Zijn saus. Hun worst

Pas nu de man achter het beroemdste restaurantje van de stad is overleden, heeft zijn zoon een geheim prijsgegeven.

Nu Ben Ali dood is, zingt het verfoeide ‘multiculti’ door mijn hoofd. Ik hou nog steeds van dat woord, omdat het lichtzinnig is. Het huppelt zo vrolijk je mond uit. Dit in tegenstelling tot het ernstige ‘integratie’, dat altijd ergens aan mijn gehemelte blijft plakken.

Gemakkelijk voor jou, zou men nu kunnen vinden. Dat woont daar maar comfortabel in een blanke buurt in noordwest Washington. Met overal welvarende mensen en nergens een multicultureel drama in zicht.

Dat is ook waar. Maar het gold niet voor Ben Ali, de oprichter van het restaurantje Ben’s Chili Bowl op U Street. Dé multiculturele icoon van Washington. Vorige week overleed Ben, 82 jaar oud. De burgemeester kwam prompt met een officiële verklaring. Hij noemde Ben Ali „de ziel van een buurt en de trots van onze stad”. We zaten eigenlijk ook op een reactie van de president te wachten. Die zou echt niemand hebben verbaasd. Zo groot was Ben. Obama at ook in Ben’s Chili Bowl. Zoals iedereen die in DC serieus genomen wil worden.

De enige keer dat ik iets over Ben’s Chili Bowl schreef hield ik het kort, want het meeste staat al in de reisgidsen. Alles is er een juichend cliché, schreef ik toen, omdat onveranderlijkheid nu eenmaal niet origineel is. Maar nu heeft The Washington Post een pagina aan de dood van Ben Ali gewijd, met in de staart een geweldige primeur. Om die op waarde te kunnen schatten, moet het verhaal van Ben’s Chili Bowl toch worden verteld.

Mahaboob Ben Ali werd geboren in Trinidad. De kleinzoon van Indiase immigranten. Hij las poëzie, zijn familie stuurde hem naar Amerika om tandarts te worden. Maar Ben Ali kon niet veranderen in wie hij niet was. Zijn studie mislukte, hij werd ober, reed een taxi, begon een importbedrijfje. En hij spaarde, tot hij met geleend geld een hotdogrestaurant kon beginnen. Ben’s Chili Bowl opende in 1958 aan U Street in Shaw, toen nog een bruisende wijk voor de zwarte middenklasse. U Street noemden ze ‘Black Broadway’. Ella Fitzgerald trad er op. Miles Davis, Duke Ellington. En daarna aten ze in Ben’s Chili Bowl.

Zijn ‘chili half-smokes’ zouden Ben Ali’s restaurantje in heel Amerika bekend maken. Hij kookte eerst een extra pittige chilisaus uit Trinidad volgens „geheim recept”. En die goot hij over de grote gegrilde saucijzen waarvan Amerikanen houden. Het ziet er ontzettend smerig uit. Maar voilà. De komiek Bill Cosby bejubelde ze bij Oprah. Het blad Bon Appétit riep deze chilidogs uit tot de beste van het land.

De ruimte tussen de formica tafeltjes en de bankjes is tegenwoordig wat krap voor veel Amerikanen, die intussen uitdijden. Binnen moest alles van Ben Ali precies blijven zoals het was, want buiten veranderde al genoeg. Tien jaar na de opening werd Martin Luther King vermoord en bij de rellen daarna werd U Street grotendeels vernield. Ben’s Chili Bowl bleef ongemoeid en kreeg ontheffing van de avondklok. Relschoppers en politie moesten ook eten.

In de jaren zeventig verhuisde de zwarte middenklasse naar de suburbs. Drugdealers namen Shaw over. De jaren tachtig waren zo mogelijk nog rampzaliger. Er kwam een metrostation. Ben’s Chili Bowl lag jaren aan een bouwput. Ben Ali moest bijna iedereen ontslaan, maar hield opnieuw het hoofd boven water.

Begin jaren ’90 begon de ommekeer, met de komst van nieuwe appartementen. Nu is U Street weer een hippe buurt, voor hoogopgeleid blank en zwart. Veel progressieve Obamafans. Ben’s zoon Nizam zei in een interview dat de nieuwe blanke buurtgenoten soms opmerken dat Ben’s Chili Bowl „te wit” wordt. Zij willen doorgaan voor ontdekkers van een kleurrijk restaurantje, waar de soulmuziek zo fijn uit de luidsprekers wiegt. Alsof Ben’s Chili Bowl niet al een halve eeuw van iedereen is.

Ben heeft drie zonen, die allemaal de tweede voornaam ‘Ben’ kregen. Dit in verband met de opvolging. Nizam Ben en Kamal Ben namen de zaak over. En toen Nizam Ben The Washington Post te woord stond na het overlijden van zijn vader, onthulde hij dus iets wat niemand voor mogelijk hield.

Ben Ali, zei de zoon, heeft zijn beroemde half smokes nog nooit zelf geproefd. Geen hap. Want de familie is toegewijd moslim. En in die worsten zit varkensvlees.

Zijn saus. Hun worst.

Je kunt blijven wie je was en toch iets tot stand brengen dat door je nieuwe landgenoten als het summum van hun eigen authenticiteit wordt opgevat: soul food. Of misschien kan dat juist als je mag blijven wie je was.

Integratie wil altijd van alles veranderen, liefst aan de ander. Je kunt ook domweg volhouden. Niet moedeloos worden. Vertrouwen op de tijd, die zijn gang gaat.

Margriet Oostveen