Wetenschappers zijn zelden objectief

Wetenschap behoort per definitie objectief te zijn, maar wetenschappers zijn dat zelden. Zij worden lang niet altijd uitsluitend gedreven door een wetenschappelijke honger naar de waarheid. Ook secundaire belangen als carrière en persoonlijke roem spelen een rol. Hun denken wordt bovendien bepaald door op dat moment heersende wetenschappelijke paradigma`s. Veel wetenschappers met een rotsvaste overtuiging van hun gelijk over een bepaald onderwerp zullen moeite hebben nieuw onderzoek dat niet in overeenstemming is met hun visie objectief te beoordelen. Door deze mensen `onafhankelijk` te noemen, alleen omdat er geen financiële relatie is met het bedrijfsleven, miskennen we andere belangenconflicten die mogelijkerwijs zelfs een grotere invloed zouden kunnen hebben.

Dat betekent niet dat helemaal niet meer naar financiële banden moet worden gekeken. Iedereen zal het prettig vinden om op zijn minst te weten of er secundaire, zoals financiële, belangen zijn. Transparantie daarover is een goede zaak. Steeds meer grote farmaceutische bedrijven hebben inmiddels aangekondigd de honoraria en namen van hun adviseurs te publiceren. Maar ik zou tegelijkertijd ook willen pleiten voor een inhoudelijke discussie over informatie en adviezen afkomstig van commerciële of andere belangenorganisaties en wetenschappers. Commerciële organisaties hebben misschien wel veel meer verstand van zaken dan onafhankelijke instanties.

Wie weet er meer over zijn geneesmiddelen dan de fabrikant? Door daar categorisch geen gebruik van te maken, wordt het gevaar gelopen dat de overheid, de universiteiten of patiënten essentiële informatie niet volledig meenemen in de besluitvorming. Daarmee loopt de kwaliteit van besluitvorming een risico. Onafhankelijke adviseurs, prima, maar voor mijn gezondheid vind ik het belangrijker dat adviezen komen van goed geïnformeerde, integere experts.

Dit zijn delen uit langere expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert