Niemand slaat zijn vrouw met de Koran

In de Amsterdamse achterstandswijk Slotervaart is een campagne tegen huiselijk geweld begonnen. „Mijn man kreeg aanzien als hij mij alle hoeken van de kamer liet zien.”

Hoe harder het geweld opklinkt uit de woorden die worden voorgelezen, hoe dieper de stilte wordt in de raadszaal. „Hij sloeg me met mijn hoofd tegen de muur”, leest schrijfster Fayza Oum’Hamed. „Toen pakte hij de lange steel van de zwabber en begon mij met volle kracht te slaan. Hij beukte met de lange stok op mijn hoofd, mijn armen, mijn rug, en sloeg op mijn dikke buik. Hij hield pas op toen de steel in twee stukken brak.”

Stadsdeel Slotervaart begon gisteren een campagne tegen huiselijk geweld. „Dat geweld is verwerpelijk en onacceptabel”, zei stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch (PvdA), die tien jaar bij de politie werkte. „En dat geldt ook voor het relativeren ervan door familie of omgeving, in de trant van: het hoort, het kan, het gaat altijd zo. Te vaak wordt tegen mishandelde meisjes gezegd: je bent nu eenmaal getrouwd, je hebt kinderen, dus volhouden. Ik heb als politieman meerdere Fayza’s gekend.”

Fayza Oum’Hamed (1979) is de hoofdgast bij de lancering van de campagne. De van oorsprong Marokkaanse schreef het boek Uitverkoren over de jaren dat ze in Amsterdam-Oost feitelijk de gevangene was van haar echtgenoot, die haar misbruikte en mishandelde. „Ik was bang, verdrietig, eenzaam en wanhopig. De lichamelijke pijn hield op, de geestelijke pijn niet.”

Haar verhaal maakte diepe indruk in de zaal. „Ik heb pijn in mijn buik”, zegt iemand onder veel bijval. „Ik ben nog steeds een moslimvrouw”, benadrukt Oum’Hamed. De advocate Famile Arslan zegt: „Geen man leest eerste de Koran en slaat vervolgens zijn vrouw met de Koran.”

Als de zaal instemmend bromt, staat Marcouch op: „Er zitten in de Marokkaanse cultuur wel zaken die een rol spelen. Cultuur en religie worden vaak gebruikt om mishandeling te legitimeren.”

De gemeenschap lokt mishandeling soms uit, vertelt Fatimazohra Hadjar: „Mijn man was een aardige Algerijn, maar door de Marokkaanse gemeenschap in Slotervaart werd hij gewelddadig. Mijn man kreeg aanzien als hij mij alle hoeken van de kamer liet zien.” Oum’Hamed reageert: „Je man sloeg, hij was verantwoordelijk.” Hadjar: „Natuurlijk, maar de druk van de groep is enorm.”

Alleen sterke vrouwen kunnen zich daartegen verzetten. „Net als Fayza werd ik op mijn 15de uitgehuwelijkt, en ik ben nooit geslagen. Toen mijn schoonfamilie mij niet goed behandelde, heb ik mijn man laten kiezen: of je zorgt dat het beter wordt, of ik ga weg”, vertelt Fatima Sabah. Het toont volgens Marcouch aan dat de emancipatie van vrouwen cruciaal is.

Kreeg Oum’Hamed geen hulp, vragen hulpverleners in de zaal. „Een keer ging ik stiekem naar de huisarts”, vertelt Oum’Hamed. „Ik sprak maar een paar woorden Nederlands, maar vertelde dat het niet goed ging. ‘Ik kan voor u een afspraak regelen bij de psychiater’, zei hij alleen...”

Toen Oum’Hamed in 2000 aangifte deed bij de politie, weigerde de agent die op te nemen omdat er geen getuigen waren. „Het was toen voor de politie lastig om in zo’n geval iets te doen”, reageert politieman Ab van Vliet. „Inmiddels kunnen we ambtshalve ingrijpen. En dat doen we ook.”

Amsterdam werkt net als andere steden met huisverboden voor mannen met losse handen. Dit jaar hadden er 250 uitplaatsingen moeten plaatshebben, maar de gemeente blijft hangen rond de helft.