Steeds kwader op Barack Obama

Amerikanen keren zich sinds de zomer massaal tegen president Obama. De weerzin is niet alleen maar racistisch, zoals ex-president Jimmy Carter zei. Er is meer aan de hand. Op reportage in Arkansas, de bakermat van de Obamahaat.

Children are shown fishing during the 24th Annual Fishing Derby for children at MacArthur Park Pond in Little Rock, Ark., Thursday, July 16, 2009. (AP Photo/Danny Johnston) ASSOCIATED PRESS

Willie McGhee is een Afro-Amerikaanse jongerenleider in El Dorado. Een oliestadje met een grote zwarte gemeenschap in het zuiden van de staat – Arkansas’ original boomtown. In de lokale Boys and Girls Club aan de rand van de zwarte buurt, werkt hij met jongens die alle vooroordelen over Afro-Amerikanen bevestigen. Lijmsnuivende tieners, kinderen die kinderen krijgen, gewapende 12-jarigen die het leven van de rapper 50 Cent leiden: Get Rich or Die Tryin’.

McGhee, Mr. Willie, laat ze niet vallen, vertelt hij, omdat hij weet dat de meeste jongens nooit een kans hebben gehad. Ze hadden gedetineerde ouders toen ze opgroeiden. Als kind moesten ze keuzes van een volwassene maken. „Dan waren jij en ik ook mislukt.”

Het is werk dat geduld en incasseringsvermogen vergt, maar vorig jaar rond deze tijd hing er een apart soort optimisme in zijn club. Barack Obama gaf de jongens trots, ontkrachtte vooroordelen, pompte positieve energie in hun bestaan. Het was niet de abstracte hoop van de posters, zegt McGhee. „Het was echte hoop.”

Een jaar later is er bitter weinig van over. In Arkansas – vooral hier in het zuiden – is Obamahaat doodnormaal geworden: een combinatie van heroplevend conservatisme, racisme, en heimwee naar het patriottisme van na 9/11.

En het wordt met de dag onheilspellender. Het broeit. Mensen vinden de president gevaarlijk, een communist, sommigen betwijfelen of hij wel Amerikaan is. En alle vooroordelen tegen de jongens van Mr. Willie zijn terug. „Je voelt het, je ziet het elke dag.”

Het doet McGhee denken aan de droevige tijd na de vrijspraak van O.J. Simpson, in 1995. Het oordeel over zijn (on)schuld liep langs strikt raciale lijnen. Zwart tegen blank, wij tegen zij. Die verdeeldheid is terug. „Zwarten steunen de president, blanken vallen hem af.”

Arkansas is het Diepe Zuiden. In dorpscafés steken mensen nog achteloos een sigaret op, hun taal zingt, hun voedsel is alle momenten van de dag gefrituurd. Maar Arkansas is ook de staat van de segregatie in de jaren vijftig, van de country van Johnny Cash, en van ’s werelds grootste watermeloenen.

Traditioneel is dit conservatief terrein – maar de laatste jaren toverde de staat zich om tot een solide Democratische regio. De gouverneur is Democraat, evenals tweederde van de volksvertegenwoordigers. Vijf van de zes Congresleden in Washington zijn Democraat. En dan er is nog ex-president Bill Clinton, Arkansas’ beroemdste Democraat. „Machtiger dan nu zullen we wel nooit worden”, zegt Tracy Steele, staatsenator in Little Rock, ook Democraat.

Maar vorig jaar waren er al aanwijzingen dat er één Democraat is op wie Arkansas het niet heeft: Barack Obama. Het werd toen nog toegeschreven aan zijn gevecht in de voorverkiezingen met Hillary Clinton, de ex-first lady van Arkansas.

Het was niet het hele verhaal. Toen Obama later opging tegen McCain bleef hij in de staat steken op een nietige 38 procent. En sinds het rechts-populistische verzet dit jaar in het hele land van de grond kwam, sloeg het nergens zo snel aan als in Arkansas. De gevolgen zijn tot in Washington merkbaar (zie ‘Mike Ross tegen Obama’).

„We hoefden onze vinger maar op te steken of mensen deden massaal mee”, zegt John Wilson (53), een werkloze Vietnamveteraan die de anti-Obama-campagne in El Dorado opzette. Dus toen afgelopen zomer duizenden burgers hun woede koelden op Democratische Congresleden, was hij niet verrast. „We hebben het helemaal gehad met de Opperste Leider.”

Wilson is het archetype van de zuiderling. Cowboyhoed, jager. Hij drinkt bier uit pullen en al snel blijkt dat zijn leven is gevormd door Vietnam. Hij deed er „dingen die je niet zomaar navertelt”. Het zadelde hem de rest van zijn leven op met mentale problemen.

Wilson sloeg er zich doorheen met vele baantjes maar zijn korte lontje zou nooit verdwijnen. En toen het dit voorjaar weer misging – hij werd ontslagen als laborant – veranderde zijn leven zich volgens een bekend scenario in de VS: de werkloze die zich niet tegen zijn ex-werkgever keert, maar tegen de overheid.

Nooit had hij zich met politiek bemoeid. Maar nu lag hij dagenlang met zijn 200 kilo tv te kijken, en werd met het uur kwader. Banken gered met belastinggeld, auto-industrie in handen van de regering, overheidsingreep in het zorgstelsel. En alles draaide alleen maar om Obama.

De televisie wist van geen ophouden: Obama dit, Obama dat, Obama zus. Hem bekroop het gevoel dat „die man elk aspect van ons leven onder controle wil hebben”. Het einde van Amerika, in zijn ogen. Hij hoorde zichzelf zeggen: „Maar dat gaat zomaar niet!” Hij begon in april met drie man, en in de zomer was de aanhang zo groot – en zo woedend – dat Congresleden de schrik om het hart sloeg.

Het succes van de acties draait volgens hem niet alleen om het zorgstelsel. Het heeft ook een andere achtergrond: heimwee naar de dagen na ‘9/11’. Het gevoel van eenheid in die tijd. „Samen Afghanistan aanvallen, samen in Irak, geen dissidenten.” Die liefde voor het land mist hij het meeste. „En mensen weten: dat zal Obama ons nooit kunnen geven.”

Regionale media spelen ook een rol bij de verspreiding van anti-Obamagevoelens. In El Dorado zijn zes radiozenders, een krant en een website in handen van één bedrijf, van Sandy Sanford (37), die het erg grappig vindt als je hem de Rupert Murdoch van zuidelijk Arkansas noemt.

Sanford kwam zeven jaar geleden over uit Texas, waar hij een vrijwilliger in de campagnes van George W. Bush was. Zijn radiozenders hebben de meeste invloed, zegt hij, vooral praatstation KELD, dat onafgebroken conservatieven zoals Sean Hannity (ook FoxNews) en Rush Limbaugh uitzendt. Voor Limbaugh heeft hij „oneindige bewondering”.

Dat moet je niet zien als ideologie, zegt hij. Het is een puur zakelijke keuze: „Dit is wat het publiek wil.” Maar liefst 92 procent van alle luisteraars in de regio stemt af op zijn zenders

Hij gelooft niet dat zijn zenders haat zaaien. Het is „eerlijke informatie vanuit een bepaalde invalshoek”. En dat mensen Obama „verachten” is logisch: dat doet hij zelf ook. Het is de neerbuigende houding die hem tegenstaat. De suggestie dat mensen hem zeker zullen steunen als hij zijn plannen maar mag uitleggen. „Obama zegt eigenlijk voortdurend: jij bent het niet met me eens omdat je het nog niet helemaal hebt begrepen.’’

De omgeving van El Dorado is een landschap van rijst- en katoenvelden en kringelweggetjes. Het verkeer is er licht, de armoede groot, en stress ogenschijnlijk afwezig. In de huisjes wonen vooral oudere Afro-Afrikanen en zij laten de buitenlandse verslaggever weten dat ze Obamahaat een gevaarlijk onderwerp vinden: ze praten liever niet.

Het is de houding die Obama in feite ook inneemt. Toen ex-president Jimmy Carter vorige maand het volksverzet in verband bracht met racisme, sprak de president dat meteen tegen.

De Afro-Amerikaanse elite van Arkansas, waar de herinnering aan de schoolsegregatie nog levendig is, doet dat ook. Het is berekening: de wetenschap dat een zwarte politicus vertrouwen onder blanken verspeelt als hij het taboe doorbreekt.

Het staat in scherp contrast met de gevoelens van Afro-Amerikanen. In hun ogen zijn de raciale spanningen groter dan ooit.

Sheryl Stuart is een gepensioneerde arts die in de jaren tachtig de leiding kreeg over de openbare gezondheidszorg in een zuidelijke provincie. Haar medewerkers waren allemaal blank, haar klanten bijna allemaal zwart. Dus ze liet ras een rol te spelen bij het inhuren van nieuwe mensen. Het werd een lijdensweg. Haar banden werden lek gestoken, ze werd beschuldigd van alcoholisme, en toen haar zoons spontaan besloten naar het lokale zwembad te gaan, waren ze niet welkom: gesloten voor zwarten. De herinneringen komen nu terug, vertelt ze. Dat respectloze, die haat, dat domme: het is er allemaal weer. „Ik wil er zomin mogelijk aan denken.”

Meer over Obama’s zorgplan op nrc.nl/obama