Met Fanta en koek wéér wachten op uitstel

Vierenhalf uur bogen de rechters zich gisteren over de toekomst van DSB – voor de vierde keer deze week. „Het is een goed teken dat het zo lang duurt.”

Een voor een komen ze de rechtbank in Amsterdam binnen. De medewerkers en advocaat van De Nederlandsche Bank (DNB). De bewindvoerders Joost Kuiper en Rutger Schimmelpenninck. De ondernemingsraad van de DSB Bank. En Dirk Scheringa met zijn gevolg. Als hij binnen staat is het gejuich en gefluit van de DSB-medewerkers die buiten staan nog goed te horen.

Ze gaan allemaal naar de Van Namenzaal op de eerste verdieping van de rechtbank. Daar geven ze elkaar beleefd een hand. Het is de vierde keer dat ze elkaar deze week op de rechtbank treffen. „Wij werden toch veel minder hard toegejuicht”, grapt een DNB’er tegen Scheringa. Die glimlacht. Zijn vrouw Baukje staat naast hem. DSB-bestuurder Robin Linschoten staat te bellen.

„Is er al ene Schimmelpennick?”, vraagt iemand van de parketpolitie. De bewindvoerder steekt zijn hand op. Het is 14:05. De besloten zitting over de toekomst van de DSB Bank begint.

De chauffeurs van de DSB-bestuurders zitten op de gang te wachten. Een chauffeur drinkt Fanta uit een flesje en eet een plak ontbijtkoek. De andere heeft boterhammen meegenomen. Het zal wel weer lang duren, zegt er een. „Maar dat is een goed teken. Dus van mij mogen er nog heel veel van dit soort dagen volgen.”

Precies een uur later komen alle partijen weer naar buiten. De zaak is een half uur geschorst. Allemaal krijgen ze een eigen kamer om te overleggen. De bewindvoerders gaan naar de Herzbergzaal. De DNB-mensen zitten in enquêtezaal 9. De DSB-ploeg krijgt enquêtezaal 10 daarnaast. Op de deur van elke zaal zitten twee stickers: Verboden te bellen. Verboden te roken.

Drie beveiligers en de twee chauffeurs gaan voor de zaal van de DSB staan. Ongeveer tien minuten later komen Dirk Scheringa en DSB-bestuurder Hans van Goor weer naar buiten. Ze hebben allebei hun jasje uitgetrokken. Ze gaan naar de wc. Als ze binnen zijn gaan twee beveiligers voor de die deur staan. Ondertussen brengt een bode alle partijen een kan water. Als Scheringa en Van Goor weer binnen zijn laat de DSB-ploeg een beveiliger flesjes drinken halen uit de kiosk op de begane grond. Twee minuten later komt hij ze brengen in een plastic tas van de Mediamarkt. ‘Ik ben toch niet gek’, staat er met grote letters op.

Buiten staan nog steeds tientallen DSB-medewerkers voor de deur te wachten. Het regent. Een medewerker van de parketpolitie die van buiten komt zegt dat alles „prima” onder controle is. „Het zijn geen AZ-supporters, hè. Dit is personeel van de DSB Bank, dus alles wat je vraagt wordt ook netjes opgevold.”

De drie partijen verzamelen zich een paar minuten na half vier weer voor de Van Namenzaal. Bewindvoerder Kuiper moet nog even naar de wc. Gaat u al naar huis, vraagt Hans van Goor. Kuiper lacht. Advocaat Haasjes van DNB heeft een dik boek onder zijn arm. ‘Wet toezicht financiële markten 2009.’ Scheringa heeft papieren en een brillenkoker onder zijn arm. Hij loopt licht voorovergebogen en gaat bij de leden van de ondernemingsraad van zijn bank staan. Dan gaat de zaak weer verder.

Om half vijf wordt de zaak weer geschorst. De parketpolitie stuurt iedereen naar buiten die niet bij de rechtzaak betrokken is. In de regen en de kou moeten DSB-medewerkers en journalisten dan nog twee uur wachten.

Dan komt Dirk Scheringa naar buiten. „We leven nog. We hebben uitstel tot maandag.”