'Ik kom vaak terug op beelden uit de Bijbel'

Het schrijven van een boek was voor Nick Cave tijdens zijn tournee een toevluchtsoord. De sfeer van mannen-onder-elkaar was daarbij een inspiratie.

De hoofdpersoon van Nick Cave’s roman The Death of Bunny Munro is Bunny Munro, handelsreiziger in schoonheidsproducten. Munro leeft in een roes van drank, drugs en seksuele vervoering. Als zijn vrouw Libby zelfmoord pleegt en hij overblijft met hun negenjarige zoon Bunny Jr., beginnen ze samen aan een zwerftocht per auto in de omgeving van Brighton, waar Bunny zijn producten slijt. Vader heeft geen oog voor het verdriet van de zoon om de overleden moeder, hij heeft het te druk met het vinden van seksuele inspiratie: in de reclameposters van modemerken, in liedjes van Kylie Minogue, en in zijn ontmoetingen met vrouwelijke klanten.

In het boek gebeurt niet veel meer dan dat Munro klanten bezoekt en wel of niet zijn seksuele behoeften bevredigd ziet, terwijl de zoon wacht in de auto, met steeds zieliger wordende ontstoken ogen en alleen een oude encyclopedie als tijdverdrijf. Cave’s beschrijvingen van de reis zijn barok en nietsontziend: met zelfbedachte woorden (‘his vinger turbulates the air’) en doldriest doordravende seksueel getinte hallucinaties, die door Munro’s onmatige ijdelheid en zelfingenomenheid zeer grappig zijn.

Woensdag verzorgde Cave in Carré, Amsterdam, een ‘Evening With Nick Cave’. Hij las passages uit zijn roman voor en speelde bijzondere versies van nummers als Tupelo, Mercy Seat en Into My Arms, begeleid door bassist Martyn Casey en multi-instrumentalist Warren Ellis. Cave, nu zonder druipsnor, bleek een ontspannen gastheer die het publiek vragen liet stellen („Over het leven, of persoonlijk. Ik kan het hebben, ik ben nu volwassen.”). Carré kreeg de sfeer van een jeugdhonk. Over de inhoud van zijn boek zei hij tegen de zaal dat het grappig begint om uiteindelijk te eindigen in de hel: „Zoals in al mijn werk.”

’s Middags rookte Cave een shagje in de directiekamer van Carré, en vertelde over zijn roman.

Uw boek was bedoeld als filmscript. Hoe werd het een roman?

„De film zou een eigentijdse versie worden van een sociaal-realistisch, typisch Brits kitchen sink drama, over mensen uit de arbeidersklasse. Het was bedoeld als een soort slapstick, over een charmeur die denkt dat hij onweerstaanbaar is. Toen er geen film van ging komen, wilde ik er een boek van maken. Het onderwerp lag me na aan het hart. Door de personages een innerlijk leven te geven veranderde de toon. Ik heb het tragische aspect van Bunny’s monomane losbandigheid meer uitgewerkt, met typische mannenhumor – waarop Engelsen zo dol zijn – als basis. Vervolgens voerde ik die zo ver door dat het helemaal niet meer grappig is. Bunny Munro wordt een monster. Ook die vrouwonvriendelijke neiging kenmerkt Britse humor.”

Die is typisch Brits?

„Engelse media en komisch bedoelde typetjes op tv hebben een ondertoon van vrouwonvriendelijkheid die door veel mensen als vanzelfsprekend wordt aangenomen. Men vindt het grappig en typisch jongensachtig. Laddism heet het.”

Door de verwijzingen naar populaire figuren als Kylie Minogue en Kate Moss wordt duidelijk dat het boek in het heden speelt. Toch lijkt uw hoofdpersoon geen man van zijn tijd. Ik vroeg me af of handelsreizigers nog bestaan.

„Je kunt nog altijd een afspraak maken met een vertegenwoordiger van schoonheidsproducten. Ik houd van die spanning tussen tijdloosheid en specifieke tijdsbepalingen. In mijn songteksten gebruik ik die methode de laatste tien jaar: een tijdloze tekst met plots supermoderne verwijzingen, waardoor je weet dat het zich in het heden afspeelt. Dat geeft een vreemd effect.

„Bunny Munro absorbeert de populaire cultuur: de liedjes, de verleidelijke reclameposters, de vrouwen en hun uitdagende kleding – al die kenmerken van de hedendaagse geseksualiseerde maatschappij. In die zin is hij er een product van. Maar hij is tegelijkertijd een anachronistische figuur, die niet geleerd heeft om met de vrouwen in die maatschappij om te gaan. Dat kunnen de meeste mannen inmiddels wel. Maar al hebben we geleerd ons door de wereld te begeven en niet te veel aanstoot te geven, ik ben er van overtuigd dat in iedere man nog iets van Munro aanwezig is. Hij zit in ons DNA.

„Opvallend veel vrouwen zijn overigens te spreken over dit personage. Waarschijnlijk omdat hij iets blootlegt waarvan ze het bestaan al langer vermoedden.”

