Klein, maar héél belangrijk

In New York is een bureau waar ze bijhouden hoeveel mensen er op aarde wonen. Helemaal precies kun je dat natuurlijk nooit weten, maar het zijn er meer dan 6.790 miljoen. Bijna zeven miljard dus!

Toch is de mens niet het meest voorkomende dier op aarde. Er is een klein diertje dat nog vaker voorkomt: de mier. Er zijn zelfs zoveel mieren (honderden biljarden) dat ze allemaal samen meer wegen dan alle mensen op aarde.

Wanneer ook dieren in zee meedoen, is er nog een kampioen. Het Antarctisch krill. Van die glasachtige garnaaltjes (eigenlijk: dierlijk plankton) zwemmen er in de zeeën rond de Zuidpool biljarden rond. Samen wegen al die krilldiertjes minder dan alle mieren bij elkaar, denken biologen, maar wél meer dan mensen. En dat terwijl het bij deze krill maar om één enkele soort gaat. Bij de mieren zijn alle soorten meegerekend!

Andere biologen hebben nu die krill geteld in de zeeën rond de Zuidpool. Daar schoolt de krill, vooral ’s nachts, samen. Jonge krilldiertjes kruipen het allerdichtst op elkaar, zagen de biologen. Met honderden miljarden vormen ze ‘superzwermen’, van wel een kilometer lang en driehonderd meter dik. Één grote voedselvoorraad is dat. Met honderden miljoenen kilo’s krill voor walvissen, pinguïns, zeehonden, albatrossen....

De biologen waarschuwen dat mensen daar niet klakkeloos van mee kunnen pikken. Vissers scheppen namelijk steeds vaker krill uit zee om er visvoer voor viskwekerijen van te maken. Maar als je die superzwermen opschept, zeggen de biologen, haal je in één klap alle verse nieuwe krill weg. Daarmee doe je walvissen en al die andere dieren tekort – zelfs al is er veel meer krill dan er mensen zijn.