Het 20ste-eeuwse koor is als een orkest

Eigentijds Tenso-dagen. Ned. Kamerkoor/ Cappella A’dam. Gehoord: 15/10 Muziekgebouw aan ’t IJ, A’dam. T/m 18/10, info: tensodagen.nl. Opnames Radio 4.****

Burgemeester Job Cohen is er blij mee: van Amsterdams beroemdste componist Sweelinck (1562-1621) klinkt tijdens de Tenso-dagen in het Muziekgebouw aan het IJ op elk concert een psalm. Het is een niet-eigentijds element op een festival dat draait om zes Europese koren die zijn gespecialiseerd in eigentijdse muziek.

De Tenso-koren willen een canon van de twintigste-eeuwse koormuziek laten horen. De emancipatie van het koor behoort ongetwijfeld tot de interessantste muzikale ontwikkelingen uit de vorige eeuw. Van leverancier van een redelijk gestandaardiseerde koorklank ontwikkelden componisten het immers tot een soort vocaal orkest, met ongekende timbres en mogelijkheden.

Het was onder meer te horen in een uitvoering van Olivier Messiaens Cinq rechants (1948), door het Nederlands Kamerkoor opgetogen en ritmisch uitgevoerd. Een verrassing was het relatief onbekende Epithalame (1953) van de te onbekende Fransman André Jolivet (1905-1974). Diens zelfgeschreven tekst is niet zo sterk, maar het koor kon gloriëren in de muziek, met ritmisch brommende bassen, kervende vrouwenstemmen en gebalanceerde akkoorden.

Cappella Amsterdam, dat het deel ná de pauze voor zijn rekening nam, zong onder meer een lieflijk deeltje uit Dear March Come In (2002) van de pas overleden componist Robert Heppener. Ook klonk een warme, verzorgde uitvoering van Ton de Leeuws oosters rondcirkelende Car nos vignes sont en fleur (1981), waarin desondanks wat schoonheidsfoutjes opvielen.

Daan Verlaan vervatte voor Haleine (2009), een wereldpremière, gedichten van Jan Arends in glissando’s en een machinaal puffende laag in het eerste deel. Ter verklanking van de vogels in het vierde deel („Twee vogels hebben stro in mijn handen gelegd”) grijpt literatuurliefhebber Verlaan naar een bekende verschijning, de Krullevaar van Annie M.G. Schmidt – de enige vogel die echt modern zingt: „prrrrrtalieloe!”