U schreef het boek tijdens een zes weken durende tournee met uw band The Bad Seeds. Was die mannelijke omgeving van belang bij het schrijven?

„Toeren met een rockband is een bizarre situatie. Je geeft optredens en dat is geweldig, maar verder is het ongelooflijk vermoeiend en onbeschrijflijk saai. De enige manier om het te doorstaan is door de dingen ongecompliceerd te houden. Zo gaan gesprekken nooit over thuis of over problemen. We nemen onze toevlucht tot humor en het praten op de typische mannenmanier. Het was erg prettig dat ik in mijn boek een toevluchtsoord had. Ik was altijd aan het schrijven, in de bus, op het vliegveld. En de sfeer van mannen-onder-elkaar was daarbij een inspiratie.”

Wat is de betekenis van Bunny’s seksuele obsessie?

„Bunny wil wegkruipen in een vrouw opdat de echte liefde hem niet kan vinden. De vagina is zijn schuilplaats. Hij schuilt voor intimiteit, empathie en emotionele betrokkenheid – al die dingen die je normaal gesproken associeert met het bedrijven van de liefde. Het is verslavingsgedrag. Maar wat hem de das om doet is niet de omgang met die vrouwen, het draait uiteindelijk om de zoon. Bunny kan hem niet ontvluchten, de jongen blijft door alles heen loyaal. De relatie tussen vader en zoon is voor mij de kern van dit verhaal.”

U heeft bij het schrijven teruggegrepen op uw eigen drugsverleden.

„Ik heb ervaring met het opvoeden van kinderen onder invloed. En ik ken de psychologische achtergronden van verslaving: het volkomen door jezelf geabsorbeerd zijn, en het gebrek aan zelfreflectie. Bij Bunny heeft het de vorm van een seksverslaving.”

Had uw verleden ook invloed op de hallucinerende stijl van de beschrijvingen?

„Nee, die stijl heeft niet te maken met Bunny’s drank- en drugsgebruik. Het is een uiting van zijn gebrek aan realiteitsbesef. Hij schept zijn eigen werkelijkheid. Die is vreemd en surrealistisch, met wolken als inktvlekken en groteske vrouwenfiguren. Ik herken die visuele obsessie. Bunny is geobsedeerd door de ‘buitenkant’ van alles: van kleren, vrouwen, wolken. Die aandacht voor de verschijningsvorm maakt je een observator. Ik voel me een voyeur.”

Hoe verhoudt rockmuziek zich tot literatuur, als het gaat om culturele impact?

„De invloed van muziek is oneindig veel groter dan die van literatuur, tegenwoordig. Daarom is het wrang dat muziek nog altijd als iets minderwaardigs wordt afgeschilderd. Ik heb dat zelf ook lange tijd geloofd. Mijn vader was docent in Engelse literatuur, hij had het altijd over Shakespeare en poëzie. Toen ik niet ging schrijven maar zingen, was hij teleurgesteld. Het duurde even voordat ik doorhad wat een nonsens dat was. Rockmuziek is in veel opzichten de hoogste kunst, omdat het zo’n vergaand effect heeft op je ziel. Muziek kan je transformeren. Het is zelfs zo dat ik precies weet wat een liedje voor me kan doen. Als ik luister naar Nina Simone weet ik dat ik me daarna anders voel. Zij kan mij binnen vier minuten helen.”

Boeken kunnen dat niet?

„Er zijn geen boeken die ik steeds opnieuw lees. Waarschijnlijk omdat ik boeken begrijp. Ik snap waardoor een bepaalde passage een emotioneel effect heeft. Bij muziek snap ik dat niet. Muziek is nog altijd mysterieus en ongrijpbaar.

„Er is trouwens één boek waar ik vaker terugkom: de Bijbel. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat de beelden erin onverslijtbaar zijn. Mijn eerste roman And The Ass Saw The Angel leunde er nadrukkelijk op, en ook in mijn nieuwe boek is flink wat aan de Bijbel ontleend. Bijvoorbeeld de scène vlak voordat Bunny een junkie gaat verkrachten. Dan zit hij mismoedig op de grond en tekent met zijn vingers in het stof. Zo zat Jezus op de grond en tekende in het zand toen een vrouw gestenigd dreigde te worden. Dat vind ik een mooi beeld.”

Waar is uw snor eigenlijk gebleven?

„Mijn vrouw had er een hekel aan. Twee jaar heb ik het volgehouden maar laatst op een dag, toen ik moe was van een jetlag, gaf ze me een scheermes en zei: ‘Weg ermee.’ Ze had gelijk, hij stond tussen ons in.”

Aan het eind van het boek, als alles misgaat, duikt een vriendelijke, besnorde muzikant op. Een zelfportret?

„Inderdaad, het is een slap excuus aan mijn vrouw.”

‘De dood van Bunny Munro’ is nu uit bij Meulenhoff