Er moet toch íets zijn?

Bruce M. Hood SuperSense: waarom we in het bovennatuurlijke geloven, uitg. Ten Have, 303 pagina’s, € 22,90

Als we God dood verklaren en religie en de kerk afschaffen, zal er nog steeds bovennatuurlijk denken zijn, schrijft Bruce Hood in SuperSense. Alsof je de Hydra een hoofd afhakt dat meteen weer teruggroeit. Bovennatuurlijk denken is nu eenmaal aangeboren, onze hersens, die graag overal patronen zien, willen magie. Maar zou het ook kunnen dat mensen juist steeds minder geloof in bovennatuurlijke krachten nodig hebben naarmate we meer van de wereld begrijpen? Die optie weerlegt Hood niet overtuigend. Hij redeneert niet helder genoeg.

Neem zijn wollenvestjesverhaal. Hood houdt vaak tijdens lezingen een afgedragen wollen vestje omhoog en vraagt dan wie het aan wil trekken. Hij looft er zelfs een beloning voor uit. Er gaan vele handen omhoog. Dan vertelt hij dat het vestje van Fred West, een Dutroux-achtige meisjesmoordenaar is geweest, en alle handen gaan weer omlaag. Behalve die van enkele ‘mannen die vastbesloten zijn hun rationele beheersing te demonstreren’ of die ‘vermoeden, terecht, dat ik hen over de eigenaar van het vestje heb voorgelogen’ (grappig is Hood vaak wel). Vervolgens legt hij uit dat de meesten van ons het vestje zouden behandelen ‘alsof het met kwaad was verzadigd’. En hij schrijft: ‘Nu weet u waarom mensen dit een van de opmerkelijkste feiten over de menselijke natuur vinden.’ Nou nee, dat weten we dan nog helemaal niet! Als de meeste mensen zich zo zouden gedragen, waarom zouden de meeste mensen het dan ook opmerkelijk vinden?

Zo drogredeneert Hood door.

Maar hij laat wel mooi zien hoe algemeen het geloof in bovennatuurlijke verschijnselen is. Hij vertelt geweldige verhalen: over een 87-jarige vrouw die nog met haar kinderdekentje slaapt, over een man die graag opgegeten en al in een kannibaal wil voortleven. Had hij het maar bij een verzameling prachtige, rare anekdotes gelaten.