Huisartsen kunnen meer dan ze nu geloven

Een groep huisartsen is het oneens met minister Klink over de chronische zorg (NRC Handelsblad, 9 oktober). De minister wil de zorg toekomstbestendig maken met behulp van ketenzorg. Volgens de huisartsen moeten zij hierbij meer gaan doen voor minder geld.

In plaats van zich onterecht zorgen te maken over minder geld, zouden de klagende huisartsen zich beter kunnen verdiepen in het afstemmen van hun werkproces op de zorgvraag. Op basis van de voorspelde stijging van het aantal mensen met chronische ziekten (+25-40 procent in de komende 10 à 15 jaar), moeten huisartsen zorg gaan leveren aan meer patiënten. Ketenzorg maakt dit mogelijk door onder meer zorgtaken slim te verdelen tussen samenwerkende zorgverleners, patiënten interactief te begeleiden, en door adequaat gebruik te maken van IT. Uit (inter)nationaal onderzoek blijkt dat door ketenzorg de productiviteit in de chronische zorg toeneemt, oftewel dat betere zorg wordt geleverd aan meer patiënten en tegen een lagere gemiddelde kostprijs per patiënt.

Betekent dit, zoals de huisartsen menen, een vermindering van hun inkomen? Nee. Het inkomen uit chronische zorg wordt bepaald door het aantal patiënten te vermenigvuldigen met de kostprijs. Het is onwaarschijnlijk dat de daling van de kostprijs de forse toename van het aantal patiënten zal overtreffen en het inkomen van huisartsen zal doen verminderen.

In diverse regio`s, zoals Maastricht en Zwolle, wordt al jarenlang succesvol volgens deze aanpak gewerkt. De huisartsen uit deze regio`s zouden hun klagende collega`s kunnen laten zien dat ketenzorg juist kansen biedt in plaats van bedreigingen. En dan geloven.