Doodsstrijd Scheringa schaadt ook autoriteiten

Grootaandeelhouder Scheringa van DSB Bank is er gisteren in geslaagd om zijn faillissement, dat maandag nog een kwestie van etmalen leek, af te stellen of tot maandagmorgen uit te stellen. Op het oog kalmer dan president Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) en minister Bos (Financiën) heeft hij alle tegenstand, althans tijdelijk, weten te pareren. En zo werd zijn doodsstrijd, op zichzelf een financiële zaak, steeds meer een maatschappelijke kwestie.

Stond Scheringa begin deze maand nog te boek als de bankier die te dure hypotheekproducten aan te argeloze burgers had verkocht, deze week slaagde hij er in zichzelf het aureool van onvermoeibaar strijder voor zijn mensen aan te meten. In deze laatste vertelling werd Scheringa opgevoerd als energieke autodidact, die zijn droom had bereikt maar nu werd tegengewerkt door de haute finance van de bancaire wereld, de regering en de toezichthouder.

De naamgever van DSB Bank liet niet na die beeldvorming te voeden door te benadrukken dat een ‘lek’ naar de media vorige week zondagavond een soort moord met voortbedachten rade was geweest. Als dat niet was gebeurd, zou volgens zijn redenering de ‘ontsparing’ nagenoeg tot stilstand zijn gekomen en zou de bank gered kunnen worden. Bestuurslid Van Goor van DSB Bank zei zelfs dat DNB zes dagen eerder de genadeslag had uitgedeeld door een krediet van 1,8 miljard naar 1 miljard euro terug te brengen. Deze ‘ontsparing’ door de toezichthouder was ingrijpender dan die door de eigen rekeninghouders, wilde hij maar zeggen.

De woordvoerders van DSB Bank kunnen de redenering zo goed als onweersproken herhalen, omdat een aantal cruciale feiten nog onbekend is. Dat is deels onvermijdelijk omdat DNB en Financiën zijn gehouden tot discretie, terwijl Scheringa allerlei vuile was kan buitenhangen. Maar dat neemt niet weg dat er steeds meer vragen zijn gerezen. Alleen al het feit dat de rechtbank de afgelopen dagen driemaal een vordering tegen DSB niet heeft gehonoreerd, geeft te denken. Zondagavond werd eerst het verzoek van DNB om een noodregeling aangehouden. Donderdag en vrijdag stelde de rechtbank het faillissement uit. Ook anderszins is er reden om te vermoeden dat DNB haar aanvankelijke passiviteit in het toezicht heeft willen compenseren.

Maar we weten het niet. Er zijn dus nog veel pertinente vragen. Die moeten snel en adequaat worden beantwoord, ter wille van de waarheid maar ook omdat het om meer gaat dan een ontspoord bedrijf. Als het idee beklijft dat er met twee maten wordt gemeten, dat de grote jongens in de sector met belastinggeld worden gered terwijl de kleine kunnen barsten, wordt het vertrouwen in de hele financiële sector belast en liggen politieke repercussies op de loer.

Minister Bos is zich dat bewust, getuige de drie onderzoeken die hij heeft aangekondigd naar het algemene beleid, de rol van voormalig DSB-bestuurders Zalm en Nijpels (die nu functies hebben bij ABN Amro en Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) en naar het ‘lek’.

Haast is geboden. Maar zorgvuldigheid ook. Dat DNB en AFM, zelf als toezichthouder betrokken, het tweede onderzoek doen, kan zich daarom tegen hen en de minister keren. Ook als de rechter maandag het bankroet van DSB uitspreekt, is de kwestie niet voorbij. Scheringa heeft het lot van zijn bank gepolitiseerd. Bos moet dat onderkennen en de zaak daarom nog zorgvuldiger behandelen.