Ons belastinggeld wordt ‘rechtens’ verkwanseld

Oud-bankiers van ABN Amro hebben recht op bonus volgens de rechter (NRC Handelsblad, 10 oktober). Een bonus van 6,5 tot 18 miljoen is in de bankwereld normaal. Met mijn goede opleiding, verantwoordelijke baan, goede resultaten en modaal inkomen betekent 6,5 miljoen voor mij 130 jaar werken.

De bonus komt bovenop hun ongetwijfeld riante salaris van de laatste jaren.

ABN Amro wordt overeind gehouden met ons belastinggeld. Dat hadden we niet afgesproken, ik heb daar geen toestemming voor gegeven.

Toch kon ik er vrede mee hebben, want het gebeurde uit naam van de belangen van de spaarders zoals ik, die geld opzij leggen voor slechtere tijden. Bovengenoemde rechterlijke uitspraak doet de vraag rijzen waarom aan de overheidssteun geen keiharde voorwaarde is gesteld dat ons geld niet op die manier over de balk mag worden gegooid. Dat gebeurt in iedere subsidiesituatie. Anders heet het privégebruik van geld corruptie en fraude.

Michiel de Jong moet ‘genoegen nemen’ met 2,5 miljoen (genoeg om de onderwijsbegroting van een klein Afrikaans land erbovenop te helpen). Hij gaat in hoger beroep. Ik hoop dat hij dan zijn hele bonus kwijtraakt.

Waarom kunnen al onze afspraken worden geschonden, kan ons pensioen worden verlaagd (tegen de afspraak waarmee ik erin ben gestapt), en mag met ons geld riskant gespeculeerd worden? Ontslaguitkeringen tot 18 miljoen zijn door de rechter toegestaan wegens ‘afspraken’.

Maar afspraken met ons en de onderlinge bankiersafspraken zijn kennelijk twee verschillende dingen, waarbij de laatste prioriteit hebben. De twee maten zijn normaal geworden. De onafhankelijkheid van onze rechtspraak is in het geding.

Wie gaat in hoger beroep tegen deze recente uitspraak, net zolang tot rechters weer recht spreken? Ik eis mijn belastinggeld terug, het is oneigenlijk gebruikt. Wie komt voor mij op?

L. van den Bergh

Den Haag