Welten: ik heb last van Cohen

De Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Bernard Welten vindt dat hij door burgemeester Cohen en politieminister Ter Horst wordt beknot in zijn functioneren.

„Ik moet veel inslikken. Ik moet mijn ambities bijstellen. Het is niet de bedoeling dat ik veel agendeer”, zegt de korpschef over de houding van Cohen vandaag in een interview met deze krant.

Hij maakt daarin de balans op van vijf jaar werken als korpschef in de hoofdstad. Welten, die in 2004 op nadrukkelijk verzoek van Cohen als politiechef van Groningen naar Amsterdam verhuisde, vindt dat hem onvoldoende mogelijkheden worden geboden om publiekelijk duidelijk te maken „wat er speelt in de samenleving en op welke wijze er iets aan kan worden gedaan”.

Volgens Welten is de kans „heel klein” dat hij nog langer dan twee jaar hoofdcommissaris van Amsterdam blijft.

De korpschef is ook niet te spreken over de houding die politieminister Ter Horst inneemt ten opzichte van de hoofdcommissarissen. De minister van Binnenlandse Zaken, in functie sinds februari 2007, heeft hem tot zijn verbazing nog geen enkele keer ontvangen. „De minister praat geloof ik nooit met politiemensen, maar alleen met bestuurders. Dat is haar goed recht maar mijn keuze zou het niet zijn. Minister Ter Horst vindt dat wij stoorzenders zijn en dat vind ik eigenlijk wel een compliment. Het zou toch goed zijn dat wij af en toe laten horen wat er aan de hand is? Je kunt niet van ons verlangen dat we sullige uitvoerders zijn.”

De vorige generatie korpschefs van mensen als Nordholt en Wiarda kreeg volgens Welten „te veel ruimte” kwesties te agenderen maar de huidige hoofdcommissarissen worden te kort gehouden. „Mensen vinden het eng dat wij een opvatting hebben”, aldus Welten „maar veiligheid is ons vak.”

Interview Welten: NRC Weekblad