'Vleermuizen zijn grappig,acrobaatjes'

Natuurbeschermers, wie zijn zij? Jowien van der Vegte ontfermt zich over de vleermuis.

Aan het plafond van een voormalige oorlogsbunker, verscholen tussen het geboomte van het natuurgebied Duin- en Kruidberg in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, hangt ondersteboven een vleermuis. In zijn eentje. Wat doet hij daar? „Hij houdt de bunker alvast bezet voor de winterslaap”, zegt Jowien van der Vegte. „Of hij voelt zich niet lekker.” Zeker weet ze het niet. Er is nu eenmaal weinig over vleermuizen bekend. „Ook voor mij blijven ze geheimzinnig.” De vleermuis hangt in een ogenschijnlijk ongemakkelijke positie. Scheef. Een oortje rustend op een poot. Het lijfje ademt licht, nauwelijks waarneembaar. Jowien van der Vegte: „Vleermuizen gaan hun eigen gang. Dat doen ze al duizenden jaren en ik hoop dat ze dat blijven doen. Het zijn eigenwijze beesten. Ik herken er mezelf wel in. Ook boswachters gaan graag hun eigen gang.”

Jowien van der Vegte komt uit een biologengezin in het Noord-Hollandse dorp Limmen. Ze speelde als kind vrijwel elke dag in de natuur. Banjeren door weilanden. Hengelen in een sloot. En elke zondag ging het gezin uit wandelen in de duinen. „Dat vond ik verschrikkelijk. Totdat mijn vader op een gegeven moment mij de kaart gaf en zei: de wandeling moet één uur duren, zoek jij dan maar de route uit. Toen vond ik het ineens leuk.”

Van der Vegte heeft lang geprobeerd om niet óók bioloog te worden, net als haar vader, haar broer en haar zus. Ze vertelt dat ze als kind bij de bereden politie wilde en later dierenarts wilde worden, tot het moment dat ze bij de operatie van een schoothondje aanwezig was. „Toen ik dat bloed zag, dacht ik: laat maar zitten.” Ze ging fysische geografie studeren en begon daarna bij Vereniging Natuurmonumenten, als onderzoeker naar aardkundige waarden in landschappen. Uiteindelijk is ze toch boswachter geworden.

Ze coördineert het werk van tweehonderd vrijwilligers, en is verantwoordelijk voor recreatie, activiteiten zoals excursies, en communicatie. En ze woont alweer vijf jaar met man en kat in een voormalige jachtopzichterswoning in het landgoed Duin- en Kruidberg van Natuurmonumenten. „In dit huis woonde vroeger de man die onder meer zorgde dat er voldoende fazanten konden worden geschoten. Ach, die fazanten hadden een beter leven dan de meeste dieren waarvan wij nu vlees eten. Het was scharrelvlees.”

Jowien van der Vegte heeft een missie. Ze had met een opleiding als de hare bijvoorbeeld kunnen werken bij een bedrijf dat bodemverontreiniging onderzoekt. „Je schrijft dan in een rapport dat de bodem vies is.” Wat zij nu doet, voelt belangrijker. „Mensen laten zien hoe mooi en gevarieerd de natuur in Nederland eigenlijk is. Als je in Frankrijk drie uur in een auto rijdt, zie je soms steeds hetzelfde landschap. Hier in Nederland rij je in drie uur van west naar oost en je komt onderweg zes verschillende landschappen tegen. Ik wil mensen iets laten beleven waardoor ze ook zelf van die natuur gaan houden. Zodat ze ook in hun werk beseffen dat natuur niet altijd alleen maar iets is waar je op kunt bouwen om het elders te gaan compenseren.”

Mensen staan tegenwoordig ver van de natuur, ze weten er weinig van, zegt Van der Vegt. „Maar sommigen, merk ik op excursies, hebben in een ver verleden vaak toch een bijzondere ervaring gehad. Daar haak ik op in. Vooral kinderen zijn daarom heel belangrijk. Ik wil ze in elk geval één keer een heel mooie natuurervaring geven die ze hun hele leven bijblijft. Niet door de namen van bloemetjes te noemen, maar door kriebelbeestjes te zoeken en vies te worden. Vooral jonge kinderen zijn daar ontvankelijk voor. In de puberteit verschuift de aandacht. Maar voor die tijd vinden kinderen het heerlijk om in het bos te spelen, kikkers te vangen, vogelveren te verzamelen en dan van iemand als ik te horen dat de vogels in de rui zijn geweest. Vinden ze prachtig! Buiten spelen en ontdekken is ook goed voor hun ontwikkeling, en voor hun motoriek. Beter dan altijd achter de computer zitten.”

De vleermuis staat wat Van der Vegte betreft min of meer symbool voor hoe de natuur in Nederland wordt beleefd. „Het is een onbegrepen, mysterieus dier.” Vleermuizen worden vaak eng gevonden, want ze vliegen in je haren en je ziet ze niet terwijl ze toch overal zijn. Ze figureren in griezelfilms, waar ze vaak in gezelschap zijn van spinnen en worden geassocieerd met heksen en tovenaars.

Jowien van der Vegte: „Vleermuizen zijn op een of andere manier in het enge hoekje terechtgekomen. Terwijl het in werkelijkheid zulke leuke, grappige dieren zijn. Acrobaatjes. Ze jagen op muggetjes en halen fantastische toeren uit. Op excursies vind ik het altijd een mooi schouwspel hoe ze laag over het water van een meertje in dit gebied scheren.”

Nee, vleermuizen zijn eerder kwetsbaar dan eng. „Ze kunnen niks. Ze kunnen geen nest maken en daarom hangen ze maar aan plafondbalken, vaak out in the blue. Een kat hoeft maar over die balken te lopen en vist ze er gewoon af.” Dat de vleermuis het al zo lang uithoudt op aarde, is daarom eigenlijk een raadsel. Ze bestaan veel langer dan de meeste andere zoogdieren, terwijl ze alleen muggen eten, met uitzondering van een enkele vampier die leeft van bloed. „Het is een succesformule.” En nuttig zijn ze bovendien.

Laatst leidde ze een gezelschap deftige dames en heren door het natuurgebied. Een van hen vroeg hoe ze die enge vleermuizen uit haar huis in Aerdenhout kon verjagen. Jowien van der Vegte: „Ik heb haar toen gevraagd of ze last had van muggen bij het zwembad in haar tuin. Dat bleek mee te vallen. Dat komt, vertelde ik haar, omdat een vleermuis elke nacht tweehonderd tot driehonderd muggen eet. ‘O’, was haar reactie, ‘dus ik heb die beesten juist nodig?’ Mooi hè.”