Toezicht op verkoop producten moet breder

Met verbazing las ik het artikel van prof. Hans van Kranenburg over de val van DSB Bank (Opiniepagina, 13 oktober). Veel kritiek wordt uitgestort over eenieder die zich in kritische zin over de werkwijze van DSB Bank uitgelaten heeft en wellicht aan de val van deze bank heeft bijgedragen.

Maar Van Kranenburg rept met geen woord over de onverantwoorde producten die DSB Bank heeft verkocht. Of, in de enkele woorden die Van Kranenburg daaraan wijdt: ”DSB Bank heeft haar producten alleen kunnen verkopen omdat er een vraag naar was.” Geen woord over de ethische aspecten van deze producten.

Van Kranenburg loopt wat betreft zijn gebrek aan inzicht over de verantwoordelijkheid van (commerciële) bedrijven decennia achter. De ongebreidelde macht van bedrijven betreffende het verkopen van niet-verantwoorde producten aan argeloze consumenten is al decennialang aan banden gelegd in de farmaceutische industrie (o.a. FDA in de Verenigde Staten, CTGB in Nederland) en in de voedingsmiddelenindustrie (o.a. European Food and Safety Authority , EFSA) en recentelijk in de financiële markt (de Autoriteit Financiële Markten, AFM).

Het afkeuringspercentage van producten in de farmaceutische en voedingsmiddelenindustrie door deze autoriteiten is een duidelijke indicatie dat diverse industrieën maar al te vaak de grens overschrijden om consumenten adequate en toereikende informatie te geven, en dat de respectievelijke autoriteiten zeer noodzakelijk zijn. In enkele gevallen heeft dit geleid tot het faillissement van bedrijven.