Vette musicallol met Hollandse hits

Musical Dromen... zijn bedrog. Door Beeldenstorm/Harry Kies Theaterprodukties. Gezien: 15/10 in oude Luxor, Rotterdam. Tournee t/m 17/4. Inl. www.dromenzijnbedrog.com**

Dit hadden we nog niet: een musical met hits uit vijftig jaar Nederlandse popgeschiedenis. Het procedé – een nieuw verhaaltje geplooid rondom een aantal al bestaande succesnummers – kennen we al uit shows als Mamma Mia! en Doe Maar!, maar daarin kwamen de liedjes uit één bron, zodat er toch nog sprake was van stilistische samenhang. Dromen... zijn bedrog is veel uiteenlopender en ook heel wat willekeuriger. Het repertoire varieert van Oerend hard en Venus tot het veel recentere The great escape van Ilse DeLange, terwijl ook de vooroorlogse Ramblers-meezinger Wie is Loesje de selectie heeft gehaald. Maar het van Marco Borsato bekende titelnummer ontbreekt.

Het repertoire in Dromen... zijn bedrog is zodoende ook veel minder voorspelbaar dan dat van de grote voorbeelden. Maar tegelijk lang niet zo ingenieus geconstrueerd. Het verhaaltje begint met de dood van een oude vader, waarna diens weduwe, hun zoon, schoondochter, kleinzoon en een vriendin samenkomen en prompt beginnen te ruziën. Dat is het zo ongeveer. Het script van Dick van den Heuvel en Sjoerd Kuyper heeft weinig meer te bieden dan een handvol harde grappen en langdurig dronkemansgelal. Contouren hebben de personages niet gekregen. Meeleven lukt niet. Hun gedrag wordt voornamelijk bepaald door de sfeer van het volgende nummer, niet door enige consistentie in hun karakters. Om daar toch nog wat van te maken, zoeken de acteurs – in een gespierde slapstickregie van Frank Lammers – hun heil vooral in onbedaarlijk overacteren. De ergste is Remko Vrijdag, die eerder dit jaar in No way to treat a lady nog bewees dat hij een voortreffelijk musicalacteur kan zijn, maar die hier louter een karikatuur staat te spelen.

Vocale hoogtepunten zijn er echter wel. Vera Mann maakt het antireligielied Red mij niet van Maarten van Roozendaal tot een fenomenale solo (en is trouwens ook indrukwekkend in twee losse monologen die verder volkomen los staan van de intrige). Heddy Lester evenaart in House for sale het melancholieke craquelé van Marianne Faithfull. En in Nobody’s wife van Anouk toont Jelka van Houten zich een heuse rock chick.

Als er tenslotte een vermakelijke herhaalgrap wordt gemaakt met de intro van Una paloma blanca, lijkt er eindelijk iets van feestvreugde te ontstaan. Maar dat maakt lang niet alles goed.