Paul Cézanne was vader voor allen na hem

In het Gemeentemuseum in Den Haag opent vandaag een tentoonstelling over drie vernieuwers van de moderne kunst: Cézanne, Picasso en Mondriaan.

Over één ding zijn alle kunstuitleggers het eens, van de vorige week overleden E.F. van der Grinten (Wereldtaal der vormen) tot Pierre Janssen, Henk van Os en Sister Wendy Beckett van de BBC: Paul Cézanne (1839-1906) is de grondlegger van de moderne kunst. Je kunt er niet genoeg op hameren. Door reductie van beeldende middelen en door het vereenvoudigen van vormen kwam hij tot de essentie. „Benader de natuur door middel van de cilinder, de bol en de kegel”, schreef Cézanne aan zijn jongere collega Émile Bernard. „De natuur bevindt zich voor ons mensen meer in de diepte dan aan de oppervlakte.”

Paul Cézanne is de spil op de grote tentoonstelling Cézanne, Picasso, Mondriaan - In nieuw perspectief die vandaag opent in het Haags Gemeentemuseum. Zijn werk hangt daar in een boeiend en leerzaam verband met dat van twee andere vernieuwers van de moderne kunst: Picasso en Mondriaan.

Cézanne’s idee dat alles in de natuur ‘gegeometriseerd’ kan worden, leidde destijds direct tot het kubisme. Hij was een echte schilders-schilder. Zijn vakgenoten begrepen precies waar hij mee bezig was. Picasso noemde Cézanne zijn enige echte meester. Een ‘vader’.

Symbolist Maurice Denis schilderde in 1900, zes jaar voor Cézanne’s dood, een hommage aan de schilder waarop deze naast een ezel met een van zijn stillevens staat en omringd is door jongelui. Ze kijken hem bewonderend aan.

De essentie van kleur en vorm, daarmee waren vele modernistische kunstenaars in het begin van de twintigste eeuw bezig. Aan de ene kant de meer naar buiten gerichte schilders, zoals Picasso, die het expressieve opvoerden en daarnaast de meer naar binnen gerichte figuren die via consequent vormonderzoek tot abstractie kwamen. Van die laatste richting is Piet Mondriaan natuurlijk een prachtig voorbeeld.

Paul Cézanne effende het pad voor hen. Hier gaat het om, op de tentoonstelling Cézanne, Picasso, Mondriaan. We zien Baadsters van Cézanne, die wellicht de directe aanleiding waren voor Picasso’s Les Demoiselles d’Avignon. We zien Mondriaan de stap naar de volledige, ijzige abstractie maken, iets waar Picasso nooit aan toe is gekomen. We zien de tastbare vormen van Cézanne in olieverf en ook op schetsboekbladen.

Het is niet vreemd dat deze tentoonstelling zo mooi past in het Haags Gemeentemuseum. Ook architect Berlage was, zeker tegen het eind van zijn leven toen hij het Gemeentemuseum ontwierp, een meester in het abstraheren, het terugbrengen tot de essentie. Hij schiep kabinetten en zalen die te overzien zijn en toch niet afgesloten. Ook Cézanne, Picasso en Mondriaan, hoe revolutionair ze ook waren, maakten werk op menselijke maat. In formaten die de burgerij zich kon permitteren. Hun kunst was niet, zoals die van latere generaties, te groot om thuis te hangen, was niet bedoeld om alleen maar in enorme museumzalen te kunnen functioneren.

Het Haags Gemeentemuseum, de hoeder van Mondriaan, verbindt aan deze presentatie verschillende lessen. In elke zaal gaat het om iets anders: de abstrahering van landschappen met sterk horizontale lijnen, het reduceren van de kleur of de opvattingen van de menselijke figuur. Door de confrontatie van de drie is de vraag naar onderlinge beïnvloeding niet langer relevant. Je ziet vanzelf wat er gebeurde, hoe de kunstenaars hun problemen probeerden op te lossen en ook hoe revolutionair ze waren. Het is een leuke les. De bezoeker wordt niet onderschat, niet aan zijn lot overgelaten. Hij wordt uitgedaagd om puzzeltjes op te lossen. Misschien is naar een museum gaan wel net zo leuk als een cryptogram of een sudoko maken. Hier doe je dit aan de hand van het werk van drie grote meesters. Gelukkig maar dat het Gemeentemuseum de bijschriften nog niet heeft verbannen.

Cézanne, Picasso en Mondriaan - In nieuw perspectief, t/m 24/1, Gemeentemuseum Den Haag. Inlichtingen: gemeentemuseum.nl****