals de Braziliaan tweede viool speelde in zijn vijf Ferrari-jaren als teamgenoot van Michael Schumacher, moest Barrichello ook nu genoegen nemen met een rol in de schaduw van Button.

Ook Sebastian Vettel, twee weken geleden winnaar van de Grote Prijs van Japan, kon uiteindelijk geen bedreiging meer vormen voor Button. Hij slaagde er niet in om het op een ontknoping in de laatste race aan te laten komen. Net als in de afgelopen vier jaar werd de strijd beslist in São Paulo (Fernando Alonso in 2005 en 2006, Kimi Raikkonen in 2007 en Lewis Hamilton in 2008).

Jenson Button werd vernoemd naar het favoriete sportwagenmerk van zijn rallycrossende vader John: Jensen. Pa zette hem als achtjarige in een kart en bleef sindsdien aan de zijde van zijn zoon. Elke cent stopte hij in de carrière van Jenson, die nu zijn vader onderhoudt. Na een race in Schotland moest John Button zelfs geld lenen voor benzine om met zijn zoon terug naar huis te kunnen rijden: wat een contrast met het luxe leven dat vader en zoon nu in Monaco leiden. Pas twee jaar voordat hij zijn Formule 1-debuut maakte, stapte Button over naar raceauto’s. Zijn doel was toen al jaren duidelijk: op z’n twaalfde had hij tegen zijn vader gezegd dat hij wereldkampioen Formule 1 zou worden.

Bijna tien jaar geleden haalde Jenson Button voor het eerst de voorpagina’s, op 25 februari 2000, als ‘British boy racer’. Het was net na zijn twintigste verjaardag en hij had een vijfjarig contract getekend bij de Formule 1-renstal van Frank Williams. Hij werd de jongste Britse F1-coureur sinds de 21-jarige Stirling Moss in 1951 zijn debuut maakte in de Formule 1. Button kon ook voor vijf jaar naar McLaren-Mercedes, op dat moment het beste team, maar hij koos voor Williams. Op aanbiedingen van de racelegendes Jackie Stewart (Jaguar) en Alain Prost (Prost GP) ging hij evenmin in. Het duurde zes jaar voordat hij zijn eerste race won, in een Honda, de Grote Prijs van Hongarije. Daarna ging het weer bergafwaarts, in steeds slechtere auto’s, en moest Button toezien hoe Lewis Hamilton de lieveling van de Britten werd, en hijzelf een figurant in het rennerskwartier.

In São Paulo zag John Button met tranen in zijn ogen hoe zijn zoon als wereldkampioen werd afgevlagd. Na 21 racejaren zagen de Buttons hun inspanningen met de hoofdprijs beloond.

Pagina 13: Nader bekeken