'Wereldvrede is niet de afwezigheid van oorlog'

Tweede Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie vond de Nobelprijs voor president Obama wel een beetje voorbarig. Want, zo constateerde hij: „Obama zei dat Guantánamo Bay gesloten zou worden [...] en dat er vrede zou uitbreken in het Midden-Oosten. Dat is nog niet gebeurd.” Interessante observaties van een politicus wiens fractie zich al in januari tegen verlenging van de missie in Afghanistan keerde en bovendien niet bepaald stond te trappelen om Amerika te helpen met de gevangenis op Cuba. „We moeten niet als het braafste jongetje van de klas gevangenen willen opnemen, terwijl de rest van Europa de deur dicht houdt”, was destijds het commentaar van, jawel, Joël Ik-blijf-liever-Uitdewind.

Maar goed, Joël was niet de enige. Zelfs de ontvanger zei dat hij de prijs „niet had verdiend”. Wat zeg ik? Nota bene Obama’s fanatiekste groupie, PvdA’er Diederik Samsom, vond de onderscheiding te vroeg: „Nooit eerder werd deze prijs uitgereikt louter op basis van verwachtingen”, aldus Samsom. Ik snap zijn onbegrip volkomen. Toen Samsom voor het eerst kandidaat was voor het Kamerlidmaatschap, in 2002, werd hij niet eens gekozen en toen hij vorig jaar een gooi deed naar het fractievoorzitterschap, verloor hij, of all people, van Mariëtte Hamer – dus als iemand de Nobelprijs voor IJdele Hoop verdient, is het Diederik wel.

Maar heeft hij gelijk? Ik bedoel: de Nobelprijs voor de Vrede wordt toch altijd uitgereikt louter op basis van verwachtingen? Neem Yasser Arafat, Yitzhak Rabin en Shimon Peres, die de prijs in 1994 kregen voor hun „pogingen om vrede te stichten in het Midden-Oosten”. Vereist dat nog toelichting, of heb ik het laatste nieuws gemist? Het Internationaal Atoomenergie Agentschap, dat al sinds 1954 probeert verspreiding van nucleaire wapens tegen te gaan, kreeg de prijs in 2005. Did I miss a meeting? En in 2007 won Al Gore: voor een klimaatcampagne die meer CO2 uitstootte dan hij tot nu toe bespaard heeft.

Een ongemakkelijke waarheid.

De Nobelprijs voor de Vrede is dus al jaren niets meer dan een aanmoedigingsprijs – en dat lijkt me wel zo realistisch. Als we gaan zitten wachten totdat de wereldvrede is gearriveerd, kan het comité in Oslo wel opgedoekt worden. Niet om cynisch te doen, maar op Wikipedia staat wereldvrede nota bene gedefinieerd als „een utopisch idee”. Wat dat betreft is de definitie van onze eigen huisfilosoof Baruch Spinoza bemoedigender: „Wereldvrede is niet de afwezigheid van oorlog”, zei hij, „het is een gemoedstoestand.” In die zin verdient Obama de prijs dubbel en dwars